HomilíaNicolaaskathedraal
29e Zondag door het jaar Televisiemis
Solo en neerlandés.
Transcripción automática de la retransmisión. El texto no está revisado; solo se corrigieron la puntuación y las mayúsculas, sin cambiar una sola letra.

Zusters en broeders, ik denk dat er maar weinig Nederlanders zijn die graag belasting betalen. Het raakt onze portemonnee, het raakt onze portemonnee, het raakt onze portemonnee, en daar zijn we terecht gevoelig voor. En het kan ook kan ook verstaan, en het kan ook veranderen, en het kan ook vreselijk misgaan, zoals we gezien hebben rond de toeslagenaffaire. Eigenlijk zou het in de kerk niet om geld moeten gaan, want het verkondigen van de blijde boodschap is niet in geld uit te drukken. Maatschappelijk worden we vaak nog afgerekend op ons economisch nut. Maar wie ben ik dan als mens? En wat gebeurt er met mij als ik niet voldoen aan de economische eisen van deze tijd? Bijvoorbeeld door fysieke of mentale gezondheidsproblemen. En welke rol vervult de kerk daarbij? Al eeuwen heeft onze kerk een verkondigende taak.
We denken daarom in deze oktober missiemaand speciaal aan hen die vanuit ons land huis en haard verlaten hebben om elders in de wereld de blijde boodschap te verkondigen. Waar vroeger misschien het accent wat meer lag op bekering, ligt tegenwoordig vooral de aandacht op scholing en het ontwikkelen van goede medische zorg. Maar vele van hen moeten vandaag de dag vaak wel werken onder moeilijke omstandigheden. Want hoe ga je om met leer en leven? Omdat de praktijk soms weer barstiger is dan wat je als ideaal wilt uitdragen. De missionarissen van onze tijd worden maar al te vaak in eenzelfde spagaat getrokken als waar de fariseeën Jezus vandaag op willen pakken. Want Jezus heeft te maken met tegenstanders in een lastige politieke kwestie.
Aan hem wordt de vraag gesteld: moet je aan de keizer belasting betalen? Als Jezus nee zou zeggen, dan zou hij onmiddellijk worden opgepakt door de Romeinse bezetter. Zou hij ja zeggen, dan werd hij gepakt door zijn eigen landgenoten. En we hoorden het antwoord van Jezus: geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt en aan God wat aan God toekomt. Opvallend is dat Jezus om een muntstuk vraagt en erop wijst wiens beeltenis erop staat. En dan zegt men: die van de keizer. En hij zegt daar indirect mee dat er van God geen muntstuk bestaat en dus geen beeltenis.
Dat kan ook niet, omdat wij als mens zelf beeld van God zijn. We zijn door hem gemaakt naar zijn beeld en uit zijn eeuwige liefde geboren. Wij moeten God dus betalen met dat wat wij van hem zelf geleerd hebben. En het gaat bij God niet om gebakken lucht, maar om de mateloze liefde van een reële persoon aan wie wij ons mogen spiegelen. En die godsbedoelingen met de mensheid totaal heeft voorgeleefd, zijn zoon Jezus. Zijn beweging had afhankelijk geen enkele macht. Zijn partijprogramma speelde geen rol in het politieke krachtenspel van die tijd.
Sommigen waren hooguit geïrriteerd door zijn manier van doen. Maar het signalement waaraan zijn volgelinken te herkennen waren, was de liefde. "Zie hoe zij elkaar lief hebben," zeiden uiteindelijk ook de schriftgeleerden tegen elkaar. En Jezus mag ons zijn spiegel dus voorhouden. Want hij was een vrij mens. En hij koos er in die vrijheid voor zijn vader te gehoorzamen, ook toen het zwaar werd. Hij was geen acteur. Hij heeft echt lief gehad.
Onvoorwaardelijk. De paradox van het christendom bestaat erin dat Jezus zelfs zijn lijden onderging uit liefde. Daar ligt dus kennelijk het antwoord op de vraag wat God toekomt: liefde. Klinkt dat soms zoft of versleten? Ik vind van niet. Want wie kent niet het gevoel dat een beproefde liefde je verdere leven kan bepalen.
Als het bij God om liefde gaat, dan is het een mateloze en onvoorwaardelijke liefde die vrij maakt. Het is namelijk dezelfde vrijheid waarmee God de wereld geschapen heeft. Een vrijheid dus die al het menselijke overstijgt, die niet te koop is en waar je geen belasting over hoeft te betalen, maar bereikbaar moet zijn voor uder van ons. En ons dus verplicht anderen daarin te laten delen. Want wie werkelijk vrij is, gunt ook een ander het beste. Godsvrijheid stelt mij in staat om van mijn leven uit te delen. Mijn kracht aan wie kwetsbaar is, mijn welvaart aan wie niets heeft, mijn warmte en liefde aan wie in de kou staat.
Dat is onze gelovige opdracht. En dan niet alleen voor missionarissen ver weg, maar voor ieder van ons dichtbij. Belasting moeten we betalen, dat weet iedereen. Maar de blijde boodschap is niet in geld uit te drukken, en dus ook niet mijn waarde als mens. Echte liefde is niet te koop. Het mag je overkomen en je mag het doorgeven. Net als God die ons het eerst heeft lief gehad.
Ver el vídeo desde el minuto 25:25 ↗
Homilía de la retransmisión pública de la parroquia, reproducida con su permiso.