HomilíaKrijtberg3e zondag van Pasen
Tercer domingo de Pascua, año C, iglesia de San Francisco Javier
Traducción automática, verificada de forma independiente · 3e zondag van Pasen, jr. C, Xaveriuskerk
Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Hermanos y hermanas, si usted sale estos días al campo, puede encontrarse con corderitos en las praderas. Saltan por la hierba, juegan entre sí y siguen a su madre, que se toma todo con calma.
En el tiempo de los apóstoles, los corderos eran sobre todo animales de sacrificio, que se degollaban para ser ofrecidos a Dios. En la visión de Juan, ese Cordero inocente es precisamente entronizado, revestido de dignidad y poder y en posesión de riqueza, sabiduría y fuerza. A Él sea el honor por los siglos de los siglos.
Ya al principio del ministerio de Jesús queda claro que Él es el Cordero que dará su vida. Juan el Bautista lo señala y dice: «Éste es el Cordero de Dios». Los discípulos que lo oyen siguen a Jesús. En el evangelio de hoy escuchamos que el Señor resucitado, Jesús, pide de nuevo a Pedro que lo siga. Esto es un acontecimiento tan singular que debemos detenernos un momento en él. Los discípulos se encontraron con el Señor después de su muerte en la cruz. El Señor ya se les había aparecido una vez, pero al parecer no sabían bien cómo reaccionar. En realidad estaban algo desilusionados y habían retomado su antigua ocupación: la pesca. No pescan nada, hasta que un desconocido en la orilla les dice que echen la red a la derecha de la barca. Esto ya había ocurrido una vez antes en Galilea. También entonces Jesús había dicho a Simón Pedro que, tras una noche de fatiga inútil, volviera a echar las redes. Y por su palabra pescaron una enorme cantidad de peces. Ahora esto ocurre de nuevo, y es Juan, el discípulo amado, quien reconoce a Jesús.
Aquí sucede algo muy especial, pues cuando están desayunando con el Señor resucitado, nadie se atreve a preguntar: «¿Quién eres Tú?». Al parecer no sabían bien cómo reaccionar. Por eso Jesús, después del desayuno, toma aparte a Simón y le pregunta por tres veces si lo ama. El amor es el fundamento del ministerio, del seguimiento del Señor.
Los discípulos aún no han recibido el Espíritu Santo. Eso sucede solo en Pentecostés. Pero nosotros, hermanos y hermanas, recibimos el Espíritu en nuestro bautismo, y esto, normalmente, se confirma, esperemos, en la Confirmación. Nos corresponde a nosotros reconocer al Señor en todo lo humano, gracias al Espíritu que habita en nosotros. Y luego dar testimonio de su amor.
El día del Rey, la semana pasada, varios católicos de Hoofddorp salieron al mercado libre para conversar con la gente y preguntarles si querían participar en un curso alfa, un acercamiento a la fe y a la vida cristiana.
En Facebook vi un vídeo de una joven hermana dominica que explica en siete minutos quién es Dios. Hay toda clase de maneras de dar hoy testimonio del Señor resucitado.
Cuando los apóstoles lo hacen, esto despierta envidia en los sumos sacerdotes, y éstos prohíben a los apóstoles enseñar en el nombre de Jesús. Pero los apóstoles siguen adelante, sin importar las consecuencias. Al principio son puestos en libertad; más tarde algunos de ellos pagarán con su muerte su actuación. Y todavía hoy los cristianos son víctimas de persecuciones, como en Afganistán, Nigeria y Corea del Norte. Los obispos, sucesores de los apóstoles, siguen llamando a la justicia, la paz y la tolerancia. El Papa ha llamado repetidamente a la paz en Ucrania. Por fortuna, la solidaridad en el mundo es grande.
En el amor a Dios con todas nuestras fuerzas y al prójimo como a nosotros mismos se encierra la respuesta a lo que Jesús nos pide. Sin importar la incomprensión o la resistencia que esto pueda provocar. El amor es a la vez vulnerable y poderoso. El amor a Dios nos exige mucho, pero da una recompensa tan grande que no se puede imaginar. Por eso la Sagrada Escritura lo expresa en lenguaje figurado, como la pesca milagrosa y la visión de Juan del Cordero celestial. En la eucaristía podemos reconocer a Jesús y afirmar con Juan: «Es el Señor». Jesús pregunta a cada uno de nosotros si lo amamos a Él y unos a otros. Y si es así, nos corresponde responder de corazón a su llamada: «Sígueme». Amén.
Texto original · Neerlandés
3e zondag van Pasen, jr. C, Xaveriuskerk
Broeders en zusters, als je dezer dagen erop uittrekt naar het platteland, dan kan je in de weilanden lammetjes tegenkomen. Ze huppelen door het gras, spelen met elkaar en volgen hun moeder die het allemaal wel best vindt.
