ReflexiónBegijnhofkapel
Veertigdagentijd
Solo en neerlandés.

Als deze kapelkrant uitkomt is het bijna Aswoensdag. Het begin van de Vasten, de Veertigdagentijd. Een tijd voor soberheid en inkeer.
Intussen begint om ons heen de lente. De natuur komt weer tot leven, eerst voorzichtig en dan steeds uitbundiger. Een heel groot wonder. Overal bloesem, overal kleur. En geluid. Ooit werd ik op een nacht in april wakker van lawaai buiten. Ik keek uit het raam wat er toch aan de hand was en zag in de gracht voor mijn huis één enkele eend rondzwemmen. Een vrouwtjeseend die het uitschreeuwde. Niks moord en brand, het was hartstocht en levenslust, dat was wel duidelijk. Goed zo vrouw, zei ik zachtjes.
Maar er is zoveel om bij stil te staan. En lang niet alles is mooi en vol leven. De Veertigdagentijd gaat ook over het verraad door zijn vrienden, het oneerlijke proces, de martelingen en de kruisdood van Jezus.
En dan toch die lente. In je zomerjas naar de Kruisweg door een stad vol voorjaarsgroen en al die zojuist gearriveerde toeristen. In de Kapel is de sfeer heel ingetogen. Daar ben je net als ieder jaar opnieuw geschokt door het lijdensverhaal. En daarna zeldzaam ontroerd door die lange rij mensen die een bloem komen brengen naar Jezus aan het kruis. Er is donker, maar ook licht en hoop.
Laatst zag ik de film Kabul. City in the Wind. Een documentaire over het Kabul van tegenwoordig. Er is geen boom te zien en des te meer stof, werkelijk overal stof. Op straat zie je vooral mannen en jongens, want zo vrij is het er niet. Maar de kinderen zijn sterk. Als hun vader voor een tijdje moet vluchten naar Iran, nemen twee jonge broers zijn taken thuis over.
En je ziet meisjes in een huis die samen een groot kleed weven. Ze pakken steeds een losse draad en verwerken met hun handen al die draden tot een tapijt vol met kleur. Hoe beroerd de omstandigheden ook zijn, je weet het: ze zijn er, de kinderen, ze leven, aan hen zal het niet liggen.
De Veertigdagentijd: wat soberder zijn en meer rust nemen om de dingen weer eens te overwegen. Iets verder te kijken dan je dagelijkse zelf en je vaste beslommeringen. Om te kijken naar hoe goed we het hier vaak hebben. En hoe nietig je uiteindelijk als mens bent en hoe gigantisch het geheel.
Het hoort niet bij ons om ons terug te trekken op ons kleine eilandje achter hoge muren. Allemaal samen zijn we de schepping. We zijn bedoeld om elkaar te zien en voor elkaar te zorgen. De Veertigdagentijd is een mooi moment om ook daar weer bij stil te staan.
En dan is het Pasen. De derde dag na de kruisiging.
De vrouwen gingen heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: “Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?” Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al weg was.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: boletín
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 14 páginas)