HomilíaKrijtberg
Domingo de Pascua (mañana de Pascua)
Traducción automática, verificada de forma independiente · Paasmorgen
Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Una cordial bienvenida en esta mañana de Pascua. En el Evangelio oímos que María Magdalena va muy de madrugada al sepulcro de Jesús. Pero no encuentra el Cuerpo de Aquel a quien tanto ha amado. El sepulcro vacío la confronta con el mayor misterio de la fe cristiana: la resurrección de entre los muertos. También para nosotros este es siempre de nuevo un Mensaje desafiante: Jesús no está muerto, sino que vive.
Queridos hermanos y hermanas, en el evangelio de esta mañana de Pascua encontramos a los primeros discípulos de Jesús, María Magdalena, Simón Pedro y Juan. Al principio están bastante confundidos, buscan apoyo unos en otros y tratan de comprender lo que ha sucedido. En la última frase del evangelio se dice: ‘todavía no habían comprendido lo que estaba escrito, que Jesús debía resucitar de entre los muertos.’ Esto nos hace preguntarnos qué significa realmente que Jesús haya resucitado de entre los muertos.
Es una pregunta que ocupa desde hace siglos a las personas que se sienten atraídas por la fe. Cuando consideramos más de cerca la resurrección de Jesucristo, debemos tener en cuenta dos dimensiones diferentes. En primer lugar, la resurrección debe considerarse como un acontecimiento histórico. De ello tenemos el testimonio de los discípulos de Jesús, ante todo de las mujeres y después también de los apóstoles y de otros contemporáneos de Jesús. Así está referido en los cuatro evangelios y en las cartas de Pablo, de las cuales oiremos más en el próximo tiempo pascual.
Pero la resurrección es más que un simple acontecimiento histórico. De los testimonios de los discípulos deducimos que Jesús se les apareció en el mismo cuerpo que fue torturado y crucificado, pero que al mismo tiempo lleva las características de un cuerpo glorificado: ya no está ligado al tiempo ni al espacio, pues pertenece únicamente al reino divino del Padre. Esto hace que la resurrección de Jesús sea a la vez un acontecimiento sobrenatural, trascendente, un misterio de fe del que ningún ser humano ha visto cómo se realizó físicamente. Este acontecimiento tiene un significado perdurable para nosotros, para todas las generaciones. Por su resurrección, Cristo nos concede el acceso a una vida nueva.
En esta vida nueva podemos vivir en paz con Dios porque estamos justificados por la fe. Lamentablemente, no hay paz en todas partes de nuestro mundo. Esto también lo anunció Jesús. Habrá guerras y desastres de todo tipo. Lo que permanece es que podemos vivir en la espera de la vida eterna, del encuentro con el Dios vivo.
Hermanos y hermanas, la vida nueva en la fe en Dios es algo que debemos aprender y que debemos explicarnos unos a otros para comprenderlo mejor. Esto ya lo vemos entre los discípulos de Jesús. Después de ver el sepulcro vacío, María Magdalena se apresura a volver a los apóstoles y les dice: ‘se han llevado al Señor del sepulcro’. Juan corre al sepulcro, adelanta a Pedro, pero no entra. Simón Pedro sí entra, pero solo ve los hechos: los lienzos, el pañuelo enrollado. No pudo sacar de inmediato la conclusión correcta. Y quizás Pedro todavía dudaba también de sí mismo, por su comportamiento en los últimos días de la vida de Jesús. Pues había negado conocer a Jesús cuando Jesús fue interrogado por los sumos sacerdotes y por todo el tribunal, el Sanedrín.
Cuando Juan entra en el sepulcro, sí llega a la fe. Comprende lo que está escrito en la Escritura: que el Mesías debía resucitar de entre los muertos. Más tarde, también Pedro llegará a la fe, como oímos en la primera lectura de los Hechos de los Apóstoles. La comprensión que Pedro allí expresa de manera tan convincente creció en él lenta pero seguramente. Así también puede sucedernos a nosotros. Descubrimos que Dios, por amor, resucitó a su Hijo de entre los muertos. Por amor a nosotros Jesús se hizo hombre, nos acompaña en todo sufrimiento y comparte igualmente en toda alegría. Podemos crecer en esta comprensión dirigiéndonos a lo celestial y no a lo terrenal. Haciendo tiempo para momentos de silencio, orando, invocando la intercesión de María y de los santos, pidiendo la ayuda del Espíritu Santo. Así podemos descubrir al Dios vivo en nuestra existencia temporal, así Cristo se vuelve más y más nuestra vida, y podemos participar de su gloria. Amén.
