HomilíaKrijtberg
Decimonoveno Domingo del Tiempo Ordinario
Traducción automática, verificada de forma independiente · Negentiende zondag door het jaar
Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Abrahán en camino
En las vacaciones muchas personas se alejan de su entorno familiar. Entonces se parecen a Abrahán de la segunda lectura: viven como extranjeros en tierra extraña, algunos incluso habitan allí en tiendas.
Abrahán, en camino hacia la tierra prometida, es imagen del creyente, que no se queda en lo antiguo, sino que deja atrás este mundo de injusticia y violencia, en camino hacia el reino de Dios. Oímos decir a Pablo: Por la fe, Abrahán, obedeciendo al ser llamado, partió… (Heb. 11:8). Al oír esta frase quizás nos desanimamos. Creer es algo tan vago, algo tan irrazonable, podrías pensar. No ves nada y no oyes nada.
Acumular tesoros para sí mismo, o vender los bienes
Sin embargo, en la lectura del evangelio de hoy se nos ha señalado un camino visible. El domingo pasado oímos a Jesús hablar de un hombre rico que acumulaba tesoros para sí y los almacenaba en grandes graneros. Decía para sí: Tienes muchos bienes en reserva… Descansa, come, bebe y alégrate (Lc. 12:19). Hoy oímos de un siervo infiel que golpea a los criados y criadas y se da al exceso de comida y bebida. El error de ambos es que no se procuran un tesoro en el cielo, no son ricos ante Dios, no quieren compartir. Hoy se trata de lo contrario: vender los bienes y dar el dinero a los pobres, hacerse para sí un tesoro en el cielo.
El cielo no es un espacio fuera de este mundo y fuera de este tiempo, un lugar determinado adonde usted mismo espera llegar un día y adonde lleva ya su tesoro por adelantado a modo de reserva de sitio. El cielo no es un lugar fuera de la tierra y fuera del tiempo, sino el espacio de Dios. Este espacio tiene todo que ver con este mundo, aquí y ahora. Un tesoro en el cielo tiene que ver con la justicia aquí en la tierra. Significa compartir con los demás. Es lo contrario de los mandamientos de la sociedad de consumo: comer, beber, estar alegre, y nada más que eso.
ADMINISTRADOR
Cómo debería ser se muestra en la conducta del administrador fiel y prudente que da a los criados de su señor la comida que les corresponde a su tiempo (Lc. 12:42). Procurarse un tesoro en el cielo, ser rico ante Dios, significa: compartir, dar a cada uno lo suyo, saber que usted no es propietario, sino administrador y mayordomo. Un tesoro en el cielo significa justicia para todos, en el mundo nuevo de Dios.
siervo
Jesús mismo dio el ejemplo. Habla de buenos siervos que esperan despiertos a su señor y que abren enseguida cuando él llama a la puerta. Esos siervos buenos y vigilantes tienen un buen señor, porque él se ceñirá y los invitará a la mesa y los servirá. Con esto se da una imagen de Jesús, que ha dicho: ¿quién es mayor: el que está a la mesa o el que sirve? ¿No es el que está a la mesa? Pero yo estoy en medio de ustedes como el que sirve (Lc. 22:27). En el evangelio de Marcos dice Jesús con las mismas palabras: el Hijo del hombre no ha venido a ser servido, sino a servir (10:45).
Cuando vemos la fe como servir, como compartir, dar a cada uno lo suyo, no comportarnos como propietarios sino como administradores y mayordomos, entonces tenemos un tesoro en el cielo, entonces somos ricos ante Dios, entonces estamos, como Abrahán, en camino, en camino hacia el reino de Dios. Entonces hacemos realidad este reino. Este reino no es algo solo para más tarde, en el cielo: ya se hace realidad ahora, aquí en la tierra.
Texto original · Neerlandés
Negentiende zondag door het jaar
Abraham op weg
In de vakantie trekken veel mensen weg uit hun vertrouwde omgeving. Dan lijken ze op Abraham uit de tweede lezing: ze vertoeven als vreemdelingen in een vreemd land, sommigen verblijven er zelfs in tenten.
Abraham, op weg naar het beloofde land, is beeld van de gelovige, die het niet bij het oude laat, maar die deze wereld van onrecht en geweld achter zich laat, op weg naar het koninkrijk van God. We hebben Paulus horen zeggen: Door zijn geloof ging Abraham toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg… (Hebr. 11:8). Bij het horen van deze zin haken we misschien af. Geloven is zo iets vaags, zo iets onredelijks, zou je kunnen denken. Je ziet niets en je hoort niets.
Schatten verzamelen voor jezelf, of je bezittingen verkopen
Toch is ons in de evangelielezing van vandaag een zichtbare weg gewezen. Op de vorige zondag hoorden we Jezus spreken over een rijke man die voor zichzelf schatten verzamelde en opsloeg in grote schuren. Hij zei tot zichzelf: Je hebt veel goederen in voorraad… Neem rust, eet, drink en vermaak je (Lc. 12:19). Vandaag horen we van een trouweloze dienaar die de knechten en dienstmeisjes slaat en zich te buiten gaat aan voedsel en drank. De fout van beiden is dat zij zich geen schat verwerven in de hemel, niet rijk zijn voor God, niet willen delen. Vandaag gaat het over het tegenovergestelde: je bezittingen verkopen en het geld aan de armen geven, voor jezelf een schat in de hemel maken.
Hemel is niet een ruimte buiten deze wereld en buiten deze tijd, een bepaalde plaats waar je zelf eens hoopt te komen en waar je je schat maar alvast naartoe brengt bij wijze van plaatsbespreking. De hemel is niet een plaats buiten de aarde en buiten de tijd, maar de ruimte van God. Deze ruimte heeft alles te maken met deze wereld hier en nu. Een schat in de hemel heeft te maken met gerechtigheid hier op aarde. Het betekent delen met anderen. Het is het tegendeel van de geboden van de consumptiemaatschappij: eten, drinken, vrolijk zijn, en niet meer dan dat.
RENTMEESTER
Hoe het wel zou moeten zijn blijkt uit het gedrag van de betrouwbare en verstandige rentmeester die de knechten van zijn heer op tijd het eten geeft dat hun toekomst (Lc. 12:42). Zich een schat verwerven in de hemel, rijk zijn bij God, betekent: delen, ieder het zijne geven, weten dat je geen eigenaar, maar beheerder en rentmeester bent. Een schat in de hemel betekent rechtvaardigheid voor iedereen, in Gods nieuwe wereld.
dienaar
Jezus heeft zelf het voorbeeld gegeven. Hij heeft het over goede knechten die hun heer opwachten en die direct opendoen wanneer hij aanklopt. Die goede en waakzame knechten hebben een goede heer, want hij zal zijn gordel omdoen en hen voor de maaltijd nodigen en hen bedienen. Hiermee wordt een beeld van Jezus gegeven, die heeft gezegd: wie is belangrijker: degene die aanligt of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient (Luc. 22:27). In het evangelie van Marcus zegt Jezus met evenveel woorden: de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen (10:45).
Wanneer we het geloof zien als dienen, als delen, ieder het zijne geven, je niet als eigenaar gedragen, maar als beheerder en rentmeester, dan hebben wij een schat in de hemel, dan zijn wij rijk bij God, dan zijn wij evenals Abraham op weg, op weg naar het koninkrijk van God. Dan maken we dit rijk waar. Dit rijk is niet iets alleen maar voor later, in de hemel: het wordt nu al werkelijkheid, hier op aarde.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 10 de agosto de 2025
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)