HolytideKatholiek leven in Amsterdam

PreekKrijtbergzondag advent III (Gaudete) A

Homilie zondag advent III (Gaudete) A 2025 - Krijtberg

Datum volgens de bestandsnaam van de kerk.

Illustratie: Two Swans, Wenceslaus Hollar (1654–58) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

De profeet Jesaja was een grote gevoeligheid gegeven voor de krachten die van God uit gaan. In de advent horen we hoe hij in beelden spreekt over deze krachten, en vooral wat die bewerken in de mensengeschiedenis. Het zijn de krachten die leven geven, waar het leven onder druk staat of verloren is gegaan:

‘Dan worden de ogen van de blinden ontsloten, en zullen de oren van de doven geopend worden. Dan zal de kreupele opspringen als een hert en zal de tong van de stomme juichen’.

Vreugdevolle woorden die tot ons komen vanuit een diepe overtuiging. De urgentie ervan geldt, in deze lezing, de terugkeer van bannelingen. Elders spreekt Jesaja over de komst van een Messias, een mens in wie de levengevende krachten van God definitief gestalte zouden krijgen in onze mensengeschiedenis: God komt in ons midden, om ons leven ten volle te delen en van binnenuit te verlichten.

De verwachting van deze Messias was in de tijd van Jezus springlevend, zoals blijkt uit de vraag van Johannes de Doper:

“Zijt Gij de Komende, of moeten wij een ander verwachten?”

In zijn antwoord refereert Jezus direct aan de verwachtingen die door Jesaja waren gewekt:

“Blinden zien weer en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt het Evangelie verkondigd”.

We herkennen de woorden uit de eerste lezing over het verlossende en bevrijdende optreden van God. Het is een impliciet ‘ja!’, van Jezus, op de vraag of Hij de komende Messias is.

Ook in het evangelie volgens Lukas, gebruikt Jezus woorden uit Jesaja om zijn zending te openbaren. In de synagoge van Nazaret leest hij uit de boekrol van Jesaja:

“De geest des Heren is over mij gekomen, (…)Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid”. En voegt daaraan toe: ‘Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan’. (Lukas 4)

Het is aan het begin van zijn publieke optreden. Zoals in het Mattheus evangelie Jezus’ verkondiging begint met de bekende zaligsprekingen. Daarin worden treurenden, zachtmoedigen, vredestichters, nederigen van hart, mensen die onder de dominantie van andere krachten worden weggedrukt of over het hoofd worden gezien, ‘zalig’ worden genoemd. Net zo plaatst Jezus in het evangelie volgens Lukas de mensen aan de rand van de samenleving in het centrum van zijn zending.

Hier in Amsterdam krijgt die zending heel concreet gestalte in vele organisaties en gemeenschappen. Bij de Mozes en Aaronkerk bieden de mensen van de gemeenschap Sant Egidio wekelijks maaltijden, en vooral aandacht en concrete hulp aan daklozen. We waren er afgelopen zaterdag te gast tijdens een stille dag, die vanuit het Platform voor ignatiaanse spiritualiteit werd georganiseerd. Het was er druk: vele vrijwilligers waren kerstpakketten aan het inpakken, en voorbereidingen aan het treffen voor de kerstmaaltijd die zij zullen delen met tweehonderd ‘vrienden van de straat’.

En natuurlijk wil ik hier ook noemen het werk van de pastores en vrijwilligers van het Drugspastoraat Amsterdam. Eerder heeft u in deze kerk de RK pastor Quirien van Berkel al kunnen horen spreken over hun werk. Samen met zijn protestantse collega, Zwanine Siedenburg, bieden zij een plek in de stad waar verslaafden, daklozen, eenzamen zich gezien weten en veilig voelen.

Nu zijn er vele organisaties, kerkelijke en niet-kerkelijke, die ditzelfde doen, gelukkig maar. Maar binnen dit netwerk van zorg neemt het drugspastoraat wel een bijzondere plek in. Elke zondag zijn er vieringen, ‘aan armen wordt het evangelie verkondigt’, Quirien en Zwanine organiseren bezinningsdagen, in het heiligdom van Heiloo, en reizen naar Lourdes en zelfs, onlangs nog, naar Rome. Hun toewijding maakt veel indruk binnen het bestuur. Met name als zij vertellen over het vertrouwen dat zij krijgen van de mensen naar wie hun aandacht uitgaat, de trouw waarmee ze dit vertrouwen beantwoorden. Dat is niet altijd gemakkelijk: de mensen voor wie de drugspastores er willen zijn, zijn niet altijd makkelijk in de omgang. Als bestuurslid ben ervan onder de indruk hoe Zwanine en Quirien steeds weer drempels durven oversteken, uit zorg voor ‘hun’ mensen.

Heel mooi is ook te horen over de begrafenissen van mensen die zij goed gekend hebben, maar verder eenzaam door het leven gingen en die een laatste rustplaats krijgen op begraafplaats St. Barbara waar het drugspastoraat een eigen graf heeft, speciaal voor deze mensen.

Wat de profeet Jesaja zag als de krachten van Gods Geest, wat Jezus als kern van zijn zending aanwees, en met kracht door Hem werd geleefd, leeft zo verder in onze stad.

Beste mensen, nu we ons voorbereiden op het feest van de menswording van Christus, zien we uit naar het kind in de kribbe. Een kind dat, als elk pasgeboren kind gevoelens van toewijding in ons opwekt. Onze toewijding, zo horen we vandaag, krijgt inhoud als we die enten op Jezus’ zending. Een zending die Hij heeft toevertrouwd, aan de kerk, aan ons.

Als we toeleven naar het licht van Kerstmis, dan mogen we die zending natuurlijk vertalen in een gulle bijdrage aan de collecte voor het Drugspastoraat na afloop van deze viering.

Tegelijkertijd mogen we ons vandaag inlaten met de vraag hoe Jezus’ zending in òns dagelijks leven gestalte krijgt:

Voor wie ben ik in het afgelopen jaar een licht geweest?

Heb ik leven kunnen geven aan wie bedrukt door het leven ging?

Heb ik zelf leven ontvangen in een voor mij moeilijke tijd?

Hoe kan ik, in mijn omgeving, de zending van Christus verder handen en voeten geven?

Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 14 december 2025

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 2 pagina’s)

Bron