HolytideKatholiek leven in Amsterdam

BezinningBegijnhofkapel

De katholieke kerk en slavernij: de bijbel

Illustratie: The Great White Owl, Anonymous, British, 18th century (1771) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

Als er tegenwoordig wordt gesproken over slavernij, gaat het meestal over die van de zestiende eeuw en later, toen Europeanen over de hele wereld trokken en op grote schaal slaven hielden en in slaven handelden. Daar werd verschrikkelijk veel geld mee verdiend.

Maar slavernij heeft in de een of andere vorm misschien wel altijd en over de hele wereld bestaan. In het Oude Testament hadden de aartsvaders ook al slaven, denk aan Hagar de slavin van Sara. En Jozef en zijn broers waren slaven in Egypte.

In de bijbel wordt op verschillende plaatsen gesproken over slavernij en nergens wordt gezegd dat slavernij niet zou mogen. Al is er natuurlijk wel het boek Exodus, waar het joodse volk met hulp van God wegtrekt uit Egypte en op weg gaat naar het beloofde land.

Ook in het Nieuwe Testament wordt niet expliciet iets gezegd tegen slavernij, ook niet door Jezus.

Paulus zegt in Efeziërs 6,5-8: Slaven, wees gehoorzaam aan je aardse heren met eerbied en ontzag, in eenvoud van hart, alsof je gehoorzaam was aan Christus. Niet als ogendienaren om mensen te behagen, maar als slaven van Christus, die Gods wil van harte volbrengen, en welgemoed hun werk doen, alsof het voor de Heer was en niet voor mensen, wetend dat ieder het goede dat hij gedaan heeft van de Heer zal terugontvangen, of hij nu een slaaf is of een vrij man.

Efeziërs 6,9: En u heren, behandel hen op de zelfde manier. Laat dreigementen achterwege, in het besef dat zij dezelfde Heer in de hemel hebben als u, en dat Hij geen aanzien des persoons kent.

Paulus zegt volgens mij dat zowel de slaven als de heren zich elk op hun eigen plaats op aarde goed moeten gedragen. Dat doe je niet voor de mensen, maar voor God. En je zult het terug ontvangen. God zelf kent geen aanzien des persoons.

In Galaten 3 zegt Paulus het zo: wie tot geloof is gekomen en is gedoopt, is met Christus bekleed. En daar is geen onderscheid meer.

Galaten 3, 25-28: Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus.

Dus kort gezegd: in het rijk van God is geen slavernij en ook niet als je in Christus bent gedoopt. Maar in het aardse bestaan is het er wel.

Nu zou je kunnen denken: als voor God iedereen gelijk is, dan is het ook de bedoeling de we daar in het aardse bestaan naar streven. Maar die conclusie trok niet iedereen. In de praktijk was er altijd volop discussie over.

Voor kerkvader Augustinus (254-430) was slavernij niet zoals God het had bedoeld, maar wel een realiteit in deze wereld. Slavernij was een straf voor zondaars. Mensen mochten tot slaaf worden gemaakt in een ‘rechtvaardige oorlog’.

In 992 verbood de Kerk het tot slaaf maken van katholieken. Wel mocht je moslims, ketters, heidenen en joden nog tot slaaf maken. In de praktijk verdween de slavernij niet. Al werd het in Europa steeds meer vervangen door lijfeigenschap, wat iets meer vrijheid inhield.

In de 16e eeuw en later hebben voor- en tegenstanders van slavernij gebruik gemaakt van de bijbel. Zo werden Afrikanen door sommigen gezien als nakomelingen van Cham, de vervloekte en verstoten zoon van Noach. Waardoor je met hen blijkbaar kon doen wat je maar wilde.

Tula, de leider van de Curaçaose slavenopstand van 1795 gebruikte ook de bijbel in zijn argumentatie. Tweeduizend slaafgemaakten trokken naar de gouverneur in Willemstad. Toen de opstand nog gaande was werden verschillende gezanten gestuurd om met Tula te praten. Een daarvan was de franciscaner pater Jacobus Schink. Die noteerde uit de mond van Tula: ‘Heer pater, komen alle mensen niet voort uit Adam en Eva?’ De opstand werd neergeslagen en Tula werd gevangengenomen en doodgemarteld.

In 1807 verscheen de Slavenbijbel. De Anglicaanse bisschop van Londen had opdracht gegeven voor een kortere versie van de bijbel, speciaal voor slaafgemaakten. Niet alles uit de gewone bijbel kwam daarin. Uit het Oude Testament was 90% weggelaten en uit het Nieuwe Testament 50%. Jozef die tot slaaf werd gemaakt stond er wel in, maar de uittocht uit de slavernij in Egypte niet, want dat zou wellicht hebben geïnspireerd tot weglopen. Efeziërs 6,5-9 (zie eerder), stond er wel in, maar Galaten 3,28 (zie ook eerder) weer niet. Velen vonden de bijbel geschikt voor slaafgemaakten voor zover het tot gehoorzaamheid opriep, maar de oproep tot rechtvaardigheid of bevrijding was veel te gevaarlijk.

Nicolaas Beets, een dominee, zei het in 1856 heel mooi in een toespraak. Hij zei dat het er niet om gaat dat slavernij in de bijbel niet wordt verboden, maar dat het veel meer om de geest van de bijbel gaat. En dan gaat het over het gebod je naaste lief te hebben en een ander niet aan te doen wat je zelf niet zou willen.

Slavernij paste volgens Beets niet in een christelijke samenleving. Hij riep de koning op een einde te maken aan de slavernij. En dat gebeurde niet veel later, in 1863.

Volgende keer: pausen over de slavernij

Met dank aan o.a. Lucepedia – digitale theologische encyclopedie

Open de PDF · p. 9 ↗Uit: parochieblad

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 14 pagina’s)

Bron