HolytideKatholiek leven in Amsterdam
Illustratie: Bird Eating Grapes (recto); Tigress (verso), Giovanni da Udine (Giovanni dei Ricamatori) (1487–1564) · The Metropolitan Museum of Art, CC0 1.0 (Met Open Access)

PreekKrijtbergKerstmis

Het woord is mens geworden

Kerstmis betekent: warmte en licht midden in de koude winternacht, verwachting en hoop wanneer de dagen kort zijn en de nachten lang, een uitzien naar een nieuw begin terwijl het jaar ten einde loopt. Vooral de nachtmis roept dit soort associaties bij ons op. Het evangelie van de nachtmis gaat over het kind, gewikkeld in doeken en neerliggend in de kribbe en over het lied van de engelen: Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft (Lc. 2:14). Dit evangelie is toegankelijk voor iedereen. Wie laat zich niet vertederen door een weerloos kind? Iedereen wil wel vrede, iedereen is wel eens van goede wil.

De dagmis mist de romantiek van de nacht. Het koude winterlicht kan niet concurreren met de kaarsen in de nacht. En ook het evangelie van de dagmis – het begin van het Johannesevangelie - spreekt ons misschien minder aan, al komt er zeven keer het woord 'licht' in voor. Het is een moeilijk, abstract evangelie. Er is ooit gezegd dat het als een sfinx ligt aan de ingang van het Johannesevangelie, en dat het zijn geheimen moeilijk prijsgeeft.

Toch zegt Johannes over de geboorte van Jezus hetzelfde als de overige evangelisten, maar hij doet het op zijn manier, als theoloog zou je zeggen. De Oosterse kerken noemen Johannes de 'theoloog' en beelden hem af als een oude man met een lange baard. Toch kun je je afvragen of de lezing uit Johannes die we zojuist hebben gehoord, wel theologie is. Er zijn Bijbelgeleerden die zeggen dat Johannes een bestaand lied heeft gebruikt. Dus geen abstracte theologentaal, maar poëtische beeldtaal. Er wordt geen leerstuk uitgelegd, maar er wordt gezongen. Een lied zing je wanneer je ergens vol van bent, wanneer je iets wilt beamen, wanneer je ergens achter staat, zoals je een kerstlied zingt je wanneer je gelooft in vrede.

Wat is het voor een lied dat Johannes zingt? Het is wel omschreven als het 'lied van het Woord'. Zeven keer komt dit woord voor in het evangelie van vandaag. Het begint ermee: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. En verderop horen we: Het Woord is mens geworden en heeft in ons midden gewoond.

'Woord', logos in het Grieks, is een geladen Bijbels begrip. In het scheppingsverhaal spreekt God zesmaal een scheppend woord: God zei: ‘Laat er licht zijn,’ en er was licht, enzovoort. Ook het Johannes-evangelie begint met Gods scheppend woord: zonder het Woord is niets ontstaan van wat bestaat (v. 3).

Maar met de schepping is Gods creatie nog niet af. Die moet nog worden voltooid. Gods Woord blijft spreken. Want behalve scheppend is het ook richtinggevend. De tien geboden worden ook wel de decaloog, de ‘tien woorden’ genoemd. Deze tien woorden geven vorm aan het leven, bepalen er de richting van. Deze woorden helpen de mens om zichzelf te worden. Ook via de profeten spreekt het Woord. We horen hen voortdurend zeggen: 'zo spreekt de Heer...' Gods woord waarschuwt, wekt op en wijst de weg. De profeten spreken richtinggevende woorden door het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde levend te houden, een wereld van gerechtigheid en vrede, een wereld volgens Gods bedoelingen. Al deze betekenissen klinken bij Johannes door. Het lied van de Logos bezingt de lijn van het leven en de zin van het bestaan. Het bezingt God die de mens tot leven roept, hem zo nodig terugroept, en hem blijft begeleiden.

Wanneer Johannes de hymne van de Logos zingt, bezingt hij Jezus, de mens zoals door God bij de schepping bedoeld. Het visioen van de profeten neemt in Jezus persoonlijke gestalte aan. In de mens Jezus heeft de evangelist Johannes Gods openbarend woord herkend, de verwoording en verbeelding van zinvol leven. De kerstboodschap van Johannes luidt dat de goddelijke Logos mens is geworden (v. 14).

Niemand heeft ooit God gezien zegt Johannes (1:18). We hebben alleen maar de werkelijkheid om ons heen. We hebben alleen maar onszelf en elkaar. Het gaat er maar om, hoe wij deze werkelijkheid zien en hoe wij ermee omgaan.

Zien we ons leven alleen maar als een serie verplichtingen, als een strijd om het bestaan, als een carrière? Zien wij de anderen alleen maar als klanten of concurrenten? Hoe plaatsen we mislukking, ziekte, onrecht, oorlog? Wordt ons leven door toeval bepaald of zit er een lijn in? Niemand van buiten zegt ons waar we heen moeten. Er zijn geen wezens tussen hemel en aarde die ons kunnen sturen. Wel zijn er mensen die integer zijn en trouw, mensen die niet kwaad met kwaad vergelden. Wel is er een verlangen in ons om ook zo te zijn. Ook zijn er de woorden van de Schrift, van de profeten, van het evangelie. Ten slotte is er een mensenkind in wie een aantal mensen Gods bedoelingen zien gerealiseerd. Het Woord is mens geworden, zingt Johannes. Zingen wij met Johannes het lied van de Logos, in de verwachting dat het kerstkind ook ons de weg zal wijzen naar de God van de vrede, naar onszelf en naar elkaar.

Open de PDF · p. 1 ↗Uit: preektekst · 25 december 2024

Volledige tekst, overgenomen met toestemming van de parochie. (PDF, 3 pagina’s)

Bron