HolytideVida católica en Ámsterdam

HomilíaKrijtberg

Asunción de María

Traducción automática, verificada de forma independiente · Maria Tenhemelopneming

Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Ilustración: Bird Eating Grapes (recto); Tigress (verso), Giovanni da Udine (Giovanni dei Ricamatori) (1487–1564) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Hermanos y hermanas, en la vida nos vemos inevitablemente confrontados con fuerzas buenas y malas. La primera lectura del Apocalipsis, sobre la Mujer que da a luz un Niño amenazado por un Dragón, es una clara alusión a ello. Como sucede con más lecturas bíblicas, aquí son posibles varias interpretaciones. Así se dice que la Mujer lleva una corona con doce estrellas. El número doce puede referirse a las doce tribus de Israel y también al número de doce apóstoles. La lucha entre la Mujer y el Dragón se compara a veces con la enemistad entre Eva, la primera mujer del libro del Génesis, y la serpiente. En la tradición católica, María es vista como la Mujer del Apocalipsis. Por eso se ha elegido esta lectura para la fiesta de la Asunción de María. En la doctrina católica existe una contraposición entre Eva y María: Eva, con quien comenzó el pecado, y María, que mediante la maternidad de su Hijo Jesús hace que se ajusten cuentas con el pecado.

La segunda lectura habla del reinado de Jesús en el cielo; igualmente María es coronada en el cielo y honrada en la tierra como reina de la paz. Con esto hemos llegado a la solemnidad de hoy: la Asunción de María. En 1950 la Iglesia católica, por boca del papa Pío XII, proclamó la Asunción de María como dogma. Debemos tener presente que un dogma es una verdad de fe que no podemos razonar del todo con nuestro entendimiento. Pero existe una fe antiquísima, tanto en la Iglesia de Occidente como en la de Oriente, de que María, después de su muerte, fue asumida al cielo con alma y cuerpo.

El apóstol Pablo habla en su carta a los Corintios de la muerte que es vencida. Así como creemos de muchos santos que son asumidos directamente al cielo y recibidos por Cristo, así la Iglesia lo cree también de María. Esta fe puede ayudarnos cuando el mal nos sobreviene, por ejemplo mediante la enfermedad, o ante la muerte de seres queridos. Puede enseñarnos a aceptar el mal pasajero, sabiendo que el bien vence.

El dogma de la Asunción de María es relevante para todos nosotros, porque en María vemos una prefiguración de la resurrección de cuerpo y espíritu que a todos nos espera y que confesamos continuamente en el Credo. María es completamente humana como nosotros, aunque fuera sin pecado.

Los acontecimientos maravillosos que María vivió ya al comienzo de la vida terrenal de Jesús se narran en el Evangelio de hoy. Por medio de Isabel, María es saludada desde su visita como la bendita entre las mujeres.

Isabel reconoce a María como la madre de su Señor. Y María sigue siendo la sencillez misma, aunque es muy consciente de la grandeza de la misión que le ha sido confiada. Se llama a sí misma la esclava del Señor, que ha hecho en ella maravillas. En su cántico de alabanza, que conocemos como el Magníficat, María tiene también un mensaje para todas las generaciones que vendrán después de ella: el Señor es misericordioso con los que le temen, pero a los soberbios de corazón los dispersa. Con el poder terreno pronto se acaba, pero los necesitados pueden contar con su ayuda.

Con motivo del nacimiento de su Hijo, María es desde hace siglos una fuente inagotable de esperanza y consuelo para las innumerables personas que acuden a su compasión e intercesión ante Dios. Los pocos videntes que pudieron ver a la Madre de Dios dan testimonio de una belleza indescriptible. Por eso el papa Francisco dice de María: «Entronizada en la gloria, nos muestra que nuestra esperanza es real». María es además una fuente de gran gozo por su Hijo Jesús, a quien dio a luz. Un gozo que corre como un hilo rojo por la historia de la Iglesia, que proclama bienaventurada a María por todas las generaciones. Amén.

