PreekKrijtberg1st Sunday Lent
1e zondag van de Veertigdagentijd, Jaar C, Xaveriuskerk
Automatische vertaling, onafhankelijk gecontroleerd · 1st Sunday Lent, Jr. C, Xavier Church
Datum volgens de bestandsnaam van de kerk.

Beste broeders en zusters, we hoorden in de eerste lezing dat God het Joodse volk bevrijdde uit Egypte, waar zij als slaven moesten werken. De Heer gaf hun hun vrijheid terug. Als antwoord daarop zegt Mozes dat het volk van God tot God moet komen, zich voor Hem moet neerbuigen en Hem de eerstelingen van het land moet aanbieden. In feite is dat precies wat wij hier doen wanneer wij samenkomen om de eucharistie te vieren. Alles mogen wij voor Hem neerleggen: onze zorgen over de situatie in de wereld, de oorlog in Oekraïne of in het Midden-Oosten, onze eigen zorgen en onze smeekbeden om verlossing uit deze situaties. Maar ook de dingen waar wij dankbaar voor zijn in ons leven: onze families en vrienden, de vrede in onze streken, het werk dat wij voor Hem mogen doen.
In het Evangelie hoorden wij hoe Jezus drie keer door de duivel verzocht wordt om kwaad te doen. Hier is het overduidelijk dat het de duivel is die dat doet. Maar vaak is hetlistiger, zoals bij de slang met Adam en Eva. Van het allerprilste begin van de schepping af wordt de mens geconfronteerd met het kwaad in deze wereld. Menschen misbruiken hun macht. In het afgelopen decennium zien wij dat er in Europa opnieuw mensenrechtschendingen plaatsvinden, met name de vrijheid van meningsuiting in Rusland en het recht om veilig te leven in Oekraïne. De vraag is altijd: wijzen wij het af, of gaan wij ermee mee?
In het Evangelie brengt de duivel Jezus bovenop de tempelpoort en zegt tot Hem: ‘als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden: de engelen zullen U opvangen’. Hier vraagt de duivel Jezus eigenlijk of Hij zal opgeven, of Hij Zichzelf zal vernietigen. Helaas zien wij dit maar al te vaak: mensen die zichzelf en anderen schade toebrengen door te ver te gaan, of het nu is door drinken of drugs, door conflicten uit te lokken in relaties, door vriendschap en liefde op het spel te zetten. Daarom zegt Jezus: ‘Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen’. God, die liefde is, heeft ons de vrijheid gegeven, maar wij moeten die vrijheid op een goede manier gebruiken.
De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning en gebed, van matigheid en werken van barmhartigheid. Wij kunnen kijken hoe wijzelf, op onze eigen manier, kunnen bijdragen aan meer gerechtigheid in onze wereld, bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor mensen die ziek of eenzaam zijn, of die door andere kwaden worden belast.
Zoals Jezus in de woestijn worden wij dagelijks blootgesteld aan allerlei verleidingen. Hoe moeilijk is het bijvoorbeeld om in deze wereld vooruit te komen zonder daarbij onze handen vuil te maken? Maar ook in kleine dingen, in de omgang met mensen: hoe groot zou de verzoeking kunnen zijn om onszelf te verheffen met de woorden die wij spreken en de ander in de schaduw te stellen? Wij zullen van tijd tot tijd fouten maken, dat is onvermijdelijk. Dat is nu eenmaal inherent aan onze zwakke menselijke natuur. Toch mogen wij, zelfs met onze fouten, het bij onze lieve Heer nog goed maken. Als wij het maar voor Hem neerleggen. Dit betekent natuurlijk wel dat wij eerst onze fouten moeten toegeven. In dit jubeljaar zijn daar verschillende mogelijkheden voor: sommigen gaan op bedevaart naar Rome of naar de Kathedraal van Haarlem, de Cokathedraal van Amsterdam of een van de andere jubelplaatsen in ons bisdom, of hier in onze kerk, waar ook gelegenheid zal zijn voor biecht en aanbidding.
Beste broeders en zusters, wij zijn niet altijd volmaakt: geen van ons is dat. Daarom komen wij hier: om ons voor God neer te buigen. Omdat wij beseffen dat wij gewoon gewone mensen zijn. En dat wij afhankelijk zijn van de goedheid van God. Daarvoor zijn deze veertig dagen: om ons dat weer voor ogen te stellen. Toch mogen wij ervan verzekerd zijn: als wij ons hart voor God openstellen, staat Hij klaar om ons alles te geven wat wij nodig hebben. Amen.
Oorspronkelijke tekst · Engels
1st Sunday Lent, Jr. C, Xavier Church
Dear brothers and sisters, we heard in the first reading that God freed the Jewish people from Egypt, where they had to work as slaves. The Lord gave them back their freedom. In response, Moses says the people of God should come to God, bow down before Him and oTer the first fruits of the land to Him. In fact, that is what we do here when we gather to celebrate the Eucharist. Everything we may lay down before Him: our concerns about the situation in the world, the war in Ukraine or in the Middle East, our own worries and our pleas for deliverance from these situations. But also the things we are grateful for in our lives: our families and friends, peace in our regions, the work we get to do for Him.
In the Gospel, we heard how Jesus is tempted three times by the devil to do evil. Here, it is abundantly clear that it is the devil who does that. But often it is more insidious, as with the serpent with Adam and Eve. From the very beginning of creation, man is confronted with evil in this world. People abuse their power. In the last decade, we see human rights violations happening again in Europe, in particular the freedom of speech in Russia and the right to live safely in Ukraine. The question is always: do we reject it, or go along with it?
In the Gospel, the devil brings Jesus on top of the temple gate and says to Him: ‘if you are the Son of God, throw yourself down: the angels will catch you’. Here the devil is actually asking Jesus if He will give up, if He will destroy Himself. Unfortunately, we see this all too often, people harming themselves and others by going too far, whether it is through drinking or drugs, by provoking conflicts in relationships, by risking friendship and love. Jesus therefore says: ‘You must not put the Lord your God to the test’. God who is love has given us freedom, but we must use that freedom in a good way.
Lent is a time of reflection and prayer, of temperance and acts of mercy. We can look at how we ourselves, in our own way, can contribute to more justice in our world, for instance by paying attention to people who are sick or lonely, or weighed down by other evils.
Like Jesus in the desert, we are daily exposed to all kinds of temptations. For example, how diTicult is it to move forward in this world without getting our hands dirty in the process? But also in small ways, in dealing with people: how great could be the temptation to exalt ourself with the words we speak and put the other person in the shade? We will make mistakes from time to time, that is inevitable. After all, that is inherent in our weak human nature. Yet even with our mistakes, we may still get away well with our dear Lord. If only we lay it before Him. Of course, this does mean that we must first admit our mistakes. In this jubilee year, there are several opportunities for this: some go on a pilgrimage to Rome or to Haarlem Cathedral, the Amsterdam Co-Cathedral or one of the other jubilee places in our diocese, or here in our church where there will also be opportunity for confession and adoration.
Dear brothers and sisters, we are not always perfect: none of us are. That is why we come here: to bow down before God. Because we realise that we are just ordinary people. And that we depend on the goodness of God. That is what these forty days are for: to remind us of that again. However, we can be assured: if we open our hearts to God, He is ready to give us everything we need. Amen.
Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 8 maart 2025
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 2 pagina’s)