ReflexiónBegijnhofkapelEerste Paasdag
Consternación, ¿y ahora qué?
Traducción automática, verificada de forma independiente · Ontreddering en hoe verder?

Escribo esta pieza el Domingo de Pascua. La semana pasada, el lunes 15 de abril, fue para los parisinos y para muchísimos otros un horror a causa del violento incendio en la Notre Dame. El estupor se leía en los rostros al contemplar el mar de llamas. Aquello se convirtió en desesperación al desplomarse la torre.
Quién, como visitante de París, no ha visitado la Notre Dame y no se ha llevado una impresión abrumadora de la plaza y del interior de la iglesia. Mis pensamientos van a la iglesia de San Urbano en Amstelveen, que el 15 de septiembre del año pasado quedó reducida a cenizas.
Los parisinos que acudieron en masa aquella fatídica tarde se arrodillaron, como si suplicaran que las llamas se apagaran. Rezaban juntos y cantaban. Juntos cantaron el Ave María: 'Je vous salue Marie, pleine de grâce, Le Seigneur est avec vous,... etc.' Qué lengua tan hermosa es el francés para cantar. Ver y oír el 'Je vous salue Marie' me ha conmovido.
En los rostros de la gente usted ve la mirada de '¿Qué debo hacer?'. Así, me imagino, debió de ser también la mirada de los discípulos que vieron a Jesús crucificado el Viernes Santo: ¿Cómo pudo suceder esto y cómo debemos seguir adelante?
En el transcurso de la semana se realiza en París el inventario de lo que los valientes bomberos pudieron salvar de la Notre Dame en arte y objetos preciosos. Por fortuna, no todo se ha perdido. Hay esperanza para el porvenir. Luego, a lo largo de la semana, surgen las primeras iniciativas para no abandonar la Notre Dame a su suerte. Muy pronto se comprueba que se reúne muchísimo dinero. La Notre Dame debe ser reconstruida: es el sentimiento que se apodera de la nación. Se pueden tener dudas ante el compromiso con un plazo de cinco años – para entonces será 2024, el año de los Juegos Olímpicos en París.
Y los chalecos amarillos se preguntan: entonces sí se puede, ¿por qué se nos deja abandonados? La próxima semana el presidente dirá cómo se atenderá a los chalecos amarillos.
Entre los discípulos de Jesús, el '¿y ahora qué?' da su primer giro cuando las tres mujeres, entre ellas María la madre de Jesús, vuelven del sepulcro y cuentan lo que han visto y oído. Eso también lo había dicho Él, recuerdan ahora. Pero todavía debe venir la incredulidad de Tomás, y tardará hasta Pentecostés antes de que los discípulos logren realmente reponerse.
En este Domingo de Pascua ocurre aún más. Una serie de atentados terribles en Sri Lanka cuesta la vida a cientos de personas, reunidas pacíficamente en la vigilia pascual, y hunde a otras tantas familias en un profundo dolor. Ante estos atroces 3 actos no consigo tener otro pensamiento que la incredulidad. El arzobispo Malcolm Ranjith llama a la calma y, sobre todo, a no tomarse la justicia por su mano. Un mensaje bien comprensible tras la guerra civil que terminó hace apenas diez años.
La pregunta de qué hacer después de un incendio de iglesia está presente en dos lugares de nuestra propia diócesis. Se trata de la iglesia de San Cornelio en Limmen, que ya está en reconstrucción. Los trabajos avanzan bien.
En Amstelveen también han sabido reponerse; en la parroquia de San Urbano el '¿y ahora qué?' ya no es una pregunta. Se trabaja con todas las fuerzas en la reconstrucción, por profesionales y voluntarios. Y el párroco Eugene Jongerden expresa el sentimiento de que 'el Urbanus es de todos'. La forma concreta de ese compromiso corresponde a cada uno personalmente.
Con todo lo ocurrido en una sola semana, el tradicional Urbi et Orbi del papa Francisco – la bendición para la ciudad y el mundo – cobra hoy un peso extraordinario.
Texto original · Neerlandés
Ontreddering en hoe verder?
