HolytideCatholic life in Amsterdam

HomilyKrijtberg

on Mark 10:17–27

Automatic translation, independently checked · over Marcus, 10, 17 – 27

Illustration: Still Life with Flowers, a Snail and Insects, Joris Hoefnagel (1589) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Do you have a good friend, dear people? And then I am not talking about someone with whom you have a pleasant beer and exchange the latest news. There is nothing wrong with that, of course, but now I am speaking of a true friend. Someone who is part of your life. Someone who senses how you are doing. Someone who gives you a real answer when he or she asks: "How are you?" You know what I mean. It is always wonderful when you meet couples who have not only become spouses, not only each other's partners, but who have truly become each other's best friends. In such a relationship you want to be known by the other as you really are, and you want to have no secrets from one another. Secrets sow division. True friends do not allow 'whatever it may be' to disturb their bond.

I have been thinking: what kind of bond was there actually between Jesus and his disciples? We see them in the teacher – disciple relationship. Jesus tells them about God, about the Kingdom of God and about his own future in God. But his disciples had the greatest difficulty understanding what He meant, yet they did not dare ask Him any questions. We also clearly see Jesus as the leader, while the disciples are the followers. He determines where they go. He sends some ahead as forerunners or to prepare a meal. Sometimes He also lets them share in his work. He sent them out to preach that the Kingdom of God was at hand. He had them distribute the loaves that He had blessed and from which five thousand people would eat.

But Jesus also wanted to know what his disciples thought about Him. He asked them what the people were saying about him, but his real question was: And you, who do you say that I am? Often He let them feel that He knew them well. To Nathanael Jesus said that he is a true Israelite in whom there is no deceit. He foretold that Peter and Andrew would become fishers of men. And when He saw Levi sitting at his toll booth he called him, because He knew that this Levi would become the devoted Matthew. But Jesus also wanted to be known by them. Hence that question: And you, who do you say that I am? They had to come to know Him well, because they were his friends. He would wash their feet and did not want to call them servants or disciples but friends, because He had told them everything that the Father had made known to Him.

I find it comforting to know that Jesus had true friends, people whom He loved and with whom He felt at home. Friends whom He trusted and who, through this human friendship, after many good and bad experiences, would ultimately give their lives for Him.

Today's gospel tells of a young man who came up to Jesus with the question: What must I do to inherit eternal life? I think he was a good and gifted young man who possessed everything he could wish for, but who was still not satisfied with his life, still not truly happy. I think that, amid his possessions, he simply felt lonely. He was looking for a friend, one who cannot be bought for all the money in the world. After listening to Jesus and watching him attentively for a while, he felt increasingly drawn to Jesus. Perhaps this was the one, that friend he was seeking. He addresses Him, and after exchanging a few words the evangelist says that Jesus looked at him lovingly. They clearly clicked,

as we would say today. And then Jesus offers him his friendship. He invites him into that circle of his special friends. You are welcome, says Jesus, provided you can detach yourself from all the things that burden you, and that prevent you from becoming the happy person you would so much like to be.

Can you imagine what went on inside that young man when he heard the words of Jesus. He had of course certainly felt that Jesus was well disposed toward him. He must have felt that click between them. He must also have understood that Jesus truly wanted to free him from his attachment to his possessions and lifestyle, which had never really given him satisfaction either. And yet, he could not say 'yes' to Jesus' invitation. He was too firmly bound to his worldly life, which he could not let go. Mark tells us that "he was dismayed at that word of Jesus and went away sorrowful". Jesus Himself is also disappointed. He had come to love that young man and felt the rupture. He looked around and said to his disciples: "How hard it is for those who have money to enter the Kingdom of God. Humanly speaking it is almost impossible, but not with God, for with God all things are possible."

This, dear people, is one of those gospel stories that feel uncomfortable. We know of course that it is not set before us this Sunday because it is such a moving story from the life of Jesus. The Church offers it to us to make us reflect on our own life and our lifestyle. Did I come to church here today because it is the weekend? And that is simply what I do on weekends, because I love Gregorian chant so much and seek the silence?

