ReflectionBegijnhofkapel
Search for Mary
Automatic translation, independently checked · Zoektocht naar Maria

Mary, the mother of Jesus, has a tremendous attraction for countless people, through the years, at home and abroad. Where does that come from?
While writing this contribution for the Kapelkrant, my thoughts go back to two years ago, when I wrote about Fatima, where Mary appeared on 13 May 1917 to three shepherd children. I now realise that they were children the age of our own grandchildren. My thoughts linger on it. Imagine if it happened to you that those little ones, not even ten years old, came home with such a story and could not stop talking about it. That touches you. So much so that great commotion arose in the little village where the three shepherd children lived. How many, alongside the millions of visitors in 2017 to commemorate the miracle of a hundred years earlier, have found the way to the Mother of God? Some in utmost devotion on their knees to the chapel of Our Lady of Fatima.
There are also places of pilgrimage closer by. Amsterdam, for example, Maastricht and Renkum, where, on account of the return in 1928 of a special statue of Mary, an annual pilgrimage of the sick is organised in May in the church of Our Lady of the Assumption, but also Heiloo in our own diocese. From the parish where I grew up I have a vivid memory of the organisers of the pilgrimages to Banneux in the Ardennes and Beauraing in the Belgian province of Namur.
With the concept of pilgrimage you cannot get around Lourdes, where Mary appeared many times to Bernadette Soubirous. The pilgrimages often went by train, about which NRC reported in September 2016, on the last train to Lourdes in the Pyrenees, which was seen off in Maastricht, complete with nurses and brancardiers. My own mother too placed her hope in Lourdes almost sixty years ago. That was because of my little brother, who turned out to be seriously ill and was expected in time to lose the battle. She went, near despair I suspect, on pilgrimage. My Contactblad voor de gemeenschap van de Begijnhofkape father could not come along because of the work in the fields. After her return, I myself was a teenager, we listened breathlessly to the inspiration and comfort our mother had drawn in Lourdes. After a few weeks something inexplicable happened. What my little brother, because of his muscle disease, had gradually had to give up, began to reverse: towards standing again, then walking, and healing. I remember from that time, now almost 60 years ago, that the specialist, the family doctor and the parish priest did not know what to make of it.
Our joy and gratitude was enormous; my mother and father later returned to Lourdes together. And our brother became a good skater and did his studies perfectly.
For years, when going to sleep, we were given a cross of 'Lourdes water' from a little plastic statue of Mary on our foreheads. When it threatened to run out, it was repeatedly topped up so that it, diluted, could continue to do its work...
“Lourdes touches you,” so my youngest brother-in-law told me, who travelled to Lourdes this past year with his partner. Just the thought that his parents and grandparents had left their footsteps there and had been able to nourish their devotion there. “When you are in Lourdes, you feel the faith. You are taken up into it,” was their shared experience. “You carry, as it were, along with the giant candle that two elderly brothers brought to the place where it must be. Everywhere you are there is hope, for everyone around you, sometimes in a wheelchair or in bed. Everyone has come with their own feelings of hope. It brings up, in the connectedness that is palpable, strong feelings, with as an extra dimension, through all the languages you hear around you, the awareness of being part of the world church that knows no borders. An experience we would not have wanted to miss.”
Original text · Dutch
Zoektocht naar Maria
Maria, de moeder van Jezus, heeft een geweldige aantrekkingskracht op talloze mensen, door de jaren heen, in binnen- en buitenland. Vanwaar toch?
Bij het schrijven van deze bijdrage voor de Kapelkrant gaan mijn gedachten terug naar twee jaar geleden toen ik schreef over Fatima, waar Maria op 13 mei 1917 verscheen aan drie herderskinderen. Ik realiseer mij nu dat het kinderen waren in de leeftijd van onze eigen kleinkinderen. Mijn gedachten staan er bij stil. Het zal je maar gebeuren dat die kleintjes van nog geen tien jaar met zo'n verhaal thuis zouden komen en er niet over uitgepraat raken. Dat raakt je. Zozeer zelfs dat er in het dorpje waar de drie herderskinderen woonden grote opschudding over ontstond. Hoevelen hebben, naast de miljoen bezoekers in 2017 om het wonder van honderd jaar geleden te gedenken, niet de weg naar de moeder Gods gevonden? Sommigen in uiterste devotie op hun knieën naar de kapel van Onze Lieve Vrouw van Fatima.
