HomilíaKrijtberg18de zondag door het jaar
Todos comieron y quedaron saciados
Traducción automática, verificada de forma independiente · Iedereen at en werd verzadigd

Cuando viajas solo, no es agradable tener que comer en algún lugar por tu cuenta. Entonces comer no es más que comer. Mientras esperas a que llegue la comida, hojeas tu guía de viajes o miras tu teléfono. Mientras tanto, oyes a tu alrededor a la gente conversar y reír. En esas mesas, comer es mucho más que satisfacer el hambre. Es estar juntos. Es convivencia. Tiene algo de festivo. Por eso una comida compartida forma parte de una boda, un aniversario u otra celebración familiar.
La imagen de una comida compartida así la encontramos con frecuencia en la Biblia. También hoy. Tanto el profeta Isaías como el evangelio hablan de ello. Isaías pinta un banquete abundante, por el que nadie tiene que pagar. Es una imagen del mundo nuevo de Dios. Todos son bienvenidos. Nadie queda excluido. A nadie le falta nada.
También en el evangelio se trata de una comida. Llama la atención que Mateo cuente la historia de manera muy sencilla. La gente no reacciona con asombro, como en muchas otras historias de milagros. Todo transcurre casi como si fuera lo más normal del mundo. Jesús toma los cinco panes y los dos peces. Levanta los ojos al cielo, pronuncia la bendición y parte el pan. Eran los gestos acostumbrados de todo padre de familia judío. Antes de la comida, el padre de familia daba gracias a Dios por el pan, don del Creador. Después partía el pan y lo repartía. Entonces podía comenzar la comida.
Sin embargo, la comida del evangelio es mucho más que una comida ordinaria: -Los cinco panes recuerdan los cinco libros de la Ley, la Torá. Los dos peces hacen pensar en las dos tablas de piedra de la Ley. Las doce cestas se refieren a las doce tribus de Israel.
-También la gran multitud es elocuente. Cinco mil hombres, y además mujeres y niños. Esto evoca la imagen de todos los que un día se sentarán a la mesa del banquete de Dios. El mismo Jesús ya lo había dicho: Vendrán muchos de oriente y occidente y se sentarán a la mesa en el banquete del Reino de los cielos. (Mt. 8,11)
-Y luego está esa abundancia. Incluso sobran doce cestas de pan. También eso encaja con el mundo nuevo de Dios, donde a nadie le falta nada.
-Incluso el detalle de que la gente se siente sobre la hierba es significativo. Recuerda el Salmo 23: El Señor es mi pastor, nada me falta. Él me hace descansar en verdes praderas.
Pero hay todavía otra capa en este evangelio. Quien escucha bien, oye también resonar en él la eucaristía. Mateo escribe: Tomó el pan, levantó los ojos al cielo, pronunció la bendición, partió el pan y lo dio a sus discípulos. Son casi las mismas palabras que oímos en cada celebración eucarística. Cada eucaristía es un anuncio anticipado del gran banquete que Dios prepara para todos los hombres.
Si miramos una vez más de cerca el evangelio, destacan dos movimientos. El primero es un movimiento vertical, un movimiento hacia arriba, hacia Dios: Jesús levanta los ojos al cielo y da gracias a su Padre. Con ello muestra que todo comienza en Dios. Todo lo que recibimos es, en definitiva, un don. Por eso la eucaristía es, en primer lugar, una acción de gracias.
Pero a continuación sigue inmediatamente un segundo movimiento, un movimiento horizontal hacia las personas: Jesús da los panes a sus discípulos y los discípulos los reparten a la multitud. Eso es, en realidad, muy llamativo. Jesús también podría haber dado de comer directamente a la gente. Pero no lo hace. Involucra a sus discípulos. Dice: Dadles vosotros de comer.
Eso no fue así solo entonces. Sigue siendo así hoy. El Señor pone sus dones en manos de los hombres. Nos pide que transmitamos lo que nosotros mismos hemos recibido. Los dones de Dios nunca están destinados solo para nosotros. Se nos dan para compartirlos. Y entonces sucede el milagro del que habla hoy el evangelio: todos comieron y quedaron saciados.
Quizás esa sea la lección más hermosa de este evangelio. Quien alza sus ojos hacia Dios, también aprende a mirar a las personas que lo rodean. Y quien levanta sus manos hacia Dios, también las abrirá para su prójimo.
