HolytideKatholiek leven in Amsterdam

PreekKrijtbergDoop van de Heer

Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde

Illustratie: Carduëlis, Chardonnet (The Goldfinch), from "Livre d'Oyseaux" (Book of Birds), Albert Flamen (1655–60) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Johannes doopte in de Jordaan een doopsel van bekering. Ook Jezus komt naar Johannes toe om gedoopt te worden. Maar Johannes sputtert tegen: Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij? Maar Jezus antwoordde: Toch moet je het doen, want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.

Gerechtigheid: wat is dat? Je moet om te beginnen onderscheid maken tussen de gerechtigheid van God en de gerechtigheid van mensen. Gods gerechtigheid betekent dat God rechtvaardig handelt, zonder partijdigheid. Het houdt in dat Hij het opneemt voor mensen aan wie onrecht wordt aangedaan: de misdeelden, de armen, weduwen en wezen, vreemdelingen. Het betekent ook dat God het onrecht, het kwaad, veroordeelt. Hij neemt de zonde serieus. Maar tegelijkertijd wil Hij de schuld van de mens teniet doen, want Hij is genadig en vergevingsgezind.

Ik citeer een psalm waarin wordt gezongen dat God recht verschaft aan de verdrukten, en ons niet vergeldt naar onze schuld:

De HEER doet wat rechtvaardig is, Hij verschaft recht aan de verdrukten... Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw... Hij straft ons niet naar onze zonden, Hij vergeldt ons niet naar onze schuld (103:6.8.10).

Beiden, Johannes en Jezus, wijzen op Gods gerechtigheid, maar ieder legt eigen accenten. Johannes verkondigt de ongeduldige God van het oordeel: De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen (Mt. 3:10). Maar Jezus zal de geduldige God verkondigen, die zijn zon laat opgaan over goede en slechte mensen en die het laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mt. 5:45). God laat het kwaad niet op zijn beloop, maar geeft de zondaar de tijd en de kans om zich te bekeren.

Aan Gods gerechtigheid dient de gerechtigheid van de mens te beantwoorden. Johannes en Jezus beantwoordden beiden aan de gerechtigheid van God. Dat hoorden we in de evangelielezing: zo dienen wij – Johannes en Jezus zelf - de gerechtigheid tot vervulling te brengen.

Het evangelie geeft een beeld van de gerechte Jezus door te verwijzen naar de gestalte van de dienaar uit de eerste lezing, uit Jesaja. Van Jezus en de dienaar wordt exact hetzelfde gezegd: in hem vind ik vreugde. Zo eindigt de evangelielezing en zo begint de lezing uit Jesaja. Ik citeer uit de eerste lezing:

Hier is mijn dienaar... in hem vind Ik vreugde... Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet... het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven... Hij zal niet uitdoven en breken tot hij op aarde het recht heeft gevestigd; de eilanden zien naar zijn onderricht uit... Ik... maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker.

Zoals gezegd: de dienaar uit de eerste lezing geldt als een profielschets van Jezus: geen geweld en vergelding, maar vergeving en vrede. Terwijl een stem uit de hemel over Jezus zegt: in hem vind ik vreugde, daalt de Geest van God als een duif op hem neer. De Geest van God, die in het begin van de schepping over de chaotische oervloed zweefde (Gen. 1:2), zweeft nu boven het water van de Jordaan als om aan te geven dat er sprake is van een nieuwe schepping en een nieuwe Adam, een nieuwe mens, de mens zoals door God bedoeld.

De doop van de Heer is weergegeven op de icoon die is afgedrukt op het misboekje. Een icoon is een venster op een andere wereld. Op de icoon van de doop van Jezus zien we hem staan in het water, als een nieuwe Adam. Aan de ene kant Johannes de Doper, met de bijl die aan de wortel van de boom ligt. Aan de andere kant engelen. Hemels licht wordt aangeduid door de gouden achtergrond en door de lichtstralen die van boven op de dopeling neerdalen.

