HomilíaKrijtbergKerstmis
El verbo se hizo carne
Traducción automática, verificada de forma independiente · Het woord is mens geworden

La Navidad significa: calor y luz en medio de la fría noche de invierno, expectación y esperanza cuando los días son cortos y las noches largas, un anhelo de un nuevo comienzo mientras el año llega a su fin. Sobre todo la misa de medianoche despierta en nosotros este tipo de asociaciones. El evangelio de la misa de medianoche habla del niño, envuelto en pañales y reclinado en el pesebre, y del canto de los ángeles: Gloria a Dios en el cielo y en la tierra paz a los hombres que ama el Señor (Lc. 2,14). Este evangelio es accesible para todos. ¿Quién no se enternece ante un niño indefenso? Todos quieren la paz, todos tenemos alguna vez buena voluntad.
La misa del día carece del romanticismo de la noche. La fría luz del invierno no puede competir con las velas en la noche. Y también el evangelio de la misa del día – el comienzo del evangelio de Juan – quizá nos diga menos, aunque en él aparece siete veces la palabra «luz». Es un evangelio difícil, abstracto. Alguien dijo en su momento que yace como una esfinge a la entrada del evangelio de Juan, y que apenas revela sus secretos.
Sin embargo, Juan dice lo mismo sobre el nacimiento de Jesús que los demás evangelistas, pero lo hace a su manera, como teólogo, diríamos. Las iglesias de Oriente llaman a Juan el «teólogo» y lo representan como un anciano de larga barba. Y, sin embargo, uno puede preguntarse si la lectura de Juan que acabamos de escuchar es teología. Hay biblistas que dicen que Juan utilizó un himno ya existente. Así que no un lenguaje teológico abstracto, sino un lenguaje poético de imágenes. No se expone una doctrina, sino que se canta. Un canto se canta cuando uno está lleno de algo, cuando quiere afirmar algo, cuando está detrás de algo, así como se canta un villancico cuando se cree en la paz.
¿Qué clase de canto es el que canta Juan? Se lo ha descrito como el «canto del Verbo». Esta palabra aparece siete veces en el evangelio de hoy. Comienza con ella: En el principio existía el Verbo, el Verbo estaba en Dios y el Verbo era Dios. Y más adelante oímos: El Verbo se hizo carne y habitó entre nosotros.
«Verbo», logos en griego, es un concepto bíblico cargado de sentido. En el relato de la creación Dios pronuncia seis veces una palabra creadora: Dijo Dios: «Hágase la luz», y hubo luz, y así sucesivamente. También el evangelio de Juan comienza con la palabra creadora de Dios: sin el Verbo no se hizo nada de lo que existe (v. 3).
Pero con la creación la obra de Dios aún no está terminada. Todavía debe ser completada. La Palabra de Dios sigue hablando. Porque además de creadora, también marca el rumbo. Los diez mandamientos se llaman también el decálogo, las «diez palabras». Estas diez palabras dan forma a la vida, determinan su dirección. Estas palabras ayudan al hombre a llegar a ser él mismo. También por medio de los profetas habla el Verbo. Los oímos decir constantemente: «así habla el Señor...» La palabra de Dios advierte, exhorta y señala el camino. Los profetas pronuncian palabras que orientan manteniendo vivo el visón de un cielo nuevo y una tierra nueva, un mundo de justicia y paz, un mundo según los designios de Dios. Todos estos sentidos resuenan en Juan. El canto del Logos canta la línea de la vida y el sentido de la existencia. Canta al Dios que llama al hombre a la vida, lo llama de vuelta cuando es necesario, y sigue acompañándolo.
Cuando Juan canta el himno del Logos, canta a Jesús, el ser humano tal como Dios lo concibió en la creación. El visión de los profetas toma en Jesús forma personal. En el hombre Jesús el evangelista Juan reconoció la palabra reveladora de Dios, la verbalización y la plasmación de una vida con sentido. El mensaje navideño de Juan es que el Logos divino se hizo carne (v. 14).
Nadie ha visto jamás a Dios, dice Juan (1,18). Solamente tenemos la realidad que nos rodea. Solamente nos tenemos a nosotros mismos y los unos a los otros. Lo que importa es cómo vemos esta realidad y cómo la tratamos.
¿Vemos nuestra vida solo como una serie de obligaciones, como una lucha por la existencia, como una carrera? ¿Vemos a los demás solo como clientes o competidores? ¿Cómo situamos el fracaso, la enfermedad, la injusticia, la guerra? ¿Nuestra vida está determinada por el azar o hay una línea en ella? Nadie desde fuera nos dice adónde debemos ir. No hay seres entre el cielo y la tierra que puedan dirigirnos. Sí hay, en cambio, personas íntegras y fieles, personas que no devuelven mal por mal. Sí hay un anhelo en nosotros de ser también así. Están también las palabras de la Escritura, de los profetas, del evangelio. Finalmente está un hijo del hombre en quien algunas personas ven realizados los designios de Dios. El Verbo se hizo carne, canta Juan. Cantemos con Juan el canto del Logos, con la esperanza de que el niño de Navidad nos señale también a nosotros el camino hacia el Dios de la paz, hacia nosotros mismos y hacia los demás.
