HomilyKrijtbergDerde zondag van de advent
Are you the one who was to come, or should we expect another?
Automatic translation, independently checked · Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?
Date as given in the church’s file name.

The doubt of John about Jesus
From of old this day is called Gaudete Sunday, because the introitus or opening text of the liturgy begins with Gaudete, rejoice. We are halfway; the third candle of the Advent wreath has been lit. Yet the joy is not unqualified. The Gospel opens with John the Baptist in prison. Locked up behind the bars of the dungeon of King Herod, but also imprisoned in his own doubt about Jesus. The Gospel of last Sunday (Mt. 3:1-12) was about the revival movement that went out from John. He tapped into the expectations that lived among his fellow countrymen that they would soon be delivered by a Messiah, an anointed one, a king like David. Then they would be delivered from foreign domination, then justice and peace would reign. The time was ripe, the Messiah would come soon. You had better repent at once, for the axe was already lying at the root of the tree. He of whom John was the forerunner had the winnowing fan in his hand to separate the chaff from the wheat.
But now, in the dungeon, John began to doubt. The one whose coming he had announced turned out to be quite different from what he had imagined. Instead of cutting down the barren tree at once, Jesus gave it yet another chance (Lk. 13:6-9). Instead of settling accounts with collaborating tax collectors and sinners, he sought them out and ate with them. Instead of weeding out and burning the weeds immediately, he lets them grow together with the good seed until the harvest (Mt. 13:30). Was Jesus really the Messiah? Was he not a soft idealist from whom in fact nothing concrete was to be expected? Was he a powerless man who could not bring about any essential changes? Had he, John, placed his hope in the wrong one? Out of his doubt he sent some of his disciples to Jesus with the question: Are You the one who was to come, or should we expect another?
Judge by what you see happening
Jesus does not say no and does not say yes. He only says: look and listen, and then draw your conclusions. Indeed, the judgement had still not come. God apparently is in no hurry. He evidently gives people yet another chance. We must have patience with a God who has patience with us. John assumed that after the judgement God's new world would begin. But Jesus shows that that new world has already begun. The signs are there. The blind see again, the lame walk again, lepers are cleansed, the deaf hear again, the dead are raised, the good news is proclaimed to the poor. This is about the weak and sinful and poor human being who is lifted up. Old images are used here, which already occurred with Isaiah, as we heard in the first reading: the blind, the deaf and the lame can see, hear and walk again, and the mute will jubilate. Elsewhere Isaiah speaks of prisoners who are set free (61:1). In today's Gospel reading they are not mentioned. That would sound strange in a story in which John sits in the dungeon.
As said: Jesus does not answer John's question with yes or no, but says: judge for yourself. He concludes his answer with a beatitude: Blessed is the one who takes no offence at Me. This blessing contains at the same time an admonition addressed to John: blessed is he who is not annoyed by me. Blessed is he who nevertheless believes in me, even though I do not meet his expectations. Blessed is he who believes in a God who does not condemn at once, but in a God who has patience with people, who gives them ever new chances, who lets them begin again and again. Blessed is he who sees that the new world has already begun.
We too are addressed
Did the story of the doubting John really happen, or did this story only arise later, after the death of John and of Jesus? The judgement of the exegetes on this is not unanimous. The Gospel of Matthew in any case dates from after the destruction of the temple by the Romans in the year 70. Politically speaking, the coming of Jesus has changed nothing. The occupier still sits on his throne. The axe and the winnowing fan of which John spoke have not been wielded. Whether John's doubt in the dungeon is a historical fact or not is of no importance to us. What matters is what this story does to us. John's doubt is also ours. We too wish that an end would come to evil in the world, and indeed at once. But Jesus' answer to John is also addressed to us. We must have patience with a God who has patience with us. We are
moreover called to believe that God's new world has already begun. For God's kingdom becomes reality in people like Jesus, and in people who allow themselves to be helped by him and want to follow in his footsteps. Our world, full of injustice and violence, does not have to be the way it is; it can change and is already changing.
People who believe see the same as people who do not believe, but they see it differently. They see the time given to us as a time full of opportunities. No bitterness and rancour about what has happened, no despair and impatience with regard to the future, but patience because God is a forgiving Father, who does not hold our past against us, but challenges us to go on. They also want to believe that God's new world has already begun in people who walk in the footsteps of Jesus.
Original text · Dutch
Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?
De twijfel van Johannes over Jezus
De dag van vandaag heet vanouds zondag Gaudete, omdat de introitus of openingstekst van de liturgie begint met Gaudete, verheugt u. We zijn op de helft, de derde kaars van de adventskrans is aangestoken. Toch is de vreugde niet onverdeeld. Het evangelie opent met Johannes de Doper in de gevangenis. Opgesloten achter de tralies van de kerker van koning Herodes, maar ook gevangen in zijn eigen twijfel over Jezus. Het evangelie van de vorige zondag (Mt. 3:1-12) ging over de opwekkingsbeweging die van Johannes uitging. Hij haakte aan bij de verwachtingen die er leefden onder zijn volksgenoten dat ze weldra verlost zouden worden door een Messias, een gezalfde, een koning als David. Dan zouden ze verlost worden van vreemde overheersing, dan zouden rechtvaardigheid en vrede heersen. De tijd was rijp, de Messias zou spoedig komen. Het was je geraden om je meteen te bekeren, want de bijl lag al aan de wortel van de boom. Hij van wie Johannes de voorloper was, heeft de wan in de hand om het kaf te scheiden van het koren.
