HolytideVida católica en Ámsterdam

HomilíaKrijtbergZevende zondag door het jaar

El amor que da y perdona

Traducción automática, verificada de forma independiente · Gevende en vergevende liefde

Fecha según el nombre del archivo de la iglesia.

Ilustración: Ficedula, Piuoyne (The Bullfinch), from "Livre d'Oyseaux" (Book of Birds), Albert Flamen (1655–60) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Si alguien te golpea en la mejilla, preséntale también la otra mejilla, escuchamos en la lectura del Evangelio. Esta frase está tomada de un largo discurso de Jesús en el que formula los principios fundamentales de su mensaje. Su discurso no es un código de leyes y no es directamente aplicable a la vida diaria; piense en la otra mejilla que debe presentar. No encontramos en él directrices prácticas, pero sí se indica una dirección.

La cuestión que hoy se plantea es: ¿cómo debo situarme frente a las personas que no me son bien dispuestas? El Evangelio habla incluso de enemigos.

Aquí encaja la frase sobre la otra mejilla. Incluso escuchamos: amen a sus enemigos. ¿No es este un encargo irreal, imposible? Depende de lo que se entienda por amor. Se pueden distinguir tres clases de amor. Comenzamos con el eros: en esta clase de amor desempeñan un papel la pasión y el deseo sexual. En la segunda clase de amor se trata de la amistad que existe entre amigos y parientes. Este amor está marcado por la reciprocidad del dar y el recibir. En la tercera forma de amor el acento está en el dar y el perdonar.

Del amor en esta última forma trata el Evangelio de hoy. Está claro que no se pide enamorarse del enemigo. Así que no eros. Tampoco tiene que amarlo como ama a sus amigos o parientes. Queda la tercera clase de amor. ¿Qué puede implicar ese amor? Jesús da algunos ejemplos: Si alguien te golpea en la mejilla, preséntale también la otra mejilla, y no le niegues tu túnica interior a quien te quita el manto. Ahora bien, estas no son reglas concretas de conducta. Este tipo de frases son más bien una especie de carteles, destinados a llamar la atención. Cómo debe vivir exactamente, usted mismo lo determina. Pero el Evangelio sí quiere ofrecer un marco de pensamiento, una perspectiva, un ideal.

El Evangelio se aparta de la ley de la reciprocidad. En toda sociedad rige esta ley: frente al delito está el castigo. Cuando el delito ha sido castigado, el equilibrio queda restablecido. Esta reciprocidad ya fue formulada en Levítico:

Cuando alguien cause una lesión a otro, se le causará la misma lesión: fractura por fractura, ojo por ojo, diente por diente (24:19-20). En la sociedad civil este tipo de derecho es necesario. Pero el Evangelio señala que de esa manera el mal queda regulado, pero no desaparece. El derecho y la retribución pueden convertirse fácilmente en venganza, y la venganza provoca la contravenganza: una espiral de violencia.

La espiral de violencia recién mencionada no se rompe por la reciprocidad de la retribución, sino por la unilateralidad de la tercera clase de amor.

El Evangelio da dos motivaciones para no devolver mal por mal. La primera motivación es la llamada regla de oro, una regla que no fue inventada por Jesús, sino que ya existía antes de él. Traten a los demás como quieren que ellos los traten a ustedes (v. 31). Cuando usted está en deuda con alguien, se sentiría aliviado si él le dejara empezar de nuevo con una página en blanco.

Jesús da como segunda motivación la misericordia de Dios: Sean misericordiosos como su Padre es misericordioso (v. 36). Porque experimentamos la bondad y la misericordia de Dios, podemos a nuestra vez ser misericordiosos unos con otros. Porque hemos experimentado el amor perdonador de Dios, podemos a nuestra vez ejercer el amor que perdona. Cuando practicamos este amor, somos creativos, seguimos el ejemplo del Dios creador. Producimos bondad, con lo cual el mal queda anulado. Entonces vivimos según el Padre Nuestro: Perdona nuestras deudas, como también nosotros perdonamos a quienes nos deben algo (Mt. 6:13).