Texto original · Neerlandés
Iedereen at en werd verzadigd
Wanneer je alleen op reis bent, is het niet gezellig om ergens in je eentje te moeten eten. Dan is eten niet meer dan eten. Terwijl je wacht tot de maaltijd komt, blader je wat in je reisgids of kijk je op je telefoon. Ondertussen hoor je om je heen mensen met elkaar praten en lachen. Aan die tafeltjes is eten veel meer dan alleen je honger stillen. Het is samenzijn. Het is gezelligheid. Het heeft iets feestelijks. Daarom hoort een gezamenlijke maaltijd bij een huwelijk, een jubileum of een ander familiefeest.
Het beeld van zo'n gezamenlijke maaltijd komen we dikwijls tegen in de Bijbel. Ook vandaag. Zowel de profeet Jesaja als het evangelie spreken erover. Jesaja schildert een overvloedig feestmaal, waarvoor niemand hoeft te betalen. Het is een beeld van Gods nieuwe wereld. Iedereen is welkom. Niemand wordt buitengesloten. Niemand komt iets tekort.
Ook in het evangelie gaat het over een maaltijd. Opvallend is dat Matteüs het verhaal heel eenvoudig vertelt. De mensen reageren niet met verbazing, zoals bij veel andere wonderverhalen. Alles verloopt bijna alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Jezus neemt de vijf broden en de twee vissen. Hij kijkt op naar de hemel, spreekt het zegengebed uit en breekt het brood. Dat waren de vertrouwde gebaren van iedere Joodse huisvader. Vóór de maaltijd dankte de huisvader God voor het brood, de gave van de Schepper. Daarna brak hij het brood en deelde het uit. Dan kon de maaltijd beginnen.
Toch is de maaltijd uit het evangelie veel meer dan een gewone maaltijd: -De vijf broden herinneren aan de vijf boeken van de Wet, de Tora. De twee vissen doen denken aan de twee stenen tafelen van de Wet. De twaalf manden verwijzen naar de twaalf stammen van Israël.
-Ook de grote menigte is veelzeggend. Vijfduizend mannen, en dan nog vrouwen en kinderen. Dat roept het beeld op van alle mensen die eens zullen aanzitten aan Gods feestmaal. Jezus zelf had al gezegd: Velen zullen komen uit het oosten en het westen en aanliggen aan het feestmaal in het Koninkrijk van de hemel. (Mt. 8:11)
-En dan is er nog die overvloed. Er blijven zelfs twaalf manden brood over. Ook dat past bij Gods nieuwe wereld, waar niemand tekortkomt.
-Zelfs het detail dat de mensen in het gras gaan zitten, is veelbetekenend. Het doet denken aan Psalm 23: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden.
Maar er is nóg een laag in dit evangelie. Wie goed luistert, hoort er ook de eucharistie in doorklinken. Matteüs schrijft: Hij nam het brood, keek op naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen. Dat zijn bijna dezelfde woorden die wij in iedere eucharistieviering horen. Elke eucharistie is een voorafbeelding van het grote gastmaal dat God voor alle mensen bereidt.
Als we nog eens goed naar het evangelie kijken, vallen twee bewegingen op. De eerste is een verticale beweging, een beweging omhoog, naar God: Jezus kijkt naar de hemel en dankt zijn Vader. Daarmee laat hij zien dat alles bij God begint. Alles wat wij ontvangen, is uiteindelijk gave. Daarom is de eucharistie in de eerste plaats een dankzegging.
Maar daarna volgt meteen een tweede beweging, een horizontale beweging naar de mensen: Jezus geeft de broden aan zijn leerlingen en de leerlingen delen ze uit aan de menigte. Dat is eigenlijk heel opvallend. Jezus had de mensen ook rechtstreeks te eten kunnen geven. Maar dat doet hij niet. Hij schakelt zijn leerlingen in. Hij zegt: Geven jullie hun maar te eten.
Dat is niet alleen toen zo geweest. Dat is nog steeds zo. De Heer legt zijn gaven in mensenhanden. Hij vraagt ons om door te geven wat wij zelf hebben ontvangen. Gods gaven zijn nooit alleen voor onszelf bedoeld. Ze worden ons geschonken om ervan uit te delen. En dan gebeurt het wonder waarvan het evangelie vandaag spreekt: iedereen at en werd verzadigd.
Misschien is dat wel de mooiste les van dit evangelie. Wie zijn ogen opslaat naar God, krijgt ook oog voor de mensen om zich heen. En wie zijn handen opheft naar God, zal ze ook openen voor zijn medemens.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 2 de agosto de 2026
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 3 páginas)
Fuentes
Inglés: PDF ↗