Maar nu, in de kerker, begon Johannes te twijfelen. Degene wiens komst hij had aangekondigd, bleek heel anders te zijn dan hij zich had voorgesteld. In plaats van de onvruchtbare boom meteen om te hakken gaf Jezus hem voor de zoveelste keer nog een kans (Lc. 13:6-9). In plaats van af te rekenen met collaborerende tollenaars en zondaars zocht hij ze op en at hij met hen. In plaats van het onkruid onmiddellijk te wieden en te verbranden laat hij het tegelijk met het goede zaad opgroeien tot de oogst (Mt. 13:30). Was Jezus wel de Messias? Was hij niet een softe idealist, van wie eigenlijk niets reëels te verwachten was? Was hij een machteloze die geen wezenlijke veranderingen kon bewerkstelligen? Had hij, Johannes, zijn hoop op de verkeerde gesteld? Vanuit zijn twijfel stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus met de vraag: Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?
Oordelen naar wat je ziet gebeuren
Jezus zegt niet nee en niet ja. Hij zegt alleen maar: kijk en luister, en trek dan je conclusies. Inderdaad, het oordeel was nog steeds niet geschied. God heeft kennelijk geen haast. Hij geeft de mensen klaarblijkelijk nog een kans. Wij dienen geduld te hebben met een God die geduld heeft met ons. Johannes ging ervan uit dat na het oordeel Gods nieuwe wereld een aanvang zou nemen. Maar Jezus laat zien dat die nieuwe wereld al is begonnen. De tekens zijn er. Blinden zien weer, verlamden lopen weer, melaatsen worden gereinigd, doven horen weer, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekend gemaakt. Het gaat hier over de zwakke en zondige en arme mens die wordt opgebeurd. Hier worden oude beelden gebruikt, die al voorkwamen bij Jesaja, zoals we hebben gehoord in de eerste lezing: blinden, doven en verlamden kunnen weer zien, horen en lopen, en stommen zullen jubelen. Elders spreekt Jesaja van gevangenen die worden bevrijd (61:1). In de evangelielezing van vandaag worden ze niet genoemd. Dat zou raar klinken in een verhaal waarin Johannes in de kerker zit.
Zoals gezegd: Jezus beantwoordt Johannes’ vraag niet met ja of nee, maar zegt: oordeel zelf. Hij besluit zijn antwoord met een zaligspreking: Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt. Deze gelukwens houdt tegelijkertijd een vermaning in aan het adres van Johannes: gelukkig is hij die zich niet ergert aan mij. Gelukkig is hij die toch in mij gelooft, ook al beantwoord ik niet aan zijn verwachtingen. Gelukkig is hij die gelooft in een God die niet meteen veroordeelt, maar in een God die geduld heeft met de mensen, die hun steeds nieuwe kansen geeft, die hen steeds opnieuw laat beginnen. Gelukkig is hij die ziet dat de nieuwe wereld al is begonnen.
Ook wij worden aangesproken
Is het verhaal van de twijfelende Johannes echt gebeurd of is dit verhaal pas later ontstaan, na de dood van Johannes en van Jezus? Het oordeel van de exegeten hierover is niet eensluidend. Het evangelie van Mattheüs dateert in ieder geval van na de verwoesting van de tempel door de Romeinen in het jaar 70. De komst van Jezus heeft politiek gezien niets veranderd. De bezetter zit nog steeds op zijn troon. De bijl en de wan waarvan Johannes sprak, zijn niet gehanteerd. Of de twijfel van Johannes in de kerker een historisch feit is of niet, is voor ons niet van belang. Het gaat erom wat dit verhaal doet met ons. De twijfel van Johannes is ook de onze. Ook wij wensen dat er een eind komt aan het kwaad in de wereld, en wel meteen. Maar het antwoord van Jezus aan Johannes is ook aan ons gericht. Wij dienen geduld te hebben met een God die geduld heeft met ons. We worden
bovendien opgeroepen om te geloven dat de nieuwe wereld van God al is begonnen. Want Gods rijk wordt werkelijkheid in mensen als Jezus, en in mensen die zich door hem laten helpen en in zijn voetspoor willen treden. Onze wereld, vol onrecht en geweld, hoeft niet te zijn zoals ze is, zij kan veranderen en is al aan het veranderen.
Mensen die geloven zien hetzelfde als mensen die niet geloven, maar ze zien het anders. Zij zien de tijd die ons gegeven is als een tijd vol kansen. Geen verbittering en rancune om wat gebeurd is, geen wanhoop en ongeduld wat betreft de toekomst, maar geduld omdat God een vergevende Vader is, die ons het verleden niet nadraagt, maar ons uitdaagt om verder te gaan. Zij willen ook geloven dat Gods nieuwe wereld al is begonnen in mensen die treden in het voetspoor van Jezus.
Open the PDF · p. 1 ↗From: homily sheet · 11 December 2022
Full text, reproduced with the parish’s permission. (PDF, 3 pages)