Texto original · Neerlandés

Gevende en vergevende liefde

Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, hoorden we in de evangelielezing. Deze zin is genomen uit een lange toespraak van Jezus waarin hij de grondbeginselen van zijn boodschap formuleert. Zijn toespraak is geen wetboek en niet direct toepasbaar op het dagelijkse leven, denk maar aan de andere wang die je moet aanbieden. We vinden er geen praktische richtlijnen, maar er wordt wel een richting aangegeven.

De vraag die vandaag aan de orde is luidt: hoe moet ik staan tegenover mensen die mij niet goed gezind zijn? Het evangelie spreekt zelfs van vijanden.

Hier valt de zinsnede over de andere wang. We hoorden zelfs: heb je vijanden lief. Is dit geen irreële, onmogelijke opdracht? Het ligt er maar aan wat je onder liefde verstaat. Je kunt drie soorten liefde onderscheiden. We beginnen met de eros: in dit soort liefde spelen hartstocht en geslachtsdrift een rol. In de tweede soort van liefde is sprake van de vriendschap die bestaat tussen vrienden en verwanten. Deze liefde is getekend door de wederkerigheid van geven en ontvangen. In de derde vorm van liefde ligt de nadruk op het geven en vergeven.

Over de laatste vorm van liefde gaat het in het evangelie van vandaag. Het is duidelijk dat er niet gevraagd wordt om verliefd te worden op je vijand. Dus geen eros. Je hoeft ook niet van hem te houden zoals je van je vrienden of verwanten houdt. Blijft over de derde soort van liefde. Wat kan die liefde inhouden? Jezus geeft een aantal voorbeelden: Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt ook je onderkleed niet. Nu zijn dit geen concrete gedragsregels. Dit soort zinnen zijn eerder een soort uithangborden, bedoeld om de aandacht te trekken. Hoe je precies moet leven bepaal jezelf. Maar het evangelie wil wel een bepaald denkkader bieden, een bepaald perspectief, een ideaal.

Het evangelie wijkt af van de wet van de wederkerigheid. In elke samenleving heerst deze wet: tegenover misdaad staat straf. Als de misdaad gestraft is, is het evenwicht hersteld. Deze wederkerigheid is al geformuleerd in Leviticus:

Wanneer iemand letsel toebrengt aan een ander, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht: een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand (24:19-20). In de burgerlijke samenleving is dit soort recht noodzakelijk. Maar het evangelie wijst erop dat op zo'n manier het kwaad wel wordt gereguleerd, maar niet verdwijnt. Recht en vergelding kunnen makkelijk omslaan in wraak, en wraak roept weerwraak op: een spiraal van geweld.

De zojuist genoemde spiraal van geweld wordt niet doorbroken door de wederkerigheid van de vergelding, maar wel door de eenzijdigheid van de derde soort van liefde.

Het evangelie geeft twee motiveringen om kwaad niet met kwaad te vergelden. De eerste motivering is de zogenaamde gulden regel, een regel die niet door Jezus is uitgevonden, maar die al vóór hem bestond. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen (v. 31). Wanneer je bij iemand in het krijt staat, zou je opgelucht zijn wanneer hij jou met een schone lei opnieuw zou laten beginnen.

Jezus geeft als tweede motivering de barmhartigheid van God: Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is (v. 36). Omdat wij Gods goedheid en barmhartigheid ondervinden, kunnen wij op onze beurt barmhartig zijn tegenover elkaar. Omdat wij Gods vergevende liefde hebben ervaren, kunnen wij op onze beurt vergevende liefde uitoefenen. Wanneer wij deze liefde beoefenen, zijn wij creatief bezig, volgen wij het voorbeeld van de scheppende God. Wij brengen goedheid voort, waardoor het kwade wordt tenietgedaan. Dan leven wij volgens het Onze Vader: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is (Mt. 6:13).

Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 23 de febrero de 2025

Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)

Fuentes

Inglés: PDF ↗