PreekKrijtbergZevende zondag door het jaar
Gevende en vergevende liefde
Datum volgens de bestandsnaam van de kerk.

Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, hoorden we in de evangelielezing. Deze zin is genomen uit een lange toespraak van Jezus waarin hij de grondbeginselen van zijn boodschap formuleert. Zijn toespraak is geen wetboek en niet direct toepasbaar op het dagelijkse leven, denk maar aan de andere wang die je moet aanbieden. We vinden er geen praktische richtlijnen, maar er wordt wel een richting aangegeven.
De vraag die vandaag aan de orde is luidt: hoe moet ik staan tegenover mensen die mij niet goed gezind zijn? Het evangelie spreekt zelfs van vijanden.
Hier valt de zinsnede over de andere wang. We hoorden zelfs: heb je vijanden lief. Is dit geen irreële, onmogelijke opdracht? Het ligt er maar aan wat je onder liefde verstaat. Je kunt drie soorten liefde onderscheiden. We beginnen met de eros: in dit soort liefde spelen hartstocht en geslachtsdrift een rol. In de tweede soort van liefde is sprake van de vriendschap die bestaat tussen vrienden en verwanten. Deze liefde is getekend door de wederkerigheid van geven en ontvangen. In de derde vorm van liefde ligt de nadruk op het geven en vergeven.
Over de laatste vorm van liefde gaat het in het evangelie van vandaag. Het is duidelijk dat er niet gevraagd wordt om verliefd te worden op je vijand. Dus geen eros. Je hoeft ook niet van hem te houden zoals je van je vrienden of verwanten houdt. Blijft over de derde soort van liefde. Wat kan die liefde inhouden? Jezus geeft een aantal voorbeelden: Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt ook je onderkleed niet. Nu zijn dit geen concrete gedragsregels. Dit soort zinnen zijn eerder een soort uithangborden, bedoeld om de aandacht te trekken. Hoe je precies moet leven bepaal jezelf. Maar het evangelie wil wel een bepaald denkkader bieden, een bepaald perspectief, een ideaal.
Het evangelie wijkt af van de wet van de wederkerigheid. In elke samenleving heerst deze wet: tegenover misdaad staat straf. Als de misdaad gestraft is, is het evenwicht hersteld. Deze wederkerigheid is al geformuleerd in Leviticus:
Wanneer iemand letsel toebrengt aan een ander, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht: een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand (24:19-20). In de burgerlijke samenleving is dit soort recht noodzakelijk. Maar het evangelie wijst erop dat op zo'n manier het kwaad wel wordt gereguleerd, maar niet verdwijnt. Recht en vergelding kunnen makkelijk omslaan in wraak, en wraak roept weerwraak op: een spiraal van geweld.
De zojuist genoemde spiraal van geweld wordt niet doorbroken door de wederkerigheid van de vergelding, maar wel door de eenzijdigheid van de derde soort van liefde.
Het evangelie geeft twee motiveringen om kwaad niet met kwaad te vergelden. De eerste motivering is de zogenaamde gulden regel, een regel die niet door Jezus is uitgevonden, maar die al vóór hem bestond. Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen (v. 31). Wanneer je bij iemand in het krijt staat, zou je opgelucht zijn wanneer hij jou met een schone lei opnieuw zou laten beginnen.
Jezus geeft als tweede motivering de barmhartigheid van God: Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is (v. 36). Omdat wij Gods goedheid en barmhartigheid ondervinden, kunnen wij op onze beurt barmhartig zijn tegenover elkaar. Omdat wij Gods vergevende liefde hebben ervaren, kunnen wij op onze beurt vergevende liefde uitoefenen. Wanneer wij deze liefde beoefenen, zijn wij creatief bezig, volgen wij het voorbeeld van de scheppende God. Wij brengen goedheid voort, waardoor het kwade wordt tenietgedaan. Dan leven wij volgens het Onze Vader: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is (Mt. 6:13).
Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 23 februari 2025
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 2 pagina’s)
Bronnen
Engels: PDF ↗