HomilíaKrijtberg29ste zondag, jr. B.
Domingo 29º, año B, iglesia de San Francisco Javier
Traducción automática, verificada de forma independiente · 29ste zondag, jr. B., Xaveriuskerk
Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Hermanos y hermanas, la presión hacia el éxito en nuestra sociedad es grande. Por ejemplo, en el mundo del deporte son conocidas las historias de gimnastas que son presionadas y humilladas para rendir al máximo. En la música, algunos artistas son acompañados con tanta severidad que surgen todo tipo de trastornos psicológicos, de los que a veces les cuesta mucho recuperarse. En la ciencia o en el periodismo se ganan puntos cuando se escribe de manera crítica sobre los colegas: una opinión llamativa suele tener más posibilidades de publicación que una postura prudente.
La lectura del Evangelio de hoy deja claro que la ambición incluso se daba entre los discípulos de Jesús. Santiago y Juan quieren que Jesús les dé en el cielo un lugar de honor a su derecha y a su izquierda. Y expresan este deseo inmediatamente después de que Jesús hubiera predicho por tercera vez que Él tendría que padecer en Jerusalén, sería condenado a muerte y resucitaría. Aparentemente, de esto habían entendido muy poco.
Jesús había elegido precisamente a Santiago y a Juan para ser testigos de su transfiguración en el monte, donde por un momento Él resplandeció ante sus ojos en toda su gloria. Sin embargo, poco después sueñan con estar ellos mismos en el cielo, sobre todo, lo más cerca posible de Él. Jesús no rechaza su petición, pero sí dice que no saben lo que piden. No le corresponde a Él determinarlo, sino a su Padre que está en el cielo. Jesús señala que ellos, como sus seguidores, y también nosotros, participaremos en el misterio del padecimiento y de la muerte de Jesús, compartiendo su bautismo y bebiendo el cáliz que Él les dará. Y Jesús nos recuerda que el poder terrenal a menudo conduce al abuso de poder, pero que en la Iglesia no debe ser así. Creo que la humillación que la Iglesia está atravesando actualmente tras otro nuevo informe sobre abusos, esta vez en Francia, nos hace comprender de nuevo esta verdad. Por eso es bueno que salga a la luz la verdad y que se haga justicia a las víctimas de los abusos. Los seguidores de Jesús deben formarse en el servicio; en ello se expresa su grandeza.
El profeta Isaías habla de una decisión del propio Señor de humillar a su siervo y hacerle padecer. Precisamente mediante esos esfuerzos el siervo del Señor justificará a muchos otros. A primera vista esto suena cruel, pero, mirándolo más de cerca, creo que podemos hacernos bastante una idea de ello. Usted puede pensar en el trabajo de los enfermeros, de los docentes, de los misioneros, personas que se olvidan de sí mismas en beneficio de los enfermos, de los niños, de las personas que aún no conocen a Cristo.
Su trabajo a veces es muy duro, pero cuando muchos otros pueden beneficiarse de él, eso da satisfacción. O pensemos en las actividades de los muchos voluntarios que se distinguen en la iglesia, o de los abuelos que cuidan de los nietos, o de los jóvenes que cuidan de sus familiares. Gracias a sus esfuerzos y a veces a sus fatigas, otros llegan a creer en la bondad del prójimo y, por ella, con la ayuda de su gracia, en el amor de Dios. Y ellos mismos, después de su padecimiento, verán la luz y quedarán saciados.
Hermanos y hermanas, el misterio del sufrimiento se explica más a fondo en la carta a los Hebreos, de la que oímos en la segunda lectura. Tenemos un Sumo Sacerdote capaz de compadecerse de nuestras debilidades, así dice el autor. Ese Sumo Sacerdote es Jesús, el Hijo de Dios. Él, que atravesó los cielos, que subió al cielo. Sería bien concebible que Cristo hubiera roto su relación con nosotros después de su ascensión. Precisamente porque Él sabe que todos tenemos nuestras debilidades. Pero, gracias a Dios, Él no ha roto la relación con nosotros. Sigue estando con nosotros y viene a nosotros en la celebración de los sacramentos, y su Espíritu permanece en nosotros. Porque Él mismo ha soportado la prueba del sufrimiento, puede ayudar a todos los que son probados. Por eso la Iglesia también nos pide que nos mantengamos firmes en nuestra confesión de fe en Él. La fe no solo puede darnos fuerza para perseverar en las dificultades, sino que también nos sostiene en nuestra ayuda a los demás. Y la fe en Jesús, finalmente, nos lleva a la eterna bienaventuranza. Amén.
