PreekKrijtberg2de zondag van Pasen
Het nieuwe vuur van pasen

In het evangelie worden twee verschijningen beschreven van de verrezen Christus aan zijn leerlingen. De eerste verschijning vond plaats op de avond van de eerste dag van de week, dus op de dag van Pasen (een week geleden), Tomas was er niet bij. De tweede verschijning vond een week later plaats (vandaag om zo te zeggen). Toen was Tomas er wel bij. Jezus is nieuw vuur komen brengen, voor hen die erbij waren en Jezus konden zien, maar ook voor hen die er niet bij waren en niet konden zien. Daar horen ook wij bij.
Wat is er overgebleven van de groep enthousiaste leerlingen die zich hadden laten bezielen door Jezus en die met hem waren rondgetrokken? Niet meer dan een groepje angstige mensen achter gesloten deuren, bang voor de boze buitenwereld. Bang voor de hogepriesters, het volk dat door hen was opgehitst en de bezettende Romeinse macht. Tezamen hadden zij Jezus als oproerkraaier veroordeeld en uit de weg geruimd. De angstige apostelen waren ook boos op zichzelf, omdat ze Jezus in de steek hadden gelaten en waren weggevlucht toen hij gevangen werd genomen (Mt. 26:56, Mc. 14:50).
Uitgeblust en moedeloos zaten ze daar die avond, totdat ze ineens Jezus zagen. Heel anders en toch herkenbaar. Hij was herkenbaar aan de wonden in zijn handen en zijn zijde. En weer ging er inspiratie van hem uit. Tot driemaal toe hoorden ze hem zeggen: Ik wens jullie vrede! Geen verwijt dat ze hem in de steek hadden gelaten, maar vergeving, geen veroordeling, maar een vredewens. Het was weer goed tussen hen en Jezus.
Ze werden opgewekt uit hun verlamming, niet alleen doordat hun vergeving werd geschonken, maar ook omdat Jezus hen nodig bleek te hebben. Zij kregen een taak. Zij mochten delen in de zending van Jezus: Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit. Ineens beseften zij dat zij het werk van Jezus mochten voortzetten.
Ze werden weer enthousiast en kregen nieuwe inspiratie. Jezus blies over hen heen en zei: Ontvang de heilige Geest. Het is als bij de schepping, toen God de mens uit aarde vormde en hem levensadem in de neus blies zodat een levend wezen ontstond (Gen. 2:7, vgl. Wijsh. 15:11 en Ez. 37:3-5). Op die zondagavond vond in de zaal met de gesloten deuren een nieuwe schepping plaats en werd een nieuw begin gemaakt.
Waarin bestond de opdracht die de leerlingen kregen, waartoe zette de Geest hen aan? Het antwoord is: vergeving. We hoorden in de evangelielezing: Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemand vergeven, dan vergeeft God hem ook. Zelf hadden zij vergeving gekregen, nu moesten ook zij anderen vergeven. Dat vergeven worden door God samengaat met vergeving schenken aan elkaar wordt ook uitgedrukt in het Onze Vader: vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren (Mt. 6:12).
In de tweede helft van het evangelie zijn we een zondag verder. Weer waren de leerlingen bijeen en waren de deuren gesloten. Opnieuw kwam Jezus in hun midden staan. En weer wenste Jezus hun de vrede. Maar er was een verschil met de vorige zondag. Toen was Tomas er niet bij, nu wel. Hij had van de anderen gehoord dat zij de Heer hadden gezien. Zijn reactie was: eerst zelf zien en dan geloven: Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven. Jezus kwam aan zijn verlangen tegemoet: Tomas mocht zien en aanraken.
Sommigen zien dit als een argument voor typisch katholieke zaken als bedevaarten, relieken, rituelen en beelden, dingen die je kunt zien en aanraken. Protestanten stellen daar het sola fide tegenover: niet zien en toch geloven. Maar dergelijke discussies waren toen nog niet aan de orde. Tomas die er niet bij was, vertegenwoordigt de kerkgemeente waarvoor Johannes zijn evangelie schreef. Dit evangelie dateert uit het einde van de eerste eeuw en is waarschijnlijk in Klein-Azië ontstaan. Het verhaal van de ontmoeting van Jezus en Tomas is geschreven voor mensen die Jezus niet zelf hadden meegemaakt, maar die het moesten hebben van horen zeggen. Zij worden uitdrukkelijk gefeliciteerd: Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven. Maar Tomas (lees alle latere gelovigen die er niet bij waren) is niet in het nadeel vergeleken bij de andere leerlingen, ook aan hem toont Jezus zijn handen en zijn zijde (20:20.27).
De reactie van Tomas is veelzeggend. Hij antwoordt: Mijn Heer, mijn God! Tomas gelooft, hij ziet hoe God in Jezus wordt weerspiegeld. De dubbelnaam Heer God komt meer in de Bijbel voor. De naam God betekent dat Hij gerechtig is en het kwaad veroordeelt. De naam Heer betekent dat Hij barmhartig en vergevend is. Maar de combinatie heer en god verwijst ook naar de toenmalige keizerideologie. Domitianus, keizer van 81 tot 96 na Christus, was tijdgenoot van de evangelist Johannes. Hij was de eerste keizer die zich liet aanspreken met dominus et deus, heer en god. De geloofsbelijdenis van Tomas is dus tegelijkertijd een antikeizerlijk statement. De jonge gemeente voor wie Johannes schrijft, keert zich tegen de staatsideologie en bekent zich tot de gerechte en barmhartige God van Israël, die zich in Jezus heeft laten zien.
Evenals Tomas mogen ook wij Jezus zien en aanraken: door te luisteren naar het evangelie van vandaag en door ons te vereenzelvigen met Thomas die er niet bij was en toch mocht zien en aanraken. Maar is nog een andere manier van zien en aanraken: wij zien Jezus en raken hem aan in anderen om ons heen. Luisteren we naar de woorden van Jezus uit het evangelie van Matteüs: ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik was vreemdeling en jullie namen mij op, ik was ziek en jullie bezochten mij, in zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan (25:35-36.40).
Het evangelie van vandaag – over de leerlingen die vergeving ontvangen en de opdracht krijgen om aan anderen vergeving te schenken - is actueler dan ooit. Er heerst momenteel heel veel frustratie, haat, angst, agressie en wreedheid op verschillende plekken in de wereld. Allerlei negatieve gevoelens worden opgewekt, ook in ons zelf. Deze zichzelf versterkende keten van haat en tegenhaat, van geweld en tegengeweld, kan alleen worden doorbroken door vergeving en verzoening.
Vergeven betekent overigens niet vergeten. Jezus die aan zijn leerlingen verscheen, bleef herkenbaar aan de tekenen van zijn wonden. Het verleden wordt niet geloochend, maar verzoend. Jezus’ wonden zijn tekenen van verzoening tussen hemel en aarde. Vanuit die verzoening konden de leerlingen verzoening onder de mensen prediken. De leerlingen: dat is het groepje van de avond van de eerste dag, maar ook Tomas, die er een week later bij was. Ook de gemeente van Johannes van ruim twee generaties later hoort erbij. Ook de gemeente verzameld in welke kerk dan ook, ruim negentien eeuwen later, hoort erbij. Gesprek, verzoening, vergeving op micro- en op macroniveau: dit is nog steeds de weg naar vrede, de vrede die de verrezen Christus zijn leerlingen toewenst, de vrede die wij waar moeten maken.
Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 12 april 2026
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 3 pagina’s)