HolytideVida católica en Ámsterdam

HomilíaKrijtbergDerde zondag door het jaar

Los libros cobran vida

Traducción automática, verificada de forma independiente · Boeken komen tot leven

Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Ilustración: Manuscript Leaf with the Annunciation, from a Book of Hours, Anonymous (Netherlandish) (ca. 1500–1525) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Los libros deben ser leídos

En la primera y en la tercera lectura un libro desempeña un papel central. La primera lectura nos traslada a una plaza de Jerusalén. Esa plaza está completamente llena de gente, regresada del destierro de Babilonia. Hacen un nuevo comienzo en una ciudad reconstruida. El sacerdote-escriba Esdras lee en voz alta de un libro desde que amaneció hasta el mediodía. El libro del que se ha tomado esta larga lectura es la ley de Moisés.

En las lecturas de hoy, pues, un libro ocupa el centro, no un libro como objeto, sino como un interlocutor vivo. Un libro en la estantería está incompleto. Un libro solo se completa cuando usted lo saca de la estantería y lee en él o lee de él en voz alta, y cuando se lo escucha. Solo entonces el libro cobra vida. Visto así, el lector y el oyente son tan importantes como el escritor.

El libro de la ley de Moisés

¿Qué produce el libro en la primera lectura? El pueblo escuchó atentamente la lectura y estalló en lágrimas al oír las palabras de la ley. Los ideales que se les presentaban en el libro contrastaban con lo que ellos habían hecho de ellos. Al escuchar las palabras de la ley se hicieron conscientes de sus faltas. Pero Esdras consuela a su auditorio con el pensamiento de que Dios les da una nueva oportunidad en un Jerusalén reconstruido. Concluye: Preparen un banquete con buena comida y bebida, y repartan parte de él a quien no tiene nada. Ellos pueden repararlo haciendo de ello una fiesta. Una fiesta para todos. Eso significa: compartir con quien no tiene.

Una lectura de la Escritura que desemboca en una fiesta. Un libro que cobra vida. Lo leemos en el final del relato (que no se ha leído en voz alta, pero que forma parte de él): Entonces todos fueron a comer y beber. Compartieron todo entre sí e hicieron de ello una gran y alegre fiesta. Habían comprendido lo que se les había dicho (Nehemías 8, 12).

el rollo del profeta Isaías

También en el evangelio de hoy se trata de un libro que debe cobrar vida. Jesús abre el rollo de Isaías y lee:

El Espíritu del Señor está sobre Mí, porque Él me ha ungido. Él me ha enviado a anunciar la buena nueva a los pobres, a proclamar la liberación a los cautivos…, a proclamar un año de gracia del Señor.

En estas palabras Jesús ve expresada su propia misión vital. Después de la lectura pronuncia una homilía, la más breve que jamás dio: Hoy se ha cumplido esta Escritura que ustedes han escuchado. Lo que Jesús lee de Isaías se cumple en él. Así como Esdras en la primera lectura exhortaba a sus oyentes a no llorar por sus faltas del pasado, sino a repararlas en el presente compartiendo con los demás y haciendo de ello una fiesta, así Jesús es enviado a proclamar la liberación a los cautivos, es decir, el perdón como respuesta al arrepentimiento. Él es enviado a anunciar la buena nueva a los pobres. No porque a ellos se les prometa riqueza, sino porque se les da a entender que Dios está de su parte, que la verdadera religión va acompañada de justicia, de compartir honestamente juntos.

Al final del texto leído por Jesús aparece el término: el año de gracia del Señor. Es lo mismo que el 'año jubilar' (cf. Lev. 25). En su tiempo la tierra fue repartida honestamente entre los israelitas, pero con el paso del tiempo algunos se hacían cada vez más ricos y otros cada vez más pobres. Pero cada cincuenta años había un año jubilar: entonces había que poner fin a la desigualdad que había crecido. Entonces había que condonar todas las deudas. Todos los esclavos – deudores incumplidos a quienes se les había arrebatado la libertad – debían ser puestos en libertad, para que hubiera igualdad de nuevo.

LOS LIBROS COBRAN VIDA

Jesús declara en su breve homilía después de la lectura de Isaías que el año jubilar se había hecho realidad en él. Pero con esta declaración el relato aún no termina. El relato solo termina de verdad cuando cada uno que lo escucha lo pone en práctica. Esto significa que nosotros debemos terminar el relato. Cuando nos dejamos perdonar por Dios y cuando compartimos entre nosotros, los libros de los que leían Esdras y Jesús cobran vida. El año jubilar judío, el 'año de gracia del Señor', encuentra una continuación en el 'año santo', que tiene lugar cada 25 años. También 2025 es un 'año santo'. Una vez más una oportunidad de terminar el relato de Jesús aceptando el perdón de Dios y compartiendo entre nosotros para que cada uno tenga suficiente.

Un párrafo no pudo cotejarse palabra por palabra con el original y se ha omitido. Lea el original.

