VerslagBegijnhofkapel
Met de Heiligen het jaar door: Teresa Benedicta van het Kruis / Edith Stein

Deze keer het leven van een heilige vrouw uit de 20e eeuw, Teresa Benedicta van het Kruis. En ik denk dat u zegt ‘Wie?’ Ik denk dat de wereldse naam bekender is; Edith Stein. Geboren in Breslau, 12 oktober 1891, gestorven in Auschwitz Birkenau vermoedelijk op 9 augustus 1942.
Edith werd geboren als jongste van elf kinderen in een orthodox joodse familie. In 1904 werd ze, naar eigen zeggen onder invloed van de moderne denkers en biologische wetenschap, atheïste. Zij studeerde Duits, filosofie, psychologie en geschiedenis. In april 1915 werd ze vrijwillig Rode Kruisverpleegster in Mährisch-Weisskirchen en kreeg voor haar inzet bij de behandeling van besmettelijke zieken een Rode Kruismedaille. Na deze dienst van zes weken gaf ze korte tijd les aan een school in Breslau. Na de Eerste Wereldoorlog werd ze militante voor de Democratische Partij.
De kennismaking met de autobiografie van de heilige Teresa van Avila betekende een keerpunt in haar leven. Edith bekeerde zich tot het katholicisme, liet zich op 1 januari 1922 dopen, gaf haar baan als wetenschappelijk assistent op en ging aan het werk op een meisjesschool van de dominicanessen te Speyer.
In 1932 verhuisde ze naar het instituut voor pedagogiek in Münster, waar ze les gaf en intensief de kerkleraar Thomas van Aquino bestudeerde. Ze kreeg in 1933 door de NSDAP het verbod opgelegd om nog te doceren. Op 15 april 1934 trad zij in bij de orde van de ongeschoeide karmelietessen in Keulen en nam de kloosternaam Teresa Benedicta van het Kruis aan. Dit betekent Theresia, gezegend door het kruis.
Voor een 42-jarige vrouw die gewend was geweest om te gaan met beroemde mensen van haar tijd kon de overgang niet groter zijn. Van de ene dag op de andere was zijn van een hoge eisen stellende docente veranderd in de jongste, onopvallende novice, beginneling. Zij moest leren het gewone leven van de zusters te delen. Naast de uren van gebed, die zij heerlijk vond, betekende dat ook dat zij allerhande huishoudelijk werk moest verrichten, zoals wassen koken en strijken. Haar novicemeesteres schrijft, Contactblad voor de gemeenschap van de Begijnhofkapel Edith als Joodse, in tweestrijd en als karmelietes. erover: ‘Zij was zo onhandig en onbeholpen dat je je schaamde als je ernaar keek.’ Maar zijzelf noemde het een heel geschikte oefening in eenvoud en bescheidenheid.
Twee jaar later liet ook Steins zus Rosa zich dopen. Op 21 april 1935 legde ze haar tijdelijke geloften af en op 21 april 1938 haar eeuwige geloften.
Zuster Teresa ging in 1938 naar een Karmelietessenklooster in het Nederlandse Echt in een poging zo aan de Jodenvervolging te ontsnappen. Een jaar later volgde ook haar zus 9 Rosa. Rosa was nooit ingetreden, maar ze werd als portierster aangesteld.
Twee jaar na de Duitse bezetting van Nederland werden beiden op 2 augustus 1942 opgepakt door de Gestapo en via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Deze actie van de Gestapo paste in een landelijke vergeldingsactie na een herderlijk schrijven van 20 juli 1942 van de gezamenlijke bisschoppen van Nederland, waarin ze de deportatie van Joden aanklaagden. Een paar dagen later, op 9 augustus, werden de twee zusters in de gaskamer ‘Das kleine weiße Haus’, in Birkenau I, omgebracht. Men zegt dat zij de kans om vanuit Echt naar Zwitserland te ontsnappen heeft laten schieten omdat zij haar zus Rosa niet mee zou kunnen nemen.
Eén alinea kon niet woord voor woord in het origineel worden teruggevonden en is weggelaten. Lees het origineel.
Open de PDF · p. 9 ↗Uit: parochieblad
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 14 pagina’s)