HomilíaKrijtbergDerde zondag door het jaar
De Krijtberg, 2 de enero de 2026. Tercer domingo del año.
Traducción automática, verificada de forma independiente · De Krijtberg, 2 januari 2026. Derde zondag door het jaar.

Luz en la Galilea de los gentiles
La primera lectura nos sitúa en el norte de Israel. Esta región está amenazada por el poderoso rey de Asiria. Los habitantes son deportados, colonos paganos de otras tierras son traídos. Según Isaías, esta región se ha convertido en el dominio de otros pueblos (Is. 8,23). Pero el profeta insiste en que Dios está de parte de su pueblo amenazado y que al final habrá salvación: El pueblo que caminaba en tinieblas ve una luz espléndida (Is. 9,1).
También el evangelio nos sitúa en esta región septentrional. Oímos en el evangelio que Jesús se retiró a la Galilea de los gentiles (Mt. 4,14), en el norte. Aquí, en la frontera de la tierra de los judíos, en un rincón remoto del imperio romano, Jesús comienza su misión: proclamaba la buena nueva del reino – el nuevo mundo de Dios – y curaba toda enfermedad y toda dolencia entre el pueblo (Mt. 4,23). Con su actuación, la visión de luz de Isaías de la primera lectura comienza a hacerse realidad y se hace visible la intervención salvadora de Dios: Así se cumplió lo que fue dicho por medio del profeta Isaías, oímos en el evangelio (Mt. 4,14). Jesús no es presentado como un médico milagroso ni como un sanador por la fe, sino como alguien de quien huyen los demonios malignos, los demonios de los celos, del resentimiento, de los sentimientos de venganza, del miedo, de la violencia. Jesús ofrece nuevas perspectivas a las personas paralizadas por la desesperación y las frustraciones. En otras palabras: aquí se trata del reino de Dios, ese reino de justicia y paz del que Jesús habla constantemente.
Los primeros discípulos de Jesús
Pero con la venida de Jesús, el Reino de Dios, el nuevo mundo de Dios, todavía no estaba completo. Oímos en la lectura del evangelio cómo Jesús buscó y encontró colaboradores. Los primeros llamados eran pescadores. Primero Jesús llamó a Simón y Andrés. Estos dejaron sus redes y le siguieron. Después llamó a Santiago y Juan. Estos dejaron sus redes, su barca y a su padre, y siguieron a Jesús.
Estos cuatro apóstoles fueron llamados fuera de su profesión y de su familia. Gracias a su profesión y a su familia habían gozado hasta entonces de seguridad vital. Pero Jesús los llamó a una existencia nueva, a una comunidad nueva. En aquel entonces, la familia era la red social de seguridad por excelencia, pero la familia significaba también: nosotros y no ellos. Jesús llamó a una solidaridad que traspasaba las fronteras de la propia familia y del propio grupo, a una comunidad en la que nadie queda excluido.
El llamamiento de los cuatro fue bastante repentino. Jesús vio a Simón y Andrés, a Santiago y Juan, los llamó, y al instante lo dejaron todo y le siguieron. Con los rabinos ordinarios, los discípulos se inscribían con ellos. Pero en Mateo oímos que la iniciativa partía de Jesús. Él llamó y ellos le siguieron. No se mencionan más detalles biográficos o psicológicos. Nada de una historia de vocación. Lo único que contaba era que Jesús llamaba. Esto dice algo sobre la naturaleza del reino. La iniciativa no parte del hombre, sino de Dios. El hombre puede responder a ella.
Conclusiones
Sacamos tres conclusiones. Lo primero que llama la atención es que el origen del nuevo futuro no está en el centro, sino en la periferia. No en la capital, Jerusalén, donde residen el poder y la autoridad, sino en el margen. Esto ilustra el hecho de que el Reino de Dios no se fundamenta en lo que en la tierra es central e importante, no en el poder y la autoridad humanos.
En segundo lugar, llama la atención que la iniciativa parte de Dios. No son Pedro y Andrés, Santiago y Juan quienes eligen a Jesús como maestro. Es Jesús quien los elige y los llama fuera de su existencia antigua.
En tercer lugar, llama la atención que los primeros discípulos llamados responden a la voz que los llama, la de Jesús, y de manera inmediata y espontánea. Llamar es una mitad, responder es la otra mitad. Ambas pertenecen la una a la otra. Porque los llamados, pescadores ordinarios, dijeron sí, pudieron llegar a ser pescadores de hombres y cada vez más personas pudieron ser 'capturadas', de modo que el nuevo mundo de Dios pudo crecer.
Pero ahora, después de dos mil años, debemos constatar que ese reino todavía no existe. Ese Reino Tuyo, ¿sabe usted?, ¿llegará a algo alguna vez?, para citar a Gerard Reve (de: Nader tot u). Solo podemos decir que este reino, en lo que respecta a Dios, viene. Visto desde Dios, las posibilidades están ahí. Pero el hombre también es parte: debe quererlo. Para aplicarlo a nosotros mismos: nosotros debemos quererlo. La visión solo se hace realidad cuando decimos sí a ella. Entonces este reino se hace realidad, poco a poco. En cualquier momento podemos realizar esa visión. Todavía hoy podemos comenzar un futuro nuevo. Cada persona puede, en cada lugar y en cualquier momento, a su manera, hacer realidad el reino de Dios. Por pequeño e insignificante que sea nuestro aporte, el reino crece bajo nuestras manos. De eso podemos estar seguros.
