HolytideKatholiek leven in Amsterdam

PreekKrijtberg5de zondag in veertigdagentijd

Ik ben de opstanding en het leven

Illustratie: Still Life with Flowers, a Snail and Insects, Joris Hoefnagel (1589) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

De eerste lezing en het evangelie gaan over opstanding na de dood. In de eerste lezing spreekt de profeet Ezechiël tot zijn volk in ballingschap: het volk is als het ware dood, maar het zal weer tot leven komen, terug in eigen land. Ook de evangelielezing gaat over dood en opstandig: die van Lazarus. Maar dit verhaal slaat ook op de dood en opstanding van Jezus zelf. Meteen al in het begin van het evangelie wordt verwezen naar Maria die de voeten van Jezus met olie zal zalven en met haar haren zal afdrogen als verwijzing naar de dag van zijn begrafenis (Joh. 12:3.7). Ook het feit dat Jezus nog twee dagen bleef waar hij was, en pas op de derde dag vertrok naar zijn vriend Lazarus in Bethanië, verwijst naar Jezus’ eigen verhaal: op de derde dag wordt hij opgewekt uit de dood, dan is het Pasen.

De opwekking van Lazarus slaat niet alleen op de opwekking van Lazarus en die van Jezus zelf, maar ook op de opwekking van iedere dode, ook van ons. De opwekking van Lazarus is een van de vroegste motieven in de christelijke kunst. We zien op vroegchristelijke sarcofaagreliëfs en op catacombenfresco’s hoe de omzwachtelde Lazarus recht overeind staat in zijn grafhuisje. Tegenover hem staat Christus die met zijn staf de mummie op het hoofd tikt. Maria, de zus van Lazarus, ligt aan Jezus’ voeten. Met deze voorstelling wordt uitdrukking gegeven aan de verwachting dat er leven is voor de dode in zijn sarcofaag of catacombengraf.

De opwekking van Lazarus is natuurlijk het hoogtepunt van het verhaal. Maar er nog een hoogtepunt, namelijk het gesprek tussen Jezus en Marta midden in het verhaal. Op dit gesprek wil ik nader ingaan. In dit gesprek vindt een ontwikkeling plaats. Er gebeuren twee dingen. In de eerste plaats is er een verschuiving in de tijd. Het gesprek begint met een vergeefs nakaarten over het verleden: Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn (Marta). Daarna volgt een verwijzing naar de toekomst: Je broer zal uit de dood opstaan (Jezus). Ja, zei Marta, ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan. Maar het gesprek eindigt in de tegenwoordige tijd: Ik ben de opstanding en het leven

(Jezus). Nakaarten over het verleden heeft geen zin, uitstellen naar later is een vlucht uit het heden. Het verleden is voorbij, de toekomst is onbestemd, maar het heden is actueel, en daar heeft Jezus een boodschap voor, een boodschap voor hier en nu.

In de tweede plaats wisselt het onderwerp van gesprek. Het gesprek begint over Lazarus en zijn opstanding. Maar het eindigt als een dialoog tussen twee personen. Het gaat niet meer over iemand anders (Lazarus), het gaat ook niet meer over iets anders (de opwekking van Lazarus), maar het gaat ten slotte over Jezus en Marta zelf. Jezus zegt wie hij is: Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mijn gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat? En Marta antwoordt: Ja, Heer, ik geloof dat u de Messias bent. De dialoog eindigt met de geloofsovergave van Marta. Het geloof dat Marta belijdt is meer dan een woord: het is ook een daad. Wanneer Marta tegen Jezus zegt: ik geloof in u, ik ben uw leerling, dan zegt zij tevens: ik volg u na metterdaad.

Dubbele betekenis van leven en dood Wat betekenen leven en dood waar Jezus het over heeft? Leven heeft hier niet de voor de hand liggende betekenis van leven dat wordt onderhouden door eten, drinken en slapen. Het betekent leven dat zich afspeelt op het interpersoonlijke vlak. Dit leven heeft te maken met geloof, vertrouwen, overgave, solidariteit, verantwoordelijkheid, liefde. En zoals er twee soorten van leven zijn, zijn er ook twee soorten van sterven. Aan de ene kant de dood die iedere mens moet ondergaan, ook Jezus. Aan de andere kant de eigenlijke dood, de geestelijke dood van de eenzame egoïst, die in zichzelf verstikt. Onze opstanding

Het evangelie gaat ook over onze opstanding. Het wil ook óns oproepen tot leven. Wij kunnen ons identificeren met Marta. Op het einde van zijn evangelie schrijft Johannes aan zijn lezers dat hij de tekenen die Jezus had verricht (de opwekking van Lazarus was het laatste teken) heeft neergeschreven opdat u gelooft… en opdat u door te geloven leeft... (20:31). Marta is het beeld van iedere gelovige. Ieder die het evangelie van Johannes leest of hoort wordt opgeroepen om te worden als Marta, om te geloven in Jezus, om hem te volgen op zijn weg. Dan begint een nieuw leven, een leven waarin liefde en solidariteit centraal staan, een leven dat van eeuwige waarde is, een leven dat nu al begint.

We leven momenteel in een tijd van wantrouwen, wrok en wraak, en van duizenden vluchtelingen en doden. Hoe deze spiraal van geweld en tegengeweld, dood en verderf te doorbreken? Het evangelie wijst ons een weg: geloven in de weg van Jezus, de weg van het gesprek, van luisteren naar elkaar, van vergeving en liefde. Dit is geen gemakkelijke weg. Deze weg betekende voor Jezus en voor vele van zijn volgelingen de dood. Maar deze dood is niet de echte dood, is geen dood in Gods ogen. Leven als Jezus kan uiteindelijk niet stuk. Wie in mij gelooft – dat wil zeggen wie mijn weg gaat - zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die in mij gelooft zal nooit meer sterven. Geloof je dat? Dit zei Jezus tegen Marta. Marta antwoordde: Ja, ik geloof. Geloven wij dit ook?

Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 22 maart 2026

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 3 pagina’s)

Bronnen

Engels: PDF ↗