HomilíaKrijtbergHemelvaart
Hemelvaart - Ben Frie SJ - Basiliek van de H. Nicolaas Amsterdam
Solo en neerlandés.
Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Eén vers uit onze lezingen is mij dierbaar: ‘Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was.’ Het is de sterke ervaring van de zwaar beproefde leerlingen dat Jezus nog bij hen was. Wat die vele bewijzen zijn, blijft vaag: ‘Hij sprak met hen over het rijk Gods’, ‘Hij beval hun Jerusalem niet te verlaten’. Een onthullende vraag komt op in hun midden: ‘Gaat gij voor Israël het koninkrijk herstellen?’ ‘Had uw aanwezigheid in ons midden een politieke reden en zou daarmee de Romeinse overheersing beëindigd worden?’ Maar, mannen, Hij had toch gezegd: ‘Mijn rijk is niet van deze wereld’? De naïeve vraag wordt dan ook niet behoorlijk beantwoord. ‘Het komt je niet toe dag en uur te kennen’, wordt er dan gezegd, ofwel: laat aan God over wat voor God te doen staat, maar doe zelf wat jou te doen staat. En nu we het daar toch over hebben: Ik ben niet alleen gekomen voor Israël, maar voor alle mensen; en als je iets van Mij verwacht, dan zal dat toch pas tot resultaat leiden als de Kerk de verkondigingsopdracht heeft vervuld.
En dan wordt Hij ‘omhoog geheven’, en ‘een wolk onttrok Hem aan hun ogen’. Zoals Mozes eens in de woestijn de slang omhoog hief die een eind moest maken aan een verderfelijke slangenplaag, en zoals Elia aan het zicht onttrokken werd door een stormwind. Waarom die wolk? In een wolk had Mozes zijn intimiteit beleefd met God. Paulus schrijft aan de Efeziërs: ‘Hij is opgevaren naar den hoge, Hij is opgestegen – dit betekent dat Hij eerst in de diepte is afgedaald tot op de aarde. Hij die is neergedaald, is dezelfde die ook is opgestegen, hoog boven alle hemelen om het heelal te vervullen’. Erg veel duidelijker wordt het niet, toch, wat er nou echt gebeurd is?
Marcus eindigde zijn evangelie met de ontreddering van de vrouwen: het graf is leeg! - en ze zeiden niemand iets. Een onbevredigend einde, en in het begin van de tweede eeuw komt er een toevoeging, nadat alle andere evangelies geschreven zijn met verschijnings- en zendingsverhalen – met een samenvatting van die verhalen uit de andere evangelies en de Handelingen. Dus luidt de toevoeging: ‘Hij werd ten hemel opgenomen en Hij zit aan de rechterhand van God’. Hè, gelukkig, komt het toch nog goed.
Als ik het hier nou bij zou laten, laat ik u waarschijnlijk teleurgesteld achter, zoals de vrouwen bij het lege graf. Was dat nou alles? Waar is nou het succes? Waarom al die geheimzinnigheid? Wat is er nou precies gebeurd, en wat hebben wij daar nou aan? Jezus aan de rechterhand van God, wat nu?
Misschien eerst dit: er is geen beschrijving van wat er gebeurde. De melding is slechts: Hij werd opgeheven, een wolk onttrok Hem aan ons zicht. Dat beschrijft niet zozeer een ingrijpen van Jezus, een beslissing van Hem, maar veel meer van ons: hoe meer wij tot inzicht komen welke mens ons verschenen is in Jezus, hoe meer wij gaan inzien dat God zelf zich getoond heeft in Hem. Langzaam komen wij tot het inzicht dat Jezus alle trekken heeft van de lang verwachte Messias, die ons duidelijk maakt dat er geen Rijk Gods is zonder ons, zonder onze activiteit en inspanning. En dat het dus God zelf is die ons aan het werk zet – ‘Mannen van Galilea, wat sta je naar de hemel te staren?’ Hoe lang blijf je nog van God verwachten dat Hij het heelal voor zich wint? En dan zeg ik het nog niet goed: ons inzicht is dat Hij God was en het heelal al bezit zolang het bestaat, Hij is er zelf de oorsprong van, maar dat wij nu ook tot het inzicht durven komen dat in Jezus God verschijnt.
Het opnemingsverhaal is een literaire vorm om dat inzicht weer te geven. We zagen het bij Elia, het zal later volgens hetzelfde patroon verteld worden over Maria: er zijn ooggetuigen, er zijn afscheidswoorden, er wordt iemand opgenomen als was het een verdwijning, en er is een wolk, laten we zeggen van Gods tegenwoordigheid. Het is net als bij het lege graf: er zijn twee mannen in witte kleren, die een vraag stellen (‘wat zoekt ge de levende bij de doden’, en: ‘wat staat ge naar de hemel te kijken’), er is een boodschap over Jezus, en een terugkeer naar huis.
Wat blijft er over? In Jezus gaan we God onderscheiden. God heeft Hem hoog verheven en Hem de naam gegeven die is boven alle namen: Jezus Christus is de Heer, begin en einde van alles, die na zijn sterven met vele bewijzen toonde dat Hij in leven was: we begrepen dat Hij uit de hemel was gekomen en daarnaar teruggekeerd was, en dat de beurt nu aan ons is.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 13 de mayo de 2021
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)