HolytideKatholiek leven in Amsterdam

PreekKrijtberg

28e zondag, jaar C

Automatische vertaling, onafhankelijk gecontroleerd · 28th Sunday, yr. C

Datum volgens de bestandsnaam van de kerk.

Illustratie: Alcedo, Martin-pescheur (The Kingfisher), from "Livre d'Oyseaux" (Book of Birds), Albert Flamen (1655–60) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Beste broeders en zusters, de lezingen van vandaag gaan over het omgaan met ziekte en met het sterven. In de eerste lezing hoorden wij dat de Syriër Naäman wonderbaarlijk genezen wordt van zijn melaatsheid, door zich zevenmaal te onderdompelen in de rivier de Jordaan, volgens de raad van de profeet Eliseüs. Eerst is de legeroverste Naäman boos wanneer hij deze raad hoort en antwoordt hij: Zou ik mij niet kunnen wassen in de rivieren van Damascus in Syrië en rein worden? Maar blijkbaar moet hij leren vertrouwen op de woorden van Eliseüs, die belijdt te geloven in de ene God. Naäman volgt zijn raad en wordt genezen. Daarna bekeert hij zich en vraagt hij Eliseüs om wat aarde mee naar huis te nemen. Dit wil hij om de God van Israël te kunnen eren op wat hij nu als heilige grond beschouwt.

In het Evangelie wordt nog een vreemdeling genezen van melaatsheid, ditmaal een Samaritaan. Hij is de enige van de tien die genezen zijn, die terugkomt om Jezus te danken. Blijkbaar is het niet zo eenvoudig om dankbaar te zijn. De kern van de dankbaarheid aan God wordt uitgedrukt in psalm 97: 'De Heer heeft wonderen verricht. Juich dus voor de Heer, alle landen, verheug u en zingt.' Het is goed vaker stil te staan bij al de wonderschone dingen die God ons geeft. Velen mensen klagen over wat niet goed is en vergeten te kijken naar al het goede dat zij van God ontvangen. Het zijn dingen die wij voor niets hebben ontvangen, zoals liefde, goede gezondheid, ons verstand of een goed humeur. Dit zijn allemaal redenen om aan God iets terug te geven van de overvloed die wij hebben ontvangen.

Beste broeders en zusters, wanneer wij genezen worden, is dat natuurlijk een reden om dankbaar te zijn. Maar wij weten allemaal dat genezing niet altijd mogelijk is. Wat betreft melaatsheid, ook wel de ziekte van Hansen genoemd, komt deze heden ten dage nog voor in de tropen. Artsen en verpleegkundigen zijn druk bezig met het verstrekken van medicijnen aan melaatsheidspatiënten in vaak afgelegen gebieden.

In de tijden van Eliseüs en Jezus werden genezingen als wonderen beschouwd; in onze tijd is het eerder een kwestie van grootmoedigheid van mensen zoals u en ik, waardoor de juiste hulp de juiste plaats bereikt.

Wanneer de genezen Samaritaan terugkeert naar Jezus om Hem te danken, zegt Jezus: 'Uw geloof heeft u gered.' Uiteindelijk gaat het Jezus er meer om de ziel van de Samaritaan te redden, los van zijn ziekte. Nu neigen wij er in ons drukke leven vaak toe te vergeten dat onze ziel onsterfelijk is. Wij gaan van het ene naar het andere, wij zijn voortdurend in beweging, maar vaak denken wij niet zozeer aan het welzijn van onze onsterfelijke zielen. Onze ziel, dat wil zeggen ons leven, moet zich voorbereiden op het eeuwige leven. Onze lieve Heer Jezus roept ons op volmaakt te zijn, zoals onze hemelse Vader volmaakt is. Maar wij weten dat wij soms falen.

De Kerk leert ons dat wanneer wij in dit leven zondigen, sommige zonden in dit leven vergeven kunnen worden, terwijl andere zonden in het hiernamaals vergeven kunnen worden. Dit proces van de loutering van de ziel wordt het Vagevuur genoemd, voor hen die tot de heil zijn uitverkoren. Van de heiligen geloven wij dat zij het Vagevuur niet nodig hebben, maar dat zij na hun dood rechtstreeks in de hemel worden opgenomen. Het 'Vagevuur' is weer zo'n begrip dat in onze tijd vergeten lijkt te zijn, net als het begrip 'ziel'. De Heilige Schrift spreekt echter over de zinvolheid van het bidden voor de rust van de overledenen, namelijk in het tweede boek van de Makkabeeën. Daar staat in hoofdstuk 12: 'Daarom liet hij (dat is Judas Makkabeüs) een zoenoffer brengen voor de doden, opdat zij van hun zonde zouden worden verlost.' Als er geen loutering na de dood bestaat, dan zou zo'n offer als dat van Judas Makkabeüs geen zin hebben.