Or am I here today because I cherish contact with Jesus, want to hear his words and share in his body and blood, which are broken and shed for us? Do I want to hear from Him what I must do to belong to his circle of friends? Do I need a more meaningful life, and do I hope that He will help me attain it?

The answer you can expect from Jesus is the same as what that young man heard. Jesus looks lovingly at you and me too, and welcomes us, as soon as we have freed ourselves from the bonds that prevent me, us, from following in Jesus' footsteps. There are so many hindrances, attachments that seem more important or more necessary, obstacles that are insurmountable for me. Jesus stands before us again today with his invitation. He promises us a fulfilled and meaningful life, He promises us the Kingdom of God. It is not easy; He never said it was. But surely we do not want to go away from here sorrowful? Help us, good God, to become free people in your service,

Amen.

Original text · Dutch

over Marcus, 10, 17 – 27

Hebt u een goede vriend, beste mensen? En dan heb ik het niet over iemand met wie je gezellig een biertje drinkt en de laatste nieuwtjes uitwisselt. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar nu heb ik het over een echte vriend of vriendin. Iemand die een deel van je leven is. Iemand die aanvoelt hoe het met je is. Iemand die je een echt antwoord geeft als hij of zij vraagt: "Hoe gaat het met je?" U weet wel wat ik bedoel. Het is altijd heerlijk als je paren ontmoet die niet enkel echtgenoten zijn geworden, niet alleen elkaars partners, maar die werkelijk elkaars beste vrienden zijn geworden. In zo een relatie wil je door de ander gekend worden zoals je werkelijk bent en je wilt dan voor elkaar geen geheimen hebben. Geheimen zaaien verdeeldheid. Echte vrienden laten niet toe dat 'wat dan ook' hun band zou verstoren.

Ik heb zitten denken: wat voor een band was er eigenlijk tussen Jezus en zijn leerlingen? We zien hen in de leraar – leerling relatie. Jezus vertelt hun over God, over het Koninkrijk van God en over zijn eigen toekomst in God. Maar zijn leerlingen hadden de grootste moeite om te begrijpen wat Hij bedoelde, maar ze durfden Hem geen vragen te stellen. We zien Jezus ook duidelijk als de leider, terwijl de leerlingen de volgelingen zijn. Hij bepaalt waar ze heen gaan. Hij stuurt enkelen vooruit als wegbereiders of om een maaltijd voor te bereiden. Soms laat Hij hen ook delen in zijn werk. Hij stuurde ze uit om te preken dat het Rijk Gods eraan stond te komen. Hij liet hen de broden uitdelen die Hij gezegend had en waar vijfduizend mensen van zouden eten.

Maar Jezus wilde ook weten wat zijn leerlingen over Hem dachten. Hij vroeg hen wat de mensen over hem zeiden, maar zijn echte vraag was: En jullie, wie denken jullie dat ik ben? Vaak liet Hij hun voelen dat Hij hen goed kende. Tegen Nathanaël zei Jezus dat hij een ware Israëliet is in wie geen bedrog is. Hij voorspelde dat Petrus en Andreas vissers van mensen zouden worden. En toen Hij Levi bij zijn tolhuis zag zitten riep hij hem, omdat Hij wist dat deze Levi de toegewijde Matteüs zou worden. Maar Jezus wilde ook door hen gekend zijn. Vandaar die vraag: En jullie, wie denken jullie dat Ik ben? Zij moesten Hem goed leren kennen, omdat ze zijn vrienden waren. Hij zou hen de voeten wassen en wilde hen geen dienaren of leerlingen noemen maar vrienden, omdat Hij hen alles had verteld wat de Vader Hem had doen weten.

Ik vind het fijn om te weten dat Jezus echte vrienden had, mensen van wie Hij hield en bij wie Hij zich thuis voelde. Vrienden die Hij vertrouwde en die, door deze menselijke vriendschap, na heel wat goede en slechte ervaringen, uiteindelijk voor Hem hun leven zouden geven.

