HolytideVida católica en Ámsterdam

HomilíaKrijtbergHH. Petrus en Paulus

Santos Pedro y Pablo, Iglesia de San Francisco Javier

Traducción automática, verificada de forma independiente · HH. Petrus en Paulus, Xaveriuskerk

Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Ilustración: Manuscript Leaf with the Annunciation, from a Book of Hours, Anonymous (Netherlandish) (ca. 1500–1525) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Hermanos y hermanas, en el centro de Roma se encuentra una iglesia que se llama San Pedro en cadenas, San Pietro in vincoli en italiano. Bajo el altar se encuentran las cadenas que, según creemos, llevó el apóstol Pedro cuando fue encarcelado por Herodes. En los Hechos de los Apóstoles oímos cómo Pedro es liberado, lo cual es para él una señal de que el Señor Dios está actuando, dándole la libertad para poder llevar a cabo su labor de apóstol, a saber, el anuncio de la Buena Noticia.

Ya durante la vida de Jesús, Simón Pedro expresó su fe confesando que Jesús es el Cristo, el Hijo de Dios. Pero más tarde su fe sería puesta a prueba cuando Jesús entró voluntariamente en la pasión y hubo de morir la muerte de cruz. Solo después de Pentecostés, cuando los apóstoles recibieron el Espíritu, el santo Pedro se atrevió a proclamar con plena convicción que Jesús había resucitado, y se convirtió en el líder de la joven Iglesia, la roca sobre la cual está edificada la Iglesia.

Pedro mismo habría de sufrir la muerte de cruz, durante la persecución de los cristianos bajo el emperador Nerón. La tradición relata que Pedro, a petición expresa de sus correligionarios, huyó de la ciudad de Roma. Pero al llegar a la puerta de la ciudad, ve a Jesús en una visión y le pregunta: «Quo vadis?» ¿Adónde vas? A lo que el Señor respondió: «Voy a Roma para ser crucificado de nuevo.» Entonces Pedro dijo: «Entonces vuelvo, Señor, para ser crucificado junto contigo.» Entonces el Señor subió de nuevo al cielo, mientras Pedro regresaba a la ciudad, donde fue capturado inmediatamente por los hombres de Nerón. Fue crucificado cabeza abajo, mientras Pablo, como ciudadano romano, fue muerto a espada.

Pablo escribe a Timoteo que el Señor estuvo a su lado y le dio la fuerza para cumplir hasta el final su ministerio de anunciador de la Buena Noticia. La fe en Jesucristo, a quien Pablo nunca conoció en persona, ha penetrado tan profundamente en su ser que Cristo se ha convertido en toda su vida. Y esa fe es, en el fondo, una fe esperanzada, porque se basa en la conciencia de que el Hijo de Dios le amó a él, y también a nosotros, y se entregó a sí mismo por nosotros. Como Juez justo, Él recompensará a los que esperan con amor su venida.

A nosotros se nos ha dado la tarea de dar testimonio de la verdad que está en el mismo Cristo. Esto exige que seamos honestos y anunciemos el reino de Dios. Y lo hacemos en un mundo azotado por la violencia y la injusticia.

El domingo pasado una iglesia ortodoxa en Siria fue atacada por un terrorista suicida, que mató a 25 personas e hirió a más de 60 otras antes de quitarse la vida. Según el nuevo gobierno sirio, el hombre estaba vinculado al Estado Islámico. Es evidente que no hay justificación alguna –religiosa, moral o racional– para asesinar a inocentes, y ciertamente no en un lugar sagrado. También es evidente que debemos permanecer vigilantes frente a tales amenazas.

Otro país de Oriente Medio, Irán, ha encarcelado y ejecutado durante décadas a cristianos que habían expresado, abierta o secretamente, su fe en el Dios Uno y Trino. Estos cristianos se enfrentaron al poder gobernante, así como los santos Pedro y Pablo, por su predicación, se enfrentaron en su tiempo.

En Roma se pueden ver las mazmorras donde, según la tradición, fueron encarcelados Pedro y Pablo. Encima de las mazmorras se ha construido una pequeña iglesia, como signo de que la fe vence a la dictadura y al terror. Unámonos a esa gran corriente de personas que toman ejemplo de los apóstoles Pedro y Pablo, dando expresión a una fe fuerte y esperanzada, que sostiene que el bien y lo verdadero, la paz y la justicia vencen finalmente. Amén.

Un párrafo no pudo cotejarse palabra por palabra con el original y se ha omitido. Lea el original.