Texto original · Neerlandés
Paasmorgen
Hartelijk welkom op deze Paasmorgen. In het Evangelie horen we dat Maria Magdalena in alle vroegte naar het graf van Jezus gaat. Maar zij treft het Lichaam van Hem die zij zo heeft bemind, niet aan. Het lege graf confronteert haar met het grootste geheim van het christelijk geloof: de opstanding uit de dood. Ook voor ons is dit steeds weer een uitdagende Boodschap: Jezus is niet dood, maar Hij leeft.
Dierbare broeders en zusters, in het evangelie van deze Paasmorgen ontmoeten we de eerste leerlingen van Jezus, Maria Magdalena, Simon Petrus en Johannes. Zij zijn aanvankelijk nogal in verwarring, zoeken steun bij elkaar en proberen te begrijpen wat er is gebeurd. In de laatste zin van het evangelie staat: ‘ze begrepen nog niet wat er geschreven stond, dat Jezus uit de doden moest opstaan.’ Dit doet ons de vraag stellen wat dit eigenlijk betekent, dat Jezus uit de doden is opgestaan.
Het is een vraag die mensen die zich aangetrokken voelen tot het geloof, al eeuwen bezighoudt. Wanneer we de verrijzenis van Jezus Christus nader beschouwen, moeten we oog hebben voor twee verschillende dimensies. In de eerste plaats is de verrijzenis te beschouwen als een historische gebeurtenis. Hiervoor hebben we het getuigenis van de leerlingen van Jezus, allereerst van de vrouwen en daarna ook van de apostelen en van nog andere tijdgenoten van Jezus. Zo is het vermeld in de vier evangelies en in de brieven van Paulus, waaruit we in de komende Paastijd nog meer zullen horen.
Maar de verrijzenis is meer dan alleen een historische gebeurtenis. Uit de getuigenissen van de leerlingen maken we op dat Jezus aan hen is verschenen in hetzelfde lichaam dat is gefolterd en gekruisigd, maar dat tegelijkertijd de kenmerken draagt van een verheerlijkt lichaam: het is niet meer gebonden aan tijd en ruimte, want het behoort alleen nog maar tot het goddelijk rijk van de Vader. Dit maakt dat de verrijzenis van Jezus tevens een bovennatuurlijk, een transcendent gebeuren is, een geloofsmysterie waarvan geen enkele mens heeft gezien hoe zij fysiek tot stand is gekomen. Deze gebeurtenis heeft een blijvende betekenis voor ons, voor alle generaties. Door zijn verrijzenis verschaft Christus ons toegang tot een nieuw leven.
In dit nieuwe leven kunnen wij leven in vrede met God doordat we gerechtvaardigd zijn door het geloof. Helaas is het niet overal vrede in onze wereld. Dit heeft Jezus ook voorzegd. Er zullen oorlogen zijn en rampen van allerlei soort. Wat blijft staan, is dat we mogen leven in de verwachting van het eeuwig leven, van de ontmoeting met de levende God.
Broeders en zusters, het nieuwe leven in geloof in God is iets wat we moeten leren en dat we elkaar moeten uitleggen om het beter te verstaan. Dat zien we al terug bij Jezus’ leerlingen. Maria Magdalena snelt na het zien van het lege graf terug naar de apostelen en zegt hen: ‘ze hebben de Heer uit het graf genomen’. Johannes rent naar het graf, snelt Petrus voorbij, maar gaat niet naar binnen. Simon Petrus gaat wel naar binnen, maar die ziet alleen de feiten: de zwachtels, de opgerolde doek. Hij kon niet meteen de juiste conclusie trekken. En misschien twijfelde Petrus ook nog wel aan zichzelf, om zijn gedrag in de laatste dagen van Jezus’ leven. Hij had immers ontkend dat hij Jezus kende, toen Jezus werd verhoord door de hogepriesters en het hele gerechtshof, het Sanhedrin.
Als Johannes het graf binnengaat, komt hij wel tot geloof. Hij begrijpt wat er geschreven staat in de Schrift: dat de Messias uit de doden moest opstaan. Later zal ook Petrus tot geloof komen, hetgeen we hoorden in de eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen. Het inzicht dat Petrus daar zo overtuigend verwoord, is bij hem langzaam maar zeker gegroeid. Zo kan het ook ons vergaan. We komen er achter dat God uit liefde zijn Zoon uit de dood heeft doen opstaan. Uit liefde voor ons is Jezus mens geworden, staat Hij ons bij in alle lijden en deelt Hij eveneens in alle vreugde. We kunnen in dit inzicht groeien door ons te richten op het hemelse en niet op het aardse. Door tijd te maken voor momenten van stilte, door te bidden, door de voorspraak in te roepen van Maria en de heiligen, door te vragen om de hulp van de heilige Geest. Zo kunnen we de levende God in ons tijdelijke bestaan ontdekken, zo wordt Christus meer en meer ons leven, en mogen wij delen in zijn heerlijkheid. Amen.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 17 de abril de 2022
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)