Het evangelie van vandaag vertelt over een jonge man die op Jezus toekwam met de vraag: Wat moet ik doen om eeuwig leven te verwerven? Ik denk dat dat een goede en getalenteerde jonge man was die alles bezat wat hij kon wensen, maar die toch niet tevreden was met zijn leven, toch niet echt gelukkig. Ik denk dat hij zich, te midden van zijn bezittingen, gewoon eenzaam voelde. Hij zocht een vriend, een die voor geen geld van de wereld te koop is. Toen hij naar Jezus geluisterd had en hem een tijdje aandachtig had gadegeslagen voelde hij zich steeds meer tot Jezus aangetrokken. Misschien was dit wel iemand, die vriend, die hij zocht. Hij spreekt Hem aan, en na een paar woorden gewisseld te hebben zegt de evangelist dat Jezus hem liefdevol aan keek. Ze hadden een duidelijke klik,

zouden we vandaag zeggen. En dan biedt Jezus hem zijn vriendschap aan. Hij nodigt hem uit in die kring van zijn speciale vrienden. Je bent welkom, zegt Jezus, als je je tenminste los kunt maken van al de zaken die je belasten, en die je beletten de gelukkige mens te worden die je zo graag zou willen zijn.

Kunt u zich voorstellen wat er in die jonge man is omgegaan toen hij de woorden van Jezus hoorde. Hij had natuurlijk best wel gevoeld dat Jezus hem goed gezind was. Hij moet die klik tussen hen hebben gevoeld. Hij moet ook begrepen hebben dat Jezus hem echt wilde bevrijden van zijn gehechtheid aan zijn bezit en levensstijl, die hem ook nooit echt bevrediging hadden geschonken. En toch, hij kon niet 'ja' zeggen op Jezus uitnodiging. Hij zat te zeer vast aan zijn wereldse leven dat hij niet los kon laten. Marcus vertelt dat "hij verstrakte bij dat woord van Jezus en verdrietig ging hij weg". Jezus is zelf ook teleurgesteld. Hij was van die jonge man gaan houden en voelde de breuk. Hij liet zijn blik rondgaan en zei tegen zijn leerlingen: "Wat is het toch moeilijk voor mensen met geld het Koninkrijk van God binnen te gaan. Menselijk gesproken is het haast onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk."

Dit, beste mensen, is zo een evangelie verhaal dat ongemakkelijk aanvoelt. We weten natuurlijk dat het ons niet wordt voorgehouden op deze Zondag, omdat het zo een ontroerend verhaal is uit het leven van Jezus. De Kerk biedt het ons aan om ons te laten nadenken over ons eigen leven en onze levensstijl. Ben ik vandaag hier naar de kerk gekomen omdat het weekend is? En dat doe ik nu eenmaal in het weekend, omdat ik zo van gregoriaans houd en de stilte zoek?

Of ben ik hier vandaag omdat ik het contact met Jezus koester, zijn woorden wil horen en delen in zijn lichaam en bloed, die voor ons gebroken en vergoten worden? Wil ik van Hem horen wat ik doen moet om tot zijn vriendenkring te behoren. Heb ik behoefte aan een zinvoller leven en hoop ik dat Hij mij zal helpen dat te bereiken?

Het antwoord dat je van Jezus kunt verwachten is hetzelfde als wat die jonge man te horen kreeg. Jezus kijkt ook jou en mij liefdevol aan en heet ons welkom, zodra wij ons hebben bevrijd van de banden die mij, ons beletten in Jezus voetstappen te treden. Er zijn zoveel hinderpalen, gehechtheden die belangrijker of noodzakelijker lijken, obstakels die voor mij onoverkomelijk zijn. Jezus staat vandaag weer voor ons met zijn uitnodiging. Hij belooft ons een vervuld en betekenisvol leven, het Koninkrijk van God belooft Hij ons. Het is niet gemakkelijk, dat heeft Hij ook niet gezegd. Maar we willen toch niet verdrietig van hier weg gaan? Help ons, goede God, om vrije mensen te worden in uw dienst,

Amen.

Open the PDF · p. 1 ↗From: homily sheet · 10 October 2021

Full text, reproduced with the parish’s permission. (PDF, 2 pages)

Source