HomilíaKrijtberg
over: Jeremias 17, 5 – 8 en Lucas 6, 17 en 20 – 26.
Solo en neerlandés.

De profeet Jeremias, beste vriendinnen en vrienden, leefde ongeveer 600 jaar vóór de evangelist Lucas. Gedurende de regering van de laatste koningen van Judea hield Jeremias hen, in niet mis te verstane woorden de waarheid voor, dat het welzijn van hun rijk en volk niet zou worden veiliggesteld door hun machtsspelletjes, maar enkel en alleen door hun trouw aan het verbond met hun God.
600 jaar later verkondigt Lucas dat Jezus, in andere bewoordingen, precies dezelfde boodschap aan zijn volgelingen voorhoudt. Niet door rijkdom en macht zul je een vruchtbaar leven leiden, maar enkel door mij te volgen, in eenvoud te leven en niet te streven naar succes en grote roem. En vandaag, weer 2000 jaar later, komt de kerk in onze lezingen met diezelfde leer en verwacht zij dat ik, over dit weinig populaire onderwerp, een mooie preek houd.
Want laten we eerlijk zijn, de boodschap van Jeremias en van Jezus mag dan wel waar zijn en voor iedereen te begrijpen, maar ze heeft nooit de meerderheid van de wereldbevolking weten te winnen. Sla de krant er maar op na of volg het nieuws: Het gaat voortdurend over de groten, de rijken, de machtigen. Het gaat over behaalde successen, over belangrijke personen, over hen die zich hebben opgewerkt tot BN-status en over hen die hun status hebben misbruikt. Je hoort alles over hen die groter, sneller, rijker, mooier, aantrekkelijker zijn of slimmer. Vraag maar aan jonge mensen wat zij later met hun leven willen doen. Velen komen dan met een variatie op het thema: mooie baan om veel geld te verdienen om gelukkig en onbezorgd te leven. Daar is natuurlijk op zich niets mis mee, maar dat is wat onze wereld, onze cultuur, suggereert als normaal en algemeen aanvaard doel van ons leven.
En dan sta ik hier, in een ononderbroken lijn van predikanten, en herhaal nog maar eens die woorden die Jezus sprak tot zijn volgelingen: "Gelukkig jullie die arm zijn, die hongerig zijn. Gelukkig die wenen. Ja gelukkig jullie, weinig populaire volgelingen van de Mensenzoon, want groot zal uw loon zijn in de hemel. In een cultuur die gericht is op de onmiddellijke bevrediging van elk verlangen kan dat geen erg aantrekkelijke beloning zijn. En bent u het niet met mij eens dat er niets aantrekkelijk is aan echte armoede? De volgelingen van Jezus, de christenen, zijn in de loop van de eeuwen wereldwijd de grootste bestrijders van armoede geweest. En de inspanningen van religieus geïnspireerde werkers in de strijd tegen honger is eveneens ongeëvenaard. En dat hebben de monniken en de missionarissen niet gedaan omdat honger de mensen zo gelukkig maakte.
En toch, gedurende zijn leven heeft Jezus zijn woorden nooit teruggenomen. Als Hij dat gedaan zou hebben dan hadden de evangelisten dat ongetwijfeld luid en duidelijk verkondigd. Maar nee, die woorden van Jezus staan recht overeind en het is aan ons om daarmee in het reine te komen.
Nu is er één sterk argument dat in het voordeel spreekt van Jezus woorden. Leven volgens de waardeschaal van de wereld, het groter, rijker en machtiger, heeft de mensheid zeker echt niet veel geluk gebracht. Onze geschiedenis is een lange geschiedenis van oorlogen en conflicten, van misdaden en gebroken beloften. Het is een geschiedenis van grootsheid die verkregen is over de ruggen van anderen. Het is een geschiedenis van onderdrukking en bevrijdingsoorlogen. Het is een geschiedenis van ongelijkheid en uitbuiting. Een geschiedenis die we onmogelijk 'gelukkig' kunnen noemen.
Hoe kunnen we Jezus' woorden dan verstaan? Hoe kunnen ze begrijpelijk worden voor de hoorders van vandaag, voor ons hier in deze kerk. Het is duidelijk dat Jezus geen propaganda maakt voor armoede. Hij is ook duidelijk geen voorstander van honger en heeft er ook geen plezier in als Hij mensen ziet wenen. Maar in de armen, de hongerigen, de treurenden ervaart Jezus de openheid naar elkaar toe, de bereidheid te helpen en geholpen te worden, hun openheid naar Hem toe, de openheid naar God. In heel wat evangelieverhalen wordt Jezus omringd door een menigte van mensen die hongeren naar zijn woorden, die genezing zoeken of bemoediging. Maar altijd verschijnen dan in de achtergrond of terzijde de Schriftgeleerden en Farizeeën, de mensen die het beter weten en opgesloten zitten in hun eigen wijsheid. Degenen die steeds twijfelen, fouten ontdekken en het er niet mee eens zijn. Als ze een vraag stellen dan is dat om Jezus te vangen, of te betrappen op ongerechtigheden. Dat zijn de gezonden die geen geneesheer nodig hebben. De zieken, de hoeren en tollenaars daarentegen kwamen naar Hem toe om hulp, om gehoord, gezien te worden en verwelkomd in het koninkrijk van God. De rijken hebben geen God nodig en kunnen best voor zichzelf zorgen. De armen hebben geen andere helper dan God. Hoe rijker en welvarender de mensen in onze streken worden des te minder behoefte hebben zij aan Godsgeloof.
Gelukkig zij die helemaal open staan. Open over hun eigen behoeftigheid. Heer, maak dat ik zien kan. Heer, als U het wilt kunt u mij reinigen. Heer, kom, want mijn knecht is ziek, mijn dochter ligt op sterven. Kom en maak dat zij leeft. Gelukkig zij die hun nood onder ogen kunnen zien en om hulp vragen. En gelukkig zij die open staan voor de nood van anderen en die bereid zijn uit hun comfort-zone te stappen en te helpen. Gelukkig zijn wij, als wij open staan voor de woorden van Jezus, die altijd tot helpen bereid is en ons steeds weer zal uitnodigen op onze beurt anderen te helpen. Dat is het Koninkrijk van God, de enige plek van waarachtig geluk,
Amen.
Abrir el PDF · p. 1 ↗De: hoja de homilía · 13 de febrero de 2022
Texto íntegro, reproducido con permiso de la parroquia. (PDF, 2 páginas)