Texto original · Neerlandés

Maria Tenhemelopneming

Broeders en zusters, in het leven worden we onvermijdelijk geconfronteerd met goede en kwade krachten. De eerste lezing uit de Apocalyps, over de Vrouw die een Kind baart, dat wordt bedreigd door een Draak, is daarop een duidelijke toespeling. Zoals met meer Bijbellezingen het geval is, zijn hierbij meerdere uitleggen mogelijk. Zo wordt gezegd dat de Vrouw een kroon draagt met twaalf sterren. Het getal twaalf kan betrekking hebben op de twaalf stammen van Israël en ook op het twaalftal apostelen. De strijd tussen de Vrouw en de Draak wordt wel vergeleken met de vijandschap tussen Eva, de eerste vrouw uit het boek Genesis en de slang. In de katholieke traditie wordt Maria gezien als de Vrouw uit de Apocalyps. Vandaar dat de lezing is gekozen bij het feest van Maria Tenhemelopneming. Er is in de katholieke leer een tegenstelling tussen Eva en Maria: Eva, met wie de zonde begon en Maria, die door het moederschap van haar Zoon Jezus ervoor zorgt dat met de zonde afgerekend wordt.

De tweede lezing spreekt over het koningschap van Jezus in de hemel; evenzeer wordt Maria in de hemel gekroond en op aarde geëerd als koningin van de vrede. Daarmee zijn we aanbeland bij het hoogfeest van vandaag: de tenhemelopneming van Maria. In 1950 werd door de katholieke Kerk, bij monde van paus Pius XII de tenhemelopneming van Maria afgekondigd als dogma. We moeten ons hierbij bedenken dat een dogma een geloofswaarheid is die we niet geheel met ons verstand kunnen beredeneren. Maar er is een eeuwenoud geloof, zowel in de Westerse als in de Oosterse kerk, dat Maria na haar dood met ziel én lichaam is opgenomen in de hemel.

De apostel Paulus spreekt in zijn brief aan de Korintiërs van de dood die wordt overwonnen. Zoals wij van vele heiligen geloven dat zij direct in de hemel worden opgenomen en begroet door Christus, zo gelooft de Kerk dit ook van Maria. Dit geloof kan ons helpen wanneer het kwade ons overkomt, bijvoorbeeld via ziekte, of bij de dood van dierbaren. Het kan ons leren het tijdelijke kwaad te aanvaarden, in de wetenschap dat het goede overwint.

Het dogma van Maria Tenhemelopneming is relevant voor ons allemaal, omdat wij in Maria een voorafbeelding zien van de verrijzenis van lichaam en geest, die ons allen te wachten staat en die we steeds in het credo belijden. Maria is net als wij volledig menselijk, al was zij dan zonder zonde.

De wonderlijke gebeurtenissen die Maria meemaakte al bij het begin van Jezus’ aardse leven worden verteld in het Evangelie van vandaag. Door Elisabeth wordt Maria meteen bij haar bezoek begroet als de gezegende onder de vrouwen.

Elisabeth herkent Maria als de moeder van haar Heer. En Maria blijft de eenvoud zelve, al is ze zich zeer bewust van de grootsheid van de taak die haar is toevertrouwd. Ze noemt zichzelf de dienstmaagd van de Heer, die aan haar zijn wonderwerken heeft gedaan. Maria heeft in haar lofzang, die we kennen als het Magnificat, ook een boodschap voor alle geslachten die na haar komen: de Heer is barmhartig voor wie Hem vrezen, maar de trotsen van hart slaat Hij uiteen. Met aardse macht is het snel gedaan, maar de behoeftigen kunnen rekenen op Zijn hulp.

Vanwege de geboorte van haar Zoon is Maria al eeuwenlang een onuitputtelijke bron van hoop en troost, voor de talloze mensen die een beroep doen op haar medeleven en voorspraak bij God. De weinige zieners die de Moeder Gods mochten zien, getuigen van een onbeschrijfelijke schoonheid. Vandaar dat paus Franciscus over Maria zegt: ‘Tronend in heerlijkheid, toont zij ons dat onze hoop reëel is. Maria is daarbij een bron van grote vreugde om haar zoon Jezus, die zij ter wereld bracht. Een vreugde die loopt als een rode draad door de geschiedenis van de Kerk, die Maria zalig prijst, alle generaties door. Amen.

Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 15 de agosto de 2021

Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 3 páginas)

Fuente