Texto original · Neerlandés
Het woord is mens geworden
Kerstmis betekent: warmte en licht midden in de koude winternacht, verwachting en hoop wanneer de dagen kort zijn en de nachten lang, een uitzien naar een nieuw begin terwijl het jaar ten einde loopt. Vooral de nachtmis roept dit soort associaties bij ons op. Het evangelie van de nachtmis gaat over het kind, gewikkeld in doeken en neerliggend in de kribbe en over het lied van de engelen: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft (Lc. 2:14). Dit evangelie is toegankelijk voor iedereen. Wie laat zich niet vertederen door een weerloos kind? Iedereen wil wel vrede, iedereen is wel eens van goede wil.
De dagmis mist de romantiek van de nacht. Het koude winterlicht kan niet concurreren met de kaarsen in de nacht. En ook het evangelie van de dagmis – het begin van het Johannesevangelie - spreekt ons misschien minder aan, al komt er zeven keer het woord 'licht' in voor. Het is een moeilijk, abstract evangelie. Er is ooit gezegd dat het als een sfinx ligt aan de ingang van het Johannesevangelie, en dat het zijn geheimen moeilijk prijsgeeft.
Toch zegt Johannes over de geboorte van Jezus hetzelfde als de overige evangelisten, maar hij doet het op zijn manier, als theoloog zou je zeggen. De Oosterse kerken noemen Johannes de 'theoloog' en beelden hem af als een oude man met een lange baard. Toch kun je je afvragen of de lezing uit Johannes die we zojuist hebben gehoord, wel theologie is. Er zijn Bijbelgeleerden die zeggen dat Johannes een bestaand lied heeft gebruikt. Dus geen abstracte theologentaal, maar poëtische beeldtaal. Er wordt geen leerstuk uitgelegd, maar er wordt gezongen. Een lied zing je wanneer je ergens vol van bent, wanneer je iets wilt beamen, wanneer je ergens achter staat, zoals je een kerstlied zingt je wanneer je gelooft in vrede.
Wat is het voor een lied dat Johannes zingt? Het is wel omschreven als het 'lied van het Woord'. Zeven keer komt dit woord voor in het evangelie van vandaag. Het begint ermee: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. En verderop horen we: Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond.
'Woord', logos in het Grieks, is een geladen Bijbels begrip. In het scheppingsverhaal spreekt God zesmaal een scheppend woord: God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht, enzovoort. Ook het Johannes-evangelie begint met Gods scheppend woord: zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat (v. 3).
Maar met de schepping is Gods creatie nog niet af. Die moet nog worden voltooid. Gods Woord blijft spreken. Want behalve scheppend is het ook richtinggevend. De tien geboden worden ook wel de decaloog, de ‘tien woorden’ genoemd. Deze tien woorden geven vorm aan het leven, bepalen er de richting van. Deze woorden helpen de mens om zichzelf te worden. Ook via de profeten spreekt het Woord. We horen hen voortdurend zeggen: 'zo spreekt de Heer...' Gods woord waarschuwt, wekt op en wijst de weg. De profeten spreken richtinggevende woorden door het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde levend te houden, een wereld van gerechtigheid en vrede, een wereld volgens Gods bedoelingen. Al deze betekenissen klinken bij Johannes door. Het lied van de Logos bezingt de lijn van het leven en de zin van het bestaan. Het bezingt God die de mens tot leven roept, hem zo nodig terugroept, en hem blijft begeleiden.
Wanneer Johannes de hymne van de Logos zingt, bezingt hij Jezus, de mens zoals door God bij de schepping bedoeld. Het visioen van de profeten neemt in Jezus persoonlijke gestalte aan. In de mens Jezus heeft de evangelist Johannes Gods openbarend woord herkend, de verwoording en verbeelding van zinvol leven. De kerstboodschap van Johannes luidt dat de goddelijke Logos mens is geworden (v. 14).
Niemand heeft ooit God gezien zegt Johannes (1:18). We hebben alleen maar de werkelijkheid om ons heen. We hebben alleen maar onszelf en elkaar. Het gaat er maar om, hoe wij deze werkelijkheid zien en hoe wij ermee omgaan.
Zien we ons leven alleen maar als een serie verplichtingen, als een strijd om het bestaan, als een carrière? Zien wij de anderen alleen maar als klanten of concurrenten? Hoe plaatsen we mislukking, ziekte, onrecht, oorlog? Wordt ons leven door toeval bepaald of zit er een lijn in? Niemand van buiten zegt ons waar we heen moeten. Er zijn geen wezens tussen hemel en aarde die ons kunnen sturen. Wel zijn er mensen die integer zijn en trouw, mensen die niet kwaad met kwaad vergelden. Wel is er een verlangen in ons om ook zo te zijn. Ook zijn er de woorden van de Schrift, van de profeten, van het evangelie. Ten slotte is er een mensenkind in wie een aantal mensen Gods bedoelingen zien gerealiseerd. Het Woord is mens geworden, zingt Johannes. Zingen wij met Johannes het lied van de Logos, in de verwachting dat het kerstkind ook ons de weg zal wijzen naar de God van de vrede, naar onszelf en naar elkaar.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 25 de diciembre de 2024
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 3 páginas)