Beste broeders en zusters, het Evangelie van Jezus is een boodschap van eeuwig leven, als voortzetting van dit leven. Zo beschrijft de heilige Paulus het in zijn brief aan Timoteüs, die wij in de tweede lezing hebben gehoord: 'Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.' Jezus heeft geleden en is gestorven, voordat Hij terugkeerde in de heerlijkheid van zijn Vader. Hij heeft zich na zijn verrijzenis aan zijn discipelen getoond. Wanneer wij in nood zijn, blijft Jezus trouw, wat er ook gebeurt. Laten wij daarom altijd op Hem gericht zijn, omwille van onze zielen en voor onze eeuwige zaligheid. Amen.

Oorspronkelijke tekst · Engels

28th Sunday, yr. C

Dear brothers and sisters, today's readings are about dealing with illness and about dying. In the first reading we heard that the Syrian Naaman is miraculously healed of his leprosy, by immersing himself seven times in the river Jordan, following the prophet Elisha’s advice. At first, the army officer Naaman is angry when he hears this advice and replies: I could wash in the rivers of Damascus in Syria and be clean? But apparently, he needs to learn to trust in Elisha’s words, who proclaims to have faith in the one God. Naaman follows his advice and gets healed. He then converts and asks Elisha to take back home some earth. He wants this so that he could honor the God of Israel on what he now considers to be holy ground.

In the Gospel another stranger is healed of leprosy, this time a Samaritan. He is the only one out of ten who have been healed, who comes back to thank Jesus. Apparently, it is not so easy to be thankful. The core of thankfulness to God is expressed in psalm 97: ‘The Lord has worked wonders. So, shout to the Lord all the earth, ring out your joy.’ It is good to pause more often to meditate all the marvelous things which God gives us. Many people complain about what is not good and they forget to look at all the good things which they receive from God. These are things we have received freely, such as love, good health, our intelligence or a good mood. These are all reasons to return to God something of the abundance we have received.

Dear brothers and sisters, when we are healed, this is of course a reason to be thankful. But we all know that healing is not always possible. When it comes to leprosy, also known as Hansen's disease, it still occurs in the tropics today. Doctors and nurses are busy providing medication to leprosy patients in often remote areas.

In the times of Elisha and Jesus, healings were considered miracles; in our time, it is more a matter of generosity from people like ourselves, enabling the right help to reach the right place.

When the healed Samaritan returns to Jesus to thank Him, Jesus says: ‘Your faith has made you well.’ Ultimately, Jesus is more concerned to save the Samaritan’s soul, apart from his illness. Now we often tend to forget in our busy lives that our soul is immortal. We go from one thing to the next, we are constantly on the move, but often we do not think so much about the well-being of our immortal souls. Our soul, which means our life, needs to prepare for eternal life. Our dear Lord Jesus calls us to be perfect, just as our heavenly Father is perfect. But we know that sometimes we fail.

The Church teaches us that when we sin in this life, some sins can be forgiven in this life, whereas other sins can be forgiven in the next world. This process of the purification of the soul is called Purgatory, for those who are chosen for salvation. From the saints we believe that they don’t need Purgatory, but that after death they are taken up to heaven directly. ‘Purgatory’ is yet another concept which seems to be forgotten in our times, just as the concept of ‘soul’. However, Holy Scripture speaks about the meaningfulness of prayer for the repose of the deceased, namely, in the second book Maccabees. There it says in chapter 12: ‘Therefore he (that is Judas Maccabeus) made atonement for the dead, so that they might be delivered from their sin.’ When there is no such a thing as a purification after death, then such a sacrifice as Judas Maccabeus made, would make no sense.

Dear brothers and sisters, Jesus’ Gospel is a message of eternal life, as a continuation of this life. That is how St. Paul describes it in his letter to Timothy, which we heard in the second reading: ‘If we have died with Him, we will also live with Him.’ Jesus has suffered and died, before He returned in his Father’s glory. He has shown himself to his disciples after his resurrection. When we are in trouble, Jesus remains faithful, whatever happens. Let us therefore be always focused on Him, for the sake of our souls and for our eternal bliss. Amen.

Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 11 oktober 2025

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 2 pagina’s)

Bron