Texto original · Neerlandés
De Krijtberg, 2 januari 2026. Derde zondag door het jaar.
Licht in het Galilea van de heidenen
De eerste lezing plaatst ons in noorden van Israël. Dit gebied wordt bedreigd door de machtige koning van Assyrië. Inwoners worden gedeporteerd, heidense kolonisten van elders worden geïmporteerd. Volgens Jesaja is dit gebied het domein van andere volken geworden (Jes. 8:23). Maar de profeet houdt vol dat God aan de kant staat van zijn bedreigde volk en dat er uiteindelijk redding zal zijn: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht (Jes. 9:1).
Ook het evangelie plaatst ons in dit noordelijke gebied. We hoorden in het evangelie dat Jezus uitweek naar het Galilea van de heidenen (Mt. 4:14), in het noorden. Hier, aan de rand van het land van de Joden, in een uithoek van het Romeinse rijk, begint Jezus zijn missie: hij verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk – Gods nieuwe wereld – en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk (Mt. 4:23). Met zijn optreden begint het lichtvisioen van Jesaja uit de eerste lezing werkelijkheid te worden en wordt Gods reddend ingrijpen zichtbaar: Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja, horen we in het evangelie (Mt. 4:14). Jezus wordt niet getekend als een wonderdokter of een gebedsgenezer, maar als iemand voor wie de boze demonen wegvluchten, de demonen van jalousie, ressentiment, wraakgevoelens, angst, geweld. Jezus biedt nieuwe perspectieven aan mensen die verlamd zijn door wanhoop en frustraties. Met andere woorden: hier is sprake van het koninkrijk van God, dat rijk van gerechtigheid en vrede waar Jezus het almaar over heeft.
Jezus’ eerste leerlingen
Maar met de komst van Jezus was het Rijk van God, Gods nieuwe wereld, nog niet af. We hoorden in de evangelielezing hoe Jezus medestanders zocht en vond. De eerstgeroepen waren vissers. Eerst riep Jezus Simon en Andreas. Dezen lieten hun netten achter en volgden hem. Daarna riep hij Jakobus en Johannes. Dezen lieten hun netten, hun boot en hun vader achter en volgden Jezus.
Deze vier apostelen werden uit hun beroep en familie weggeroepen. Dank zij hun beroep en hun familie hadden zij tot dan toe bestaanszekerheid. Maar Jezus riep hen tot een nieuw bestaan, tot een nieuwe gemeenschap. Familie betekende destijds het sociale vangnet bij uitstek, maar familie betekende ook: wij en niet zij. Jezus riep op tot een solidariteit die de grenzen van de eigen familie en de eigen groep overschreed, tot een gemeenschap waarin niemand wordt uitgesloten.
Het roepen van de vier ging nogal overrompelend. Jezus zag Simon en Andreas, Jakobus en Johannes, riep hen en meteen lieten ze alles achter en volgden zij hem. Bij gewone rabbi's was het zo dat leerlingen zich bij hen aanmeldden. Maar bij Matteüs horen we dat het initiatief uitging van Jezus. Hij riep en zij volgden. Er worden verder geen biografische of psychologische bijzonderheden vermeld. Niets van een roepingsgeschiedenis. Het enige dat telde is dat Jezus riep. Dit zegt iets over de aard van het koninkrijk. Het initiatief gaat niet uit van de mens, maar van God. De mens mag hierop ingaan.
Conclusies
We trekken een drietal conclusies. Het eerste wat opvalt is dat de oorsprong van de nieuwe toekomst niet in het centrum ligt, maar in de periferie. Niet in de hoofdstad Jeruzalem, waar de macht en het gezag huizen, maar aan de rand. Dit illustreert het feit dat het Rijk van God niet gebaseerd is op wat op aarde centraal en belangrijk is, niet op menselijke macht en gezag.
In de tweede plaats valt op dat het initiatief van God uitgaat. Het zijn niet Petrus en Andrea, Jakobus en Johannes die Jezus als leraar kiezen. Maar het is Jezus die hen kiest en wegroept uit hun oude bestaan.
In de derde plaats valt op dat de eerstgeroepen leerlingen gehoor geven aan de roepstem van Jezus, en wel direct en spontaan. Roepen is de ene helft, gehoor geven is de andere helft. Beide horen bij elkaar. Doordat de geroepenen, gewone vissers, ja zeiden, konden ze vissers van mensen worden en konden steeds meer mensen worden ‘gevangen’, zodat Gods nieuwe wereld kon groeien.
Maar nu, na tweeduizend jaar, moeten we constateren dat dit rijk er nog steeds niet is. Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?, om Gerard Reve te citeren (uit: Nader tot u). We kunnen alleen maar zeggen dat dit rijk, wat God betreft, komt. Vanuit God gezien zijn de mogelijkheden er. Maar de mens is óók partij: hij moet willen. Om het op onszelf te betrekken: wij moeten willen. Het visioen wordt alleen maar werkelijkheid, wanneer wij er ja op zeggen. Dan wordt dit rijk, beetje bij beetje, werkelijkheid. Op elk moment kunnen wij dat visioen waarmaken. Vandaag nog kunnen wij een nieuwe toekomst beginnen. Ieder mens kan op iedere plek en op elk moment op zijn of haar wijze het koninkrijk van God tot stand brengen. Hoe klein en onaanzienlijk ons aandeel ook is, het rijk groeit onder onze handen. Daar kunnen we zeker van zijn.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 2 de enero de 2026
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 4 páginas)