Texto original · Neerlandés
29ste zondag, jr. B., Xaveriuskerk
Broeders en zusters, de drang naar succes in onze maatschappij is groot. Bijvoorbeeld in de sportwereld zijn de verhalen bekend van turnmeisjes die onder druk worden gezet en vernederd om maar zoveel mogelijk te presteren. In de muziek worden sommige artiesten zo streng begeleid, dat er allerlei psychische klachten ontstaan, die ze soms heel moeilijk te boven komen. In de wetenschap of in de journalistiek scoor je punten wanneer je kritisch schrijft over je collega’s: een opvallende mening maakt vaak meer kans op publicatie dan een voorzichtig standpunt.
De Evangelielezing van vandaag maakt duidelijk dat eerzucht zelfs onder de leerlingen van Jezus voorkwam. Jakobus en Johannes willen dat Jezus hen in de hemel een ereplaats geeft aan zijn rechter- en linkerhand. En ze uiten dit verlangen direct nadat Jezus voor de derde maal voorspeld had dat Hij in Jeruzalem zou moeten lijden, ter dood veroordeeld zou worden én zou verrijzen. Ze hadden hier blijkbaar maar heel weinig van begrepen.
Jezus had Jakobus en Johannes nog wel uitgekozen om getuigen te zijn van zijn gedaanteverandering op de berg, waar Hij even schitterde voor hun ogen in al zijn glorie. Toch dromen zij korte tijd later ervan dat zij zelf in de hemel toch maar vooral zo dicht mogelijk bij Hem mogen zijn. Jezus wijst hun verzoek niet af, maar zegt wel dat ze niet weten wat ze vragen. Het is niet aan Hem om dat te bepalen, maar aan zijn Vader in de hemel. Jezus wijst er op, dat zij als zijn volgelingen en ook wij het mysterie van Jezus’ lijden en sterven mee zullen voltrekken, door te delen in zijn doopsel en door de beker te drinken die Hij hen geven zal. En Jezus houdt ons voor, dat aardse macht vaak leidt tot machtsmisbruik, maar dat dit in de Kerk niet het geval mag zijn. Ik denk dat de vernedering die de Kerk momenteel doormaakt na weer een nieuw rapport over misbruik, deze keer in Frankrijk, ons opnieuw doordringt van deze waarheid. Het is dan ook goed dat de waarheid boven tafel komt en dat aan slachtoffers van misbruik recht wordt gedaan. De volgelingen van Jezus moeten zich bekwamen in dienstbaarheid, daarin komt hun grootheid tot uitdrukking.
De profeet Jesaja spreekt over een besluit van de Heer zelf om zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden. Juist door die inspanningen zal de dienaar van de Heer vele anderen rechtvaardigen. Dit klinkt op het eerste gezicht cru, maar bij nader inzien kunnen we er ons denk ik best iets bij voorstellen. U kunt denken aan het werk van verpleegkundigen, van docenten, van missionarissen, mensen die zichzelf wegcijferen ten gunste van zieken, van kinderen, van mensen die Christus nog niet kennen.
Hun werk is soms heel zwaar, maar wanneer vele anderen ervan kunnen profiteren geeft dat toch voldoening. Of denken we aan de werkzaamheden van de vele vrijwilligers die zich in de kerk verdienstelijk maken, of de opa’s en oma’s die voor de kleinkinderen zorgen, of de jongeren die mantelzorger zijn. Dankzij hun inspanningen en soms moeite gaan anderen geloven in de goedheid van de medemens en daardoor, met de hulp van zijn genade, in de liefde van God. En zij zelf zullen na hun lijden het licht zien en verzadigd worden.
Broeders en zusters, het mysterie van het lijden wordt nader verklaard door de brief aan de Hebreeën, waaruit we hoorden in de tweede lezing. Wij hebben een Hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden, zo zegt de auteur. Die Hogepriester is Jezus, de Zoon van God. Hij die de hemelen is doorgegaan, die is opgestegen ten hemel. Het zou goed denkbaar kunnen zijn, dat Christus zijn relatie met ons had verbroken na zijn hemelvaart. Juist omdat Hij weet dat wij allemaal onze zwakheden hebben. Maar Hij heeft God zij dank de relatie met ons niet verbroken. Nog altijd is Hij bij ons en komt Hij tot ons in de viering van de sacramenten en zijn Geest verblijft in ons. Omdat Hij zelf de proef van het lijden heeft doorstaan, kan Hij allen helpen die beproefd worden. Daarom vraagt de Kerk ook van ons dat wij vasthouden aan onze belijdenis in Hem. Het geloof kan ons niet alleen kracht geven om het vol te houden bij moeilijkheden, maar het steunt ons ook in onze hulp aan anderen. En het geloof in Jezus brengt ons tenslotte naar de eeuwige gelukzaligheid. Amen.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 17 de octubre de 2021
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)