Texto original · Neerlandés

HH. Petrus en Paulus, Xaveriuskerk

Broeders en zusters, in het centrum van Rome bevindt zich een kerk die St. Petrus’ banden heet, San Pietro in vincoli in het Italiaans. Onder het altaar liggen de kettingen waarvan we aannemen dat de apostel Petrus ze droeg toen hij door Herodes in de gevangenis was gezet. In de Handelingen van de Apostelen horen we hoe Petrus wordt bevrijd, hetgeen voor hem een teken is dat God de Heer aan het werk is, die hem de vrijheid geeft om zijn werk als apostel te kunnen verrichten, namelijk het verkondigen van de blijde Boodschap.

Al tijdens Jezus’ leven verwoordde Simon Petrus zijn geloof, door te belijden dat Jezus de Christus is, de Zoon Gods. Maar later zou zijn geloof danig op de proef worden gesteld, toen Jezus vrijwillig het lijden in ging en de kruisdood moest sterven. Pas na het Pinksterfeest, toen de apostelen de Geest hadden ontvangen, durfde de heilige Petrus vol overtuiging te verkondigen dat Jezus verrezen was en werd hij de leider van de jonge Kerk, de steenrots waarop de Kerk is gebouwd.

Petrus zal zelf de kruisdood moeten ondergaan, tijdens de christenvervolging onder keizer Nero. De overlevering verhaalt dat Petrus op uitdrukkelijk verzoek van zijn medegelovigen de stad Rome uitvlucht. Maar als hij bij de stadspoort komt, ziet hij Jezus in een visioen, aan wie hij vraagt: ‘Quo vadis?’ Waar gaat u heen? Waarop de Heer antwoordde: ‘Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden.’ Daarop zei Petrus: ‘Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden.’ Daarop steeg de Heer weer ten hemel, terwijl Petrus terugkeerde, de stad in, waar hij onmiddellijk door de mannen van Nero gegrepen werd. Hij werd gekruisigd, ondersteboven, terwijl Paulus als Romeins staatsburger door het zwaard werd gedood.

Paulus schrijft aan Timoteüs dat de Heer hem terzijde heeft gestaan en hem kracht heeft gegeven zijn ambt als verkondiger van de blijde Boodschap ten einde toe te vervullen. Het geloof in Jezus Christus, die Paulus zelf nooit in levenden lijve heeft ontmoet, is zó diep in zijn wezen doorgedrongen, dat Christus zijn hele leven is geworden. En dat geloof is in de kern een hoopvol geloof, want gebaseerd op het besef dat de Zoon van God hem, en ook ons, heeft liefgehad en zichzelf heeft gegeven voor ons. Als rechtvaardige Rechter zal Hij hen belonen die met liefde uitzien naar zijn komst.

Aan ons is de taak gegeven om te getuigen van de waarheid die in Christus zelf is. Dit vraagt dat we eerlijk zijn en Gods rijk verkondigen. En dat doen we in een wereld die geteisterd wordt door geweld en onrecht.

Vorige week zondag is een orthodoxe kerk in Syrië aangevallen door een zelfmoordterrorist, die 25 mensen heeft gedood en meer dan 60 anderen heeft verwond, voordat hij zelfmoord pleegde. Volgens de nieuwe Syrische regering was de man gelieerd aan Islamitische Staat. Het is duidelijk dat er geen rechtvaardiging is – religieus, moreel of rationeel – voor het vermoorden van onschuldigen, en al helemaal niet in een heilige ruimte. Het is ook duidelijk dat we waakzaam moeten blijven met betrekking tot dergelijke bedreigingen.

Een ander land in het Midden-Oosten, Iran, heeft tientallen jaren christenen gevangengezet en geëxecuteerd die openlijk of in het verborgene hun geloof in de Drie-ene God hadden geuit. Deze christenen deden dat, net zoals de heiligen Petrus en Paulus door hun prediking destijds op tegenstand stuitten van de heersende macht.

In Rome zijn de kerkers te zien waar Petrus en Paulus volgens de overlevering gevangen zijn gezet. Boven op de kerkers is een klein kerkje gebouwd, ten teken dat het geloof de dictatuur en de terreur overwint. Laten wij ons voegen in die grote stroom van mensen, die een voorbeeld nemen aan de apostelen Petrus en Paulus, door uiting te geven van een krachtig en hoopvol geloof, dat het goede en het ware, de vrede en de gerechtigheid uiteindelijk overwinnen. Amen.

Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 29 de junio de 2025

Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)

Fuente