
PreekKrijtbergPaaszondag
Zien en geloven
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria Magdalena bij het graf. Zo begint het Paasevangelie. Toen het nog donker was: deze woorden doen denken aan het eerste vers van het boek Genesis: De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed. Dood en duisternis: is dat het einde van het verhaal van Jezus?
Jezus’ lijden en sterven worden in de vier evangelies uitvoerig, met allerlei details, beschreven. Het klinkt als een historisch relaas. Zijn kruisiging is in ieder geval een historisch feit. Ook een ‘buitenstaander’ als de Romeinse historicus Tacitus schrijft over Christus, die onder de regering van Tiberius door de landvoogd Pontius Pilatus ter dood was gebracht.
Maar in het evangelie van vandaag over het graf van Jezus wordt een heel ander verhaal verteld, al begint het als een gewoon relaas. Maria Magdalena kwam bij het graf. In oude culturen hadden vrouwen speciale taken met betrekking tot de doden. Zo was het bewenen van de doden vrouwenwerk, denk maar aan het optreden van klaagvrouwen wanneer iemand was gestorven. Het is dus niet verwonderlijk dat we vóór dag en dauw Maria Magdalena bij het graf van Jezus aantreffen. Maar dan gebeurt iets dat niet normaal is: ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Zij haalde er meteen Simon Petrus bij en de andere leerling van wie Jezus hield, omdat volgens de toenmalige voorschriften twee mannelijke getuigen nodig waren om haar waarneming te bevestigen. Ook Petrus en de andere leerling gaan het zien.
In het zien van Maria en de twee leerlingen is een groei waar te nemen. Deze drie zien steeds meer: Maria Magdalena ziet het lege graf, daarna ziet de andere leerling de linnen doeken liggen, vervolgens ziet Petrus de linnen doeken en de doek die Jezus’ gezicht bedekt had, apart opgerold op een andere plek. Ze zien ook steeds anders: niet alleen de kwantiteit van het geziene, maar ook de kwaliteit van het zien neemt toe. In de Nederlandse vertaling wordt alleen gesproken van 'zien'. Maar in de oorspronkelijke, Griekse tekst worden drie verschillende werkwoorden gebruikt. Het begint met een oppervlakkig zien: het waarnemen van Maria Magdalena van de weggehaalde steen, en het waarnemen door de andere leerling van de linnen doeken. Dit is een zien dat geen begrip oplevert. Er worden verkeerde conclusies aan verbonden: Maria Magdalena dacht aan grafroof, de andere leerling zag alleen maar en liet verdere gevolgtrekkingen achterwege. Maar Petrus zag meer en accurater: hij aanschouwde niet alleen de zwachtels, maar ook de zweetdoek, die apart was opgerold. Maar ook hij verbindt er verder geen conclusies aan. Ten slotte zag ook de andere leerling de zwachtels en de zweetdoek. Maar bij hem werd het zien een inzien. Het zicht werd inzicht en begrip. Wat de andere leerling zag wordt aangegeven in de laatste zinnen van het evangelie: Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. Zijn zien was een geloof. Hij geloofde in de Schrift. Hij geloofde in het verhaal van de bevrijdende, altijd trouwe en leven gevende God. Dit verhaal gaat over God, die het laatste woord heeft en die zijn gerechte niet prijsgeeft aan de dood, zoals in een psalm
gebeden wordt: U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien (ps. 16:10). Dit geldt bij uitstek voor Jezus. Het is niet het lege graf, maar de Schrift waardoor die de andere leerling tot inzicht werd gebracht. Het lege graf is niet de oorzaak van het verrijzenisgeloof, het gaat er niet aan vooraf, maar omgekeerd: het geloof in de opstanding wordt achteraf uitgedrukt met behulp van het beeld van het lege graf.
Het is opvallend dat het gelovige zien wordt toegeschreven aan die andere leerling. Wie is die andere, die anonieme en geheimzinnige leerling van wie Jezus veel hield? Het is niet de apostel Johannes, die nergens wordt genoemd in het Johannesevangelie, maar een ideaalfiguur, de ideale leerling, die aan de lezer wordt voorgehouden als een identificatiepersoon. Jezus hield van hem, en hij hield van Jezus. Dat laatste blijkt uit het feit dat hij op beslissende ogenblikken bij Jezus was. Bij het laatste avondmaal lag hij naast Jezus aan tafel aan (Joh. 13:23) en hij stond onder het kruis (Joh. 19:26). Zoals gezegd werd deze leerling aangeduid als de leerling van wie Jezus veel hield. Jezus hield van die leerling en die leerling hield van Jezus. ‘Houden van’ duidt niet op een affectieve relatie, maar op een relatie van vertrouwen en overgave. Het kwam van twee kanten: aan het vertrouwen van de een beantwoordde het vertrouwen van de ander. Ze zeggen wel: liefde maakt blind, maar je kunt evengoed zeggen: liefde maakt ziende, als je van iemand houdt zie je meer.
We hebben al gezien dat de kruisdood van Jezus een historisch feit is en dat zijn lijden en sterven uitvoerig worden beschreven in de evangeliën, maar dat zijn opstanding niet wordt beschreven. Dat is ook in de kunst het geval. Vooral sinds de late Middeleeuwen is zijn lijden tot in allerlei gruwelijke details weergegeven, een traditie die wordt voortgezet tot in een film als The Passion van Mel Gibson. Maar Jezus’ opstanding blijft buiten beeld. Wel zien we soms op schilderijen hoe Christus levend en wel uit zijn sarcofaag stapt of erboven zweeft. Maar de gebeurtenis zelf zien we niet. Zijn opstanding is dan ook niet een afbeeldbaar, historisch feit zoals de kruisiging. Het is een gebeurtenis van een heel andere orde, een gebeurtenis waarbij de hemel op aarde doorbreekt, het begin van de nieuwe schepping. Maar hier valt niets te zien en niets te bewijzen. Aardse dingen zijn waarneembaar met je zintuigen, je kunt erover nadenken met je verstand en je conclusies trekken. Maar als het gaat over een onzichtbaar mysterie als de opstanding, kun je alleen maar geloven en hopen en liefhebben, zien met de ‘zintuigen’ van geloof, hoop en liefde.
Maar geloof, hoop en liefde zijn niet louter geestelijk. Geloven, hopen en liefhebben doe je ook met je handen en voeten. Het verhaal van het lege graf betekent: blijf niet bij het graf staan, keer terug naar huis, daar kun je de verrezen Heer vinden. Hij is daar waar mensen iets voor elkaar betekenen, waar mensen iets voor elkaar over hebben, waar mensen elkaar helpen.
De nieuwe dag wordt geboren in duisternis, langzamerhand wordt het licht. Dat was zo op de eerste scheppingsdag. Dat was ook zo op Paasmorgen, de eerste dag van de nieuwe schepping. En dat is ook zo op deze Paaszondag. Ieder jaar vieren we dat ook wij het licht mogen zien en als het ware opnieuw geschapen en herboren worden.
Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 20 april 2025
Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 2 pagina’s)