BezinningBegijnhofkapel
Katholieke kerk en slavernij: de pausen

Enkele Kapelkranten geleden schreef ik dat ik me wat meer wil verdiepen in de katholieke kerk en slavernij. En vorige keer dat ik het deze keer over de pausen wil hebben. Laat ik het zo zeggen: het onderwerp kerk en slavernij is zo omvangrijk dat het eigenlijk onbegonnen werk is. Alleen al over de houding van de pausen tegenover slavernij en hun theologische overwegingen daarbij zou je boeken kunnen volschrijven. Wat hoop ik nog wel een keer iemand gaat doen. Want er is door veel pausen over slavernij geschreven. Soms ertegen, soms ervoor, vaak ergens ertussenin. Er is blijkbaar altijd discussie over de slavernij geweest. Hieronder een kleine greep.
Rond 1430 bekeerden Spanje en Portugal op de Canarische Eilanden veel oorspronkelijke bewoners tot het christendom. Ze waren langs de westkust van Afrika op zoek gegaan naar waar ze handel konden drijven en deden verschillende eilanden aan. Op die eilanden vonden ook regelmatig overvallen plaats. Daarbij werden de bezittingen van de bewoners afgenomen en werden de bewoners zelf in slavernij naar Spanje of Portugal weggevoerd.
Paus Eugenius IV vaardigde in 1435 de encycliek Sicut Dudum uit. Hij nam stelling tegen de manier waarop de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden werden behandeld. De paus was bang dat de bewoners in deze omstandigheden niet in staat zouden zijn om door doop en bekering deelgenoot te worden van de Kerk. Hij veroordeelde in zijn bul met harde woorden het gedrag van Spanje en Portugal en eiste dat de bewoners weer vrij zouden worden gelaten. Wie geen gehoor zou geven aan zijn oproep kon zelfs geëxcommuniceerd worden.
Maar koning Duarte van Portugal klaagde bij de paus. En die kwam vervolgens in 1436 met een mildere bul: de christelijk gedoopten moesten ongemoeid worden gelaten, de niet-gedoopten mochten nu impliciet wel tot slaaf worden gemaakt.
In 1452 gaf Paus Nicolaas V aan koning Alfons V van Portugal expliciet toestemming om ongedoopte Afrikanen tot slaaf te maken, Dat waren moslims en heidenen en dus vijanden van God.
Uiteindelijk ging het hem erom dat ‘de genoemde Indianen en andere volken moeten worden bekeerd tot het geloof van Jezus Christus door de prediking van het woord van God en door het voorbeeld van een goed en heilig leven.’
Twee eeuwen later, in 1741, kwam Benedictus XIV met de bul Immensa Pastorum Principis. In een apostolische brief aan de bisschoppen van Brazilië en de koning van Portugal keerde hij zich tegen de slavernij van de inheemse volkeren van Amerika en andere landen. Er werd niet gesproken over zwarte Afrikanen.
Paus Gregorius VI veroordeelde in 1839 met In Supremo Apostolatus de trans-Atlantische slavenhandel. De vraag is een beetje of hij ook de slavernij in zijn geheel afwijst.
Misschien goed om te zeggen dat de transAtlantische slavenhandel op dat moment al in veel landen was afgeschaft.
Maar in 1866 schreef Pius IX nog: ‘De slavernij zelf is, naar haar wezen, geheel niet strijdig met de natuurwet en de goddelijke wet, en er kunnen verschillende rechtmatige titels zijn voor slavernij … Het druist niet in tegen de natuurwet of de goddelijke wet dat men een slaaf verkoopt, koopt, ruilt of wegschenkt.’
In 1866 was de slavernij overigens in de meeste landen al afgeschaft. Maar nog niet in Brazilië. Daar gebeurde dat als laatste katholieke land in 1888. In dat jaar was Leo XIII paus. In de encycliek In Plurimis veroordeelde hij de slavernij.
Pas tijdens het Tweede Vaticaans Concilie werd de slavernij veroordeeld in duidelijke taal. In de consitutie Gaudium et Spes art 29: ‘Daar alle mensen beschikken over een redelijke ziel en naar het beeld van God zijn geschapen, dezelfde natuur en dezelfde oorsprong hebben en daar zij, door Christus verlost, in het genot zijn van een zelfde roeping en goddelijke bestemming, dient 10 de fundamentele gelijkheid van allen steeds meer te worden erkend … De menselijke instellingen nu, privé of publieke, dienen ernaar te streven dienstbaar te zijn aan de waardigheid van de mens en aan diens eindbestemming; ook dienen zij met kracht te strijden tegen elke vorm van slavernij, zowel op sociaal als politiek vlak, en de fundamentele rechten van de mens in elk politiek bestel te waarborgen.’
En in de Catechismus van de Katholieke Kerk uit 1997 staat het als volgt (art. 2414): ‘Het zevende gebod verbiedt de activiteiten of de ondernemingen die, om welke reden dan ook – zij het uit egoïsme, ideologie, winstbejag of staatsdictatuur - ertoe leiden dat men mensen tot slaaf maakt, hun persoonlijke waardigheid miskent, hen koopt of verkoopt en hen als koopwaar ruilt. Het is een zonde tegen de waardigheid van de persoon en tegen zijn fundamentele rechten, dat mensen door gebruik van geweld verlaagd worden tot gebruiksvoorwerpen of tot bronnen van winst.’
Met dank aan Lucepedia e.a.
Eén alinea kon niet woord voor woord in het origineel worden teruggevonden en is weggelaten. Lees het origineel.
Open de PDF · p. 9 ↗Uit: parochieblad
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 14 pagina’s)