In de tijd van de apostelen waren lammeren vooral ook offerdieren, die geslacht werden om aan God opgedragen te worden. In het visioen van Johannes wordt zo’n onschuldig Lam juist op de troon gezet, bekleed met waardigheid en macht en in het bezit van rijkdom, wijsheid en kracht. Aan Hem komt de eer toe tot in de eeuwen der eeuwen.
Al in het begin van Jezus’ dienstwerk wordt het duidelijk dat Hij het Lam is dat zijn leven zal geven. Johannes de Doper wijst Hem aan en zegt: ‘Zie het Lam Gods’. De leerlingen die dit horen, gaan Jezus volgen. In het evangelie van vandaag hoorden we dat de verrezen Heer Jezus aan Petrus opnieuw vraagt om Hem te volgen. Dit is zo’n bijzondere gebeurtenis, dat we er even bij stil moeten staan. De leerlingen ontmoetten de Heer na zijn kruisdood. De Heer was hen al eens verschenen, maar blijkbaar weten ze niet goed hoe ze hierop moesten reageren. Ze waren eigenlijk wat gedesillusioneerd en hadden hun oude bezigheid weer opgepakt: vissen. Ze vangen niets, totdat een onbekende aan het strand hen zegt het net rechts van de boot uit te gooien. Dit was al een keer eerder gebeurd in Galilea. Ook toen had Jezus tegen Simon Petrus gezegd dat hij, na een nacht tevergeefs te hebben gezwoegd, opnieuw de netten moest uitgooien. En op zijn woord vingen ze een enorme hoeveelheid vis. Dit gebeurt nu opnieuw en het is Johannes, de beminde leerling, die Jezus herkent.
Er is hier iets bijzonders aan de hand, want als ze met de opgestane Heer zitten te ontbijten, durft niemand te vragen: ‘Wie zijt Gij?’. Blijkbaar wisten ze niet goed hoe ze moesten reageren. Daarom neemt Jezus Simon na het ontbijt apart en vraagt hem tot driemaal toe of hij Hem bemint. De liefde is de basis van het dienstwerk, van het volgen van de Heer.
De leerlingen hebben dan de heilige Geest nog niet ontvangen. Dat gebeurt pas met Pinksteren. Maar wij, broeders en zusters, hebben de Geest ontvangen bij ons doopsel en dit is normaal gesproken, hopelijk, bevestigd bij het Vormsel. Het is aan ons om de Heer te herkennen in alles wat menselijk is, dankzij de Geest die in ons verblijft. En vervolgens om van zijn liefde te getuigen.
Op Koningsdag, afgelopen week, gingen in Hoofddorp enkele katholieken op de vrijmarkt met mensen in gesprek om te vragen of ze mee wilden doen aan een alphacursus, een kennismaking met het geloof en met het christelijk leven.
Op facebook zag ik een filmpje van een jonge zuster dominicanes die in zeven minuten uitlegt wie God is. Er zijn allerlei manieren om vandaag de dag te getuigen van de verrezen Heer.
Wanneer de apostelen dit doen, leidt dit tot afgunst bij de hogepriesters en zij verbieden de apostelen om in Jezus’ Naam onderricht te geven. Maar de apostelen gaan door, ongeacht de consequenties. Aanvankelijk worden ze in vrijheid gesteld; later zullen sommigen van hen hun optreden met de dood moeten bekopen. En nog altijd worden christenen het slachtoffer van vervolgingen, zoals in Afghanistan, Nigeria en Noord-Korea. De bisschoppen, opvolgers van de apostelen, blijven oproepen tot rechtvaardigheid, vrede en verdraagzaamheid. De paus heeft geregeld opgeroepen tot vrede in Oekraïne. Gelukkig is de hulpvaardigheid in de wereld groot.
In het beminnen van God met al onze krachten en van onze medemens als onszelf ligt het antwoord besloten op datgene wat Jezus van ons vraagt. Ongeacht het onbegrip of de weerstand die dit kan oproepen. De liefde is tegelijk kwetsbaar en krachtig. De liefde tot God vraagt veel van ons, maar geeft een beloning die zo groot is, dat je je het niet voor kunt stellen. Daarom drukt de heilige Schrift dit uit in beeldtaal, zoals van de visvangst en in het visioen van Johannes van het hemelse Lam. In de eucharistie kunnen we Jezus herkennen en met Johannes beamen: ‘Het is de Heer’. Jezus vraagt aan ieder van ons of wij Hem en elkaar beminnen. En als dat zo is, dan is het aan ons om van harte te beantwoorden aan zijn oproep: ‘Volg Mij’. Amen.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 1 de mayo de 2022
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)