Ik schrijf dit stuk op Eerste Paasdag. Afgelopen week, maandag 15 april, was voor de Parijzenaars en vele, vele anderen een verschrikking vanwege de hevige brand in de Notre Dame. Ontzetting was op de gezichten te lezen bij het aanzien van de vuurzee. Dat werd wanhoop bij het neergaan van de toren.
Wie heeft, als bezoeker van Parijs, de Notre Dame niet bezocht en van het plein en van het interieur van de kerk niet een overweldigende indruk overgehouden? Mijn gedachten gaan naar de St. Urbanuskerk in Amstelveen die vorig jaar op 15 september in de as werd gelegd.
De Parijzenaars die op die rampzalige avond waren toegestroomd knielden, als smeekten zij dat de vlammen zouden doven. Zij baden samen en zongen. Samen zongen zij het Weesgegroet: 'Je vous salue Marie, pleine de grâce, Le Seigneur est avec vous,... etc.' Wat is het Frans een prachtige taal om in te zingen. Het 'Je vous salue Marie' te zien en te horen heeft mij getroffen.
Op de gezichten van de mensen zie je de blik van 'Wat moet ik doen?' Zo, stel ik mij voor, zal ook de blik geweest zijn van de leerlingen die op Goede Vrijdag Jezus gekruisigd zagen: Hoe kon dit gebeuren en hoe moeten we verder?
In de loop van de week vindt in Parijs de inventarisatie plaats van wat door de moedige brandweerlieden aan kunst en kostbaarheden uit de Notre Dame kon worden gered. Gelukkig is niet alles verloren gegaan. Er is hoop voor hoe het verder moet. Dan komen er in de loop van de week de eerste initiatieven om de Notre Dame niet aan haar lot over te laten. Al snel blijkt dat er heel veel geld beschikbaar komt. De Notre Dame moet worden herbouwd, is het gevoel dat zich van de natie meester maakt. Je mag je twijfels hebben bij het verbinden aan een termijn van vijf jaar – dan is het 2024, het jaar van de Olympische Spelen in Parijs.
En de gele hesjes vragen zich af: het kan dus wel, waarom laat men ons dan bungelen? Volgende week komt de president met hoe aan de gele hesjes tegemoet kan worden gekomen.
Bij de leerlingen van Jezus krijgt het 'hoe verder?' zijn eerste omslag wanneer de drie vrouwen, waaronder Maria de moeder van Jezus, terugkomen van het graf en vertellen wat zij gezien en gehoord hebben. Dat had Hij hen ook gezegd, herinneren zij zich nu. Maar het ongeloof van Thomas moet nog komen en het duurt nog wel tot Pinksteren voordat de leerlingen zich echt weten te herpakken.
Er gebeurt nog meer op deze Eerste Paasdag. Een serie verschrikkelijke aanslagen in Sri Lanka kost honderden mensen, vredig bijeen in de paaswake, het leven en stort evenzovele families in diep verdriet. Het lukt mij bij deze afschuwelijke 3 daden niet om enig andere gedachte te hebben dan ongeloof. Aartsbisschop Malcolm Ranjith roept op tot kalmte en vooral om het recht niet in eigen hand te nemen. Een boodschap die goed te begrijpen is na de burgeroorlog die pas tien jaar geleden geëindigd is.
De vraag Hoe verder na een kerkbrand speelt op twee plaatsen in ons eigen bisdom. Dat is de Corneliuskerk in Limmen die inmiddels in herbouw is. De werkzaamheden vorderen goed.
In Amstelveen heeft men zich ook weten te herpakken; in de Urbanusparochie is het 'hoe verder' geen vraag meer. Er wordt met man en macht gewerkt aan de herbouw, door professionals en vrijwilligers. En pastoor Eugene Jongerden verwoordt het gevoel van 'de Urbanus is van iedereen'. De feitelijke invulling van die betrokkenheid is aan ieder persoonlijk.
Met wat er in een week tijd allemaal is gebeurd krijgt het traditionele Urbi et Orbi van paus Fransciscus – de zegen voor stad en wereld – vandaag extra gewicht.
Abrir el PDF · p. 3 ↗De: boletín
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 12 páginas)