Texto original · Neerlandés

Boeken komen tot leven

Boeken moeten gelezen worden

In de eerste en de derde lezing speelt een boek een centrale rol. De eerste lezing verplaatst ons naar een plein in Jeruzalem. Dat plein staat helemaal vol met mensen, teruggekeerd uit de Babylonische ballingschap. Ze maken een nieuw begin in een herbouwde stad. De priester-schriftgeleerde Ezra leest voor uit een boek vanaf het moment dat het licht werd tot de middag. Het boek waaruit deze lange lezing is genomen, is de wet van Mozes.

In de lezingen van vandaag staat dus een boek centraal, niet een boek als een voorwerp, maar als een levende gesprekspartner. Een boek in de kast is onaf. Een boek wordt pas voltooid wanneer je het uit de kast haalt en erin leest of eruit voorleest en wanneer er naar geluisterd wordt. Pas dan komt het boek tot leven. Zo gezien zijn de lezer en de luisteraar even belangrijk als de schrijver.

Het wetboek van Mozes

Wat brengt het boek in de eerste lezing teweeg? Het volk luisterde aandachtig naar de voorlezing en barstte in tranen uit toen het de woorden van de wet hoorde. De idealen die hun in het boek werden voorgehouden contrasteerden met wat zij ervan hadden gemaakt. Door naar de woorden van de wet te luisteren werden zij zich van hun tekortkomingen bewust. Maar Ezra troost zijn gehoor met de gedachte dat God hun een nieuwe kans geeft in een herbouwd Jeruzalem. Hij besluit: Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken, en deel ervan uit aan wie niets heeft. Zij kunnen het weer goed maken door er een feest van te maken. Een feest voor iedereen. Dat betekent: delen met wie niet heeft.

Een Schriftlezing die uitloopt op een feest. Een boek dat tot leven komt. Dat lezen we in het slot van het verhaal (dat niet is voorgelezen, maar dat er wel bij hoort): Toen ging iedereen eten en drinken. Ze deelden alles met elkaar en maakten er een groot en vrolijk feest van. Ze hadden begrepen wat hun was verteld (Nehemia 8:12).

de boekrol van de profeet Jesaja

Ook in het evangelie van vandaag gaat het over een boek dat tot leven moet komen. Jezus opent de boekrol van Jesaja en leest:

De Geest van de Heer rust op Mij, want Hij heeft Mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij Mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken…, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.

In deze woorden ziet Jezus zijn eigen levensopdracht verwoord. Na de lezing houdt hij een preek, de kortste die hij ooit gegeven heeft: Vandaag is de schrifttekst die jullie gehoord hebben in vervulling gegaan. Wat Jezus voorleest uit Jesaja, wordt in hem bewaarheid. Zoals Ezra in de eerste lezing zijn hoorders voorhield niet te huilen om hun tekortkomingen in het verleden, maar om het weer goed te maken in het heden door met anderen te delen en er een feest van te maken, zo is Jezus gezonden om aan gevangenen vrijlating bekend te maken, dat wil zeggen vergeving als antwoord op berouw. Hij is gezonden om aan armen goed nieuws te brengen. Niet dat aan hen rijkdom wordt beloofd, maar hun wordt te verstaan gegeven dat God aan hun kant staat, dat echte godsdienst gepaard gaat met gerechtigheid, met samen eerlijk delen.

Op het eind van de door Jezus gelezen tekst valt de term: het genadejaar van de Heer. Dat is hetzelfde als het 'jubeljaar' (zie Lev. 25). Ooit was het land eerlijk verdeeld onder de Israëlieten, maar in de loop der tijden waren sommigen almaar rijker en anderen almaar armer geworden. Maar om de vijftig jaar was er een jubeljaar: dan moest een eind worden gemaakt aan de ongelijkheid die was gegroeid. Dan moesten alle schulden worden kwijtgescholden. Alle slaven – wanbetalers die van hun vrijheid waren beroofd - moesten worden vrijgelaten, zodat er weer gelijkheid was.

BOEKEN KOMEN TOT LEVEN

Jezus verklaart in zijn korte preek na de lezing uit Jesaja dat het jubeljaar in hem werkelijkheid was geworden. Maar met deze verklaring is het verhaal nog niet af. Het verhaal is pas echt af wanneer ieder die het hoort het in praktijk brengt. Dit betekent dat wij het verhaal af moeten maken. Wanneer wij ons door God laten vergeven en wanneer wij delen met elkaar, komen de boeken waaruit Ezra en Jezus lazen tot leven. Het Joodse jubeljaar, het ‘genadejaar van de Heer’, vindt een voortzetting in het ‘heilig jaar’, dat om de 25 jaar plaatsvindt. Ook 2025 is een ‘heilig jaar’. Weer een kans om het verhaal van Jezus af te maken door Gods vergeving te aanvaarden en door te delen met elkaar zodat ieder genoeg heeft.

Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 26 de enero de 2025

Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)

Fuentes

Inglés: PDF ↗