De hoofdpersoon op een icoon is altijd weergegeven in vooraanzicht, hij kijkt je aan, zodat er persoonlijk contact is tussen hem en de beschouwer. De afgebeelde is om zo te zeggen in zijn beeltenis aanwezig. Met eerbied en genegenheid worden iconen gekust en bewierookt. Op de icoon van de doop van de Heer kijkt de dopeling ons aan, maar hij vraagt meer van ons dan verering alleen. Wat vraagt hij van ons?

Hij roept ons op om evenals hij de gerechtigheid te vervullen, om hem te volgen als mededienaren, om zo in zijn kielzog orde te scheppen in een chaotische wereld, om vrede te brengen. Vrede in onze eigen, onmiddellijke omgeving, maar ook vrede in een wereld van oorlog, geweld en wraak. Dit in het besef dat iedere daad van gerechtigheid, hoe gewoon, hoe klein en onzichtbaar ook, de wereld beter maakt.

Ik heb geprobeerd mijn preek zo kort mogelijk te houden. Toch wil ik nog een nawoord toevoegen omdat ik vandaag vier dat ik vijftig jaar geleden tot priester ben gewijd. Vijftig jaar geleden heb ik in het Torentje een stukje geschreven naar aanleiding van mijn wijding. Het Torentje is het mededelingenblad van de Christus Geboortekerk. In deze kerk, die intussen is afgebroken, ben ik tot priester gewijd. Ik citeer uit dat stukje, omdat ik er nog steeds achter sta:

Voorbij zijn de onwetendheid, de zekerheid en het enthousiasme van toen ik als 18-jarige intrad (in de orde der jezuïeten). Sindsdien ben ik andere wegen gaan leren waarderen...; sindsdien bleken vele zekerheden anders waar te zijn dan in de tijd van het rijke Roomse verleden, dat intussen voor de één voorwerp van jeugdsentiment is geworden, voor de ander een periode, waar hij met een zeker ressentiment aan terugdenkt, voor een derde misschien gewoon voltooid verleden tijd, die noch vertedering, noch verbittering oproept...

Toch blijf ik in de eens ingeslagen weg geloven en wil ik als priester en Jezuïet functioneren in dienst van de idealen zoals die in het evangelie zijn aangegeven... Het is de functie van de priester om deze waarden te verwoorden, om aanspreekbaar te zijn over die waarden.

In mensen leven allerlei vragen. Een kunstenaar kan deze oproepen, op een niet-verbale wijze. Wat de pastor betreft: als hij iets van een antwoord zal geven,... dan zal hij op de een of andere manier Jezus Christus in herinnering brengen als toonbeeld van God-met-ons, als voorbeeld van menselijkheid, als program voor eigen leven.

Na 50 jaar constateer ik dat ik nog steeds achter deze woorden kan staan.

Ik heb geprobeerd om mijn roeping waar te maken als priester-kunsthistoricus. Een collega priesterkunsthistoricus schreef mij bij gelegenheid van mijn wijding dat hij hoopte dat ik mij blijvend zou kunnen wijden aan de studie van de christelijke iconografie, een studie die ook zijn priesterleven verrijkte. Voor hemzelf betekende het in elk geval een enorm houvast in tijden van verandering.

Een ander schreef mij 50 jaar geleden dat studie kan helpen om rustig en toch geëngageerd te blijven bij alles wat er zich in denken en doen afspeelt: je leert het essentiële te onderscheiden dat achter zoveel en zo verschillende vormen schuilgaat. In die geest ben ik nagegaan hoe geloof in diverse perioden werd verbeeld en heb ik geprobeerd om zowel als priester en als kunsthistoricus te functioneren. Ik mag in ieder geval dankbaar zijn dat ik vandaag dit 50-jarig jubileum in deze kerk kan vieren.

Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 11 januari 2026

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 3 pagina’s)

Bron