Er zijn ook bedevaartsplaatsen dichterbij. Amsterdam bijvoorbeeld, Maastricht en Renkum, waar vanwege de terugkeer in 1928 van een bijzonder Mariabeeld in de kerk van Onze Lieve Vrouw Ten- hemelopneming in mei jaarlijks een ziekenbedevaart wordt georganiseerd, maar ook Heiloo in ons eigen bisdom. Ik heb van de parochie waar ik ben opgegroeid een levendige herinnering aan de organisatoren van de bedevaarten naar Banneux in de Ardennen en Beauraing in de Belgische provincie Namen.
Bij het begrip bedevaart kun je niet om Lourdes heen, waar Maria vele malen verscheen aan Bernadette Soubirous. De bedevaarten gingen vaak per trein, waar NRC in september 2016 verslag van deed, van de laatste trein naar Lourdes in de Pyreneeën, die in Maastricht, compleet met verpleegkundigen en brancardiers, werd uitgezwaaid. Ook mijn eigen moeder vestigde haar hoop bijna zestig jaar geleden op Lourdes. Dat was vanwege mijn kleine broertje die ernstig ziek bleek en naar verwachting op termijn het onderspit zou gaan delven. Zij ging, de wanhoop nabij vermoed ik, op bedevaart. Mijn Contactblad voor de gemeenschap van de Begijnhofkape vader kon niet mee vanwege de werkzaamheden op het veld. Na haar terugkeer, ikzelf was puber, luisterden wij ademloos naar de inspiratie en troost die onze moeder in Lourdes had opgedaan. Na enkele weken gebeurde iets onverklaarbaars. Wat mijn broertje vanwege zijn spierziekte geleidelijk aan had moeten inleveren, begon een omgekeerde weg: naar weer staan, daarna lopen en genezing. Ik herinner mij er van, nu bijna 60 jaar geleden, dat de specialist, de huisarts en de pastoor er geen raad mee wisten.
Onze blijdschap en dankbaarheid was enorm, mijn moeder en vader zijn later samen naar Lourdes teruggekeerd. En onze broer werd een goed schaatser en deed zijn studie prima.
Wij hebben bij het slapen gaan jarenlang een kruisje met 'Lourdeswater' uit een Mariabeeldje van kunststof op ons voorhoofd gekregen. Toen het op dreigde te raken werd het herhaaldelijk aangevuld opdat het, verdund, zijn werk kon blijven doen...
“Lourdes raakt je,” zo vertelde mijn jongste zwager, die het afgelopen jaar met zijn partner naar Lourdes afreisde. Alleen de gedachte al dat zijn ouders en grootouders er hun voetstappen hadden liggen en er hun devotie hadden kunnen voeden. “Wanneer je in Lourdes bent, voel je het geloof. Je wordt erin opgenomen,” was hun beider ervaring. “Je draagt als het ware mee aan de reuzenkaars die twee broers op leeftijd naar de plek brachten waar die moet zijn. Overal waar je bent is hoop, voor ieder om je heen, soms in rolstoel of bed. Ieder is met zijn eigen gevoelens van hoop gekomen. Het brengt, in de verbondenheid die voelbaar is, sterke gevoelens naar boven, met als extra dimensie door alle talen die je om je heen hoort, het besef deel te zijn van de wereldkerk die geen grenzen kent. Een ervaring die wij niet hadden willen missen.”
Open the PDF · p. 5 ↗From: bulletin
Full text, reproduced with the parish’s